University of Cambridge

HvJ-EG, 3 oktober 2000. Zaak C-380/98. In deze zaak verduidelijkt het Hof de derde voorwaarde van het begrip publiekrechtelijke instelling (art. 1 lid 9c richtlijn 2004/18) en wat de activiteiten in de hoofdzaak door de staat worden gefinancierd. Er wordt uitgeweid wat openbare financiering behelst, wat onder ‘in hoofdzaak moet worden verstaan en welke gelden daartoe gerekend moeten worden.

(meer…)

Commissie tegen Frankrijk

HvJ EG, 1 februari 2001. Zaak C-237/99. In deze zaak verduidelijkt het Hof de derde voorwaarde van het begrip publiekrechtelijke instelling: ‘toezicht door de overheid’. Er is sprake van toezicht door de overheid indien deze een afhankelijkheid schept die gelijkwaardig is aan één van de andere genoemde voorwaarden in art. 1 lid 9 sub c richtlijn 93/37 (nieuwe richtlijn 2004/18/EG).

(meer…)

Truley

HvJ EG, 27 februari 2003. Zaak C-737/00. In deze zaak wordt het begrip aanbestedende dienst/publiekrechtelijke instelling uit de aanbestedingsrichtlijnen verduidelijkt. Vooral de criteria ‘voorzien in behoeften van algemeen belang niet zijnde van industriële of commerciële aard’ en ‘toezicht op het beheer van de instelling’. Het Hof stelt dat een controle van de bedrijfsvoering achteraf niet voldoet aan het tweede criterium. De overheid kan via een dergelijke controle de besluiten van de instelling over de overheidsopdrachten niet beïnvloeden.

Commissie tegen Spanje

HvJ-EG, 16 oktober 2003. Zaak C-283/00. In deze zaak gaat het om het de uitlegging van de eerste voorwaarde van het begrip publiekrechtelijke instelling: ‘behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn’ (art.1 lid 9a richtlijn 2004/18). Het Hof concludeert dat de aanbestedende dienst voldoet aan alle criteria uit de rechtsspraak betreffende deze voorwaarden en dat zij als publiekrechtelijke instelling moet worden aangemerkt.

(meer…)

Bayerischer Rundfunk e.a. tegen GEWA

HvJ-EG, 13 december 2007. Zaak C-337/06. In deze zaak gaat het om het de uitlegging van de derde voorwaarde van het begrip publiekrechtelijke instelling: ‘door de staat gefinancierd’ (art. 1 lid 9c richtlijn 2004/18). Het Hof bepaalde dat indirecte financiering als door de staat gefinancierd geldt wanneer de bijdrage wordt berekend opgelegd en geïnd volgens publiekrechtelijke regelgeving.

(meer…)