Estwin

Europese Commissie tegen Estland, 20 juli 2010. Besluit N196/2010. In deze zaak keurde de Europese Commissie DAEB compensatiesteun goed op basis van art. 106 lid 2 VWEU, de Altmakvoorwaarden, de DAEB Vrijstellingsbeschikking en de Breedbandrichtsnoeren. Estland heeft een project aangemeld dat het hele land van breedbanddekking moest voorzien. Volgens de Commissie voldoet Estland aan alle Altmarkvoorwarden, waaronder aanbesteding.

(meer…)

Appingedam

Europese Commissie tegen Nederland, 19 juli 2006. Besluit C35/2005. De Europese Commissie heeft de bovenstaande benadering in deze zaak herhaald. Zij stelde dat overheidsfinanciering van de aanleg van nieuwe breedbandnetwerken, naast bestaande breedbandinfrastructuur, wel als staatssteun moet worden beschouw.

(meer…)

Pyrénées-Atlantiques

Europese Commissie tegen Frankrijk, 16 november 2004. Besluit N381/2004. In deze zaak classificeerde de Europese Commissie de universele toegang tot breedbanddiensten voor consumenten, ondernemingen en publieke instellingen als DAEB. De cofinanciering van het aanleggen van breedbandinfrastructuur in het departement Pyrénées-Atlantiquis werd als DAEB-compensatie beschouwd. Er werd voldaan aan de vier Altmark-criteria.

(meer…)

Breedband Beieren

Europese Commissie tegen Duitsland, 26 november 2010. Besluit N299/2010. Op basis van art. 107 lid 3c VWEU en de breedbandrichtsnoeren, heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend voor het breedbandproject Beieren. De deelstaat heeft voldaan aan de transparantieverplichtingen van de richtsnoeren. Ze heeft een marktonderzoek verricht en openbare consultaties gehouden.

(meer…)

Wroclaw

HvJ-EU, 20 oktober 2014. Prejudiciële zaak C-406/14. Deze zaak gaat over de uitlegging van artikel 25 en 26 richtlijn 2004/18/EG. Mag een opdrachtgever in bestek bepalen dat de ondernemer gehouden is minimaal 25% van de onder de opdracht vallende werken met eigen middelen uit te voeren?

Impresa Edilux et SICEF

HvJ-EU, 4 november 2014. Prejudiciële zaak C-425/14. Deze zaak gaat over art. 45 richtlijn 2004/18/EG. Is het in strijd met het Europese recht dat een overheidsopdracht niet gegund wordt, omdat de onderneming de verplichtingen in de nationale wet niet gerespecteerd heeft? Deze verplichtingen hebben tot doel infiltraties van georganiseerde misdaad bij de gunning te bestrijden. Daarnaast vraagt de verwijzende rechter zich af een dergelijke verplichting kan worden beschouwd als een afwijking van de exhaustieve lijst van art. 45 en of deze afwijking gerechtvaardigd kan worden door de dwingende noodzaak om georganiseerde misdaad te bestrijden?

Star Storage ea

HvJ-EU, 26 december 2014. Prejudiciële zaken C- 439/14 en C-488/14. In deze zaak moet het Hof beoordelen of de bepalingen van art. 1 lid 1 derde alinea en art. 3 richtlijn 89/665, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66 (de rechtsbeschermingsrichtlijn), aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een regeling die aan de toegang tot procedures van beroep tegen besluiten van aanbestedende diensten de voorwaarde verbindt dat verzoekende partijen tevoren een ‘zekerheid voor goed gedrag’ stellen.

TNS Dimarso

HvJ-EU, 2 maart 2015. Prejudiciële Hofzaak C-6/15. Deze zaak wordt het Hof gevraagd of de weging van de gunningsfactoren (art. 53 lid 2 richtlijn 2004/18), vereist dat de aanbestedende dienst bij de gunning van een opdracht voor het verrichten van diensten op basis van de economisch meest voordelige inschrijving, de inschrijvers in de aankondiging of het bestek informeert over de bij de beoordeling van de offertes van de inschrijvers gehanteerde beoordelingsmethodiek. Met name in relatie tot de verdragsbeginselen van transparantie en non-discriminatie.

Ambsig

HvJ-EU, 13 mei 2015. Prejudiciële zaak C-601/13. Deze zaak gaat over de artikelen 44 tot en met 48 en 53 van richtlijn 2004/18/EG. Bij een aanbesteding is in de voorwaarden opgenomen dat de opdracht zal worden gegund aan de economisch voordeligste inschrijver, en zijn de wegingsfactoren beschreven. Ambsig doet mee maar wint de aanbesteding niet. Zij constateert dat het gunningscriterium in strijd is met richtlijn 2004/18. De Portugese rechter vraagt het volgende aan het Hof: Is het verenigbaar met richtlijn 2004/18/EG dat bij een aanbesteding wordt voorzien in een factor die strekt tot de beoordeling van de teams die de inschrijvers specifiek voorstellen voor de uitvoering van de opdracht, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling, de aangetoonde ervaring en de curricula van de leden van die teams?

Connexxion

HvJ-EU, 15 juni 2015. Prejudiciële zaak C-171/15. Deze zaak gaat over artikel 45 van richtlijn 2004/18/EG. Verzet art. 45 lid 2 van richtlijn 2004/18/EG zich ertegen dat het nationale recht een aanbestedende dienst verplicht met toepassing van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen of uitsluiting moet volgen van een inschrijver die een ernstige beroepsfout heeft begaan?

Ciclat

HvJ-EU, 2 juli 2015. Prejudiciele zaak C-199/15. Deze zaak gaat over artikel 24 richtlijn 2004/18 en artikelen 49 en 56 VWEU. Is het in strijd met het EU-recht dat er een nationale wettelijke regeling bestaat op grond waarvan voor een aanbestedingsprocedure mag worden verzocht om een getuigschrift, door de sociale zekerheidsinstanties opgesteld, en een aanbestedende dienst verplicht is om een getuigschrift aan te merken waaruit blijkt dat in het verleden een schending van de bijdragebetalingsvoorschriften is begaan waarvan de ondernemer geen weet had, en die zich op tijdstip van de gunning niet langer voordeed ?