EUrrest
EUrrest

Maart 2014

maart 2014

1. Introductie

Een steunmaatregel van een decentrale overheid kan (verboden) staatssteun opleveren als er onder meer sprake is van een maatregel die met staatsmiddelen is bekostigd. In de zaak Vent de Colère maakt het Hof van Justitie duidelijk dit begrip ruim moet worden geïnterpreteerd en niet slechts middelen omvat die rechtstreeks door de staat worden toegekend. In dit EUrrest gaat Europa decentraal nader in op de vraag wanneer middelen als ‘staatsmiddelen’ in de zin van het Europees staatssteunverbod moeten worden aangemerkt.

2. Vent De Colère e.a., Hof van Justitie EU, 19 december 2013

Zaak C-262/12

3. Beleidsdossier(s) en thematiek

Algemeen en definities, staatssteun, Europa decentraal
Staatsmiddelen, algemeen en definities, staatssteun, Europa decentraal

4. Samenvatting feiten en rechtsvraag

In 2008 zijn in Frankrijk bij een tweetal besluiten de voorwaarden vastgesteld voor de verplichte afname door ondernemingen van door windkracht opgewekte elektriciteit. In deze besluiten is bepaald dat de meerkosten die ondernemingen maken door deze afnameverplichting volledig worden gecompenseerd. De meerkosten bestaan uit de verplichting tegen een hogere prijs dan de marktprijs elektriciteit af te nemen die is opgewekt door windkracht. De compensatie die ondernemingen hiervoor ontvangen zal worden gefinancierd door de eindgebruikers van de elektriciteit.

Beroep tegen de besluiten
Association Vent de Colère! Fédération nationale en elf andere verzoekers hebben tegen de hierboven geschetste constructie beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Franse Conseil d’État. Zij voerden aan dat de besluiten in kwestie staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU (het Europees staatssteunverbod) opleveren, en met name, dat de besluiten moet worden gekwalificeerd als ‘maatregelen van de staat of met staatsmiddelen bekostigd’.

Prejudiciële vraag
Ten einde uitspraak in deze zaak uitspraak te kunnen doen, heeft de Franse Conseil d’État een prejudiciële vraag aan het Hof voorgelegd. De Conseil d’État wenste van het Hof te vernemen of de maatregel die compensatie mogelijk maakt van de meerkosten, die voortvloeien uit de hierboven omschreven afnameverplichting van door windkracht opgewekte elektriciteit, als een ‘maatregel van de staat of met staatsmiddelen bekostigd’ moet worden gekwalificeerd.

5. Samenvatting uitspraak

De aanwezigheid een ‘maatregel van de staat of met staatsmiddelen bekostigd’ is slechts één van cumulatieve criteria waar aan voldaan moet zijn om een maatregel als staatssteun aan te kunnen merken. In de onderhavige zaak speelde echter uitsluitend de vraag of aan dit criterium was voldaan.

Volgens vaste jurisprudentie van het Hof, kan een maatregel slechts staatssteun opleveren als het voordeel dat uit de maatregel voortvloeit rechtstreeks of indirect met staatsmiddelen is bekostigd en aan de staat kan worden toegerekend. Aangezien de Franse staat betrokken was bij de vaststelling van de besluiten, moeten deze aan de staat worden toegerekend. Bij de vraag of de besluiten ook een voordeel opleveren dat met staatsmiddelen is bekostigd, stond het Hof langer stil.

Een voordeel met staatsmiddelen bekostigd
Allereerst stelt het Hof dat ook maatregelen waarbij geen staatsmiddelen worden overgedragen, als steunmaatregelen van de staat kunnen worden gekwalificeerd. Bijvoorbeeld als het gaat om voordelen die worden verstrekt door ‘van overheidswege ingestelde of aangewezen, publiek- of privaatrechtelijke beheersorganen’. Daarnaast merkt het Hof ook op dat het ook niet nodig is dat de middelen ‘permanent deel uitmaken van het vermogen van de staat’ om als staatsmiddelen te kunnen worden aangemerkt. Voldoende is dat de staat controle kan uitoefenen over de middelen, ofwel, dat de middelen ter beschikking staan van de staat.

In casu
Zoals hierboven aangegeven, worden de meerkosten die ondernemingen maken door de afnameverplichting van elektriciteit die is opgewekt door windkracht, gecompenseerd door bijdragen van de eindgebruikers van de elektriciteit. Deze geïnde bijdragen worden beheerd door een financieel fonds (het Caisse des dépôts et consignations).

Reeds in eerdere uitspraken heeft het Hof verduidelijkt dat het begrip staatsmiddelen ook middelen kan omvatten die afkomstig zijn uit ‘krachtens de wetgeving van de lidstaat verplichte bijdragen die overeenkomstig deze wetgeving worden beheerd en verdeeld’.

Caisse des dépôts et consignations
Ten aanzien van het Caisse des dépôts et consignations stelt het Hof dat dit fonds als tussenpersoon dient bij het beheer van de geïnde middelen. Het fonds zet de geïnde middelen op een specifieke rekening voordat deze worden uitgekeerd. Daarnaast merkt het Hof op dat het fonds een publiekrechtelijke rechtspersoon is die bij wet is ingesteld en dat de directeur-generaal ervan door de raad van ministers en door de president wordt benoemd. Het fonds draagt onder meer zorg voor de administratieve, financiële en boekhoudkundige beheerverplichtingen voor rekening van de autoriteit die in Frankrijk is belast met het toezicht op de elektriciteits- en gasmarkt. Ook maakt het fonds geen winst met haar activiteiten.

Conclusie
Op grond van het bovenstaande concludeerde het Hof dat geacht moet worden dat de middelen die het fonds beheert onder de controle van de staat vallen. De compensatie die ondernemingen ontvangen voor de meerkosten, die voortvloeien uit de verplichting tegen een hogere prijs dan de marktprijs elektriciteit af te nemen die is opgewekt door windkracht en die wordt gefinancierd door de eindgebruikers van de elektriciteit, moet dus als ‘met staatsmiddelen bekostigd’ worden aangemerkt.

6. Decentrale relevantie uitspraak

De uitspraak in de Vent De Colère zaak is voor decentrale overheden met name relevant omdat hierin duidelijk wordt gemaakt dat het begrip ‘staatsmiddelen’ ruim moet worden geïnterpreteerd. Niet alleen rechtstreekse door (decentrale) overheden toegekende middelen kunnen worden gekwalificeerd als met staatsmiddelen bekostigd. Middelen van door (decentrale) overheden ingestelde beheersorganen die onder staatscontrole blijven, kunnen ook als staatsmiddelen worden aangemerkt. Aan de hand van een voorbeeld zal dit nog nader worden verduidelijkt.

Voorbeeld: steun van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) voor woningcorporaties
Woningcorporaties in moeilijkheden kunnen financiële steun krijgen van het CFV. De steun van het CFV wordt gefinancierd door middel van een heffing op alle woningcorporaties. Het CFV herdistribueert min of meer financiële middelen van gezonde woningcorporaties naar minder gezonde woningcorporaties. Echter, het CFV is van overheidswege is ingesteld en wordt beheerd door de staat waardoor haar middelen onder de controle van de staat blijven. Daarom moeten middelen afkomstig van het CFV als staatsmiddelen worden aangemerkt.

Als een (decentrale) overheid een orgaan instelt dat bijvoorbeeld financiële middelen heft van bepaalde ondernemingen en deze weer verstrekt aan andere ondernemingen, kan er dus sprake zijn van staatssteun. Ook als deze middelen geen deel uitmaken van het vermogen van de staat, kunnen zij toch als staatsmiddelen worden aangemerkt als zij onder controle van de (decentrale) overheid blijven en daarmee ter beschikking van de (decentrale) overheid staan.

7. Meer informatie

Staatsmiddelen, algemeen en definities, staatssteun, Europa decentraal
Zaak C-262/12, Vent de Colère e.a., Hof van Justitie EU
Besluit E 2/2005 en N642/2009, Existing and special project aid to housing corporations, Europese Commissie

Reacties en disclaimer:

Van de informatie in dit document mag onbeperkt gebruik worden gemaakt, mits de bron wordt vermeld. Opmerkingen over de inhoud en suggesties voor aanvullingen zijn van harte welkom op info@europadecentraal.nl. Aan dit document is de grootst mogelijke zorg besteed, maar Europa decentraal kan niet instaan voor de juistheid van de informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor mogelijke vervolgschade door het gebruik ervan.

X