Van Gend en Loos arrest

HvJ-EU, 5 februari 1963. Zaak 26/62: het Van Gend en Loos arrest. Met het Van Gend en Loos arrest introduceerde het Europese Hof van Justitie van de EG het beginsel van de rechtstreekse werking van het Gemeenschapsrecht in de lidstaten. In deze zaak uit 1963 stelde het Hof dat de communautaire rechtsorde een rechtstreekse bron van rechten en plichten vormt voor zowel lidstaten als burgers. De Gemeenschap, zo stelde het Hof, moet namelijk worden gezien als een nieuwe rechtsorde in het internationale recht.

(meer…)

Ambulanz Glöckner

Hof van Justitie, 25 oktober 2001. Zaak C 475/99. In deze zaak voerde Ambulanz Glöckner spoedeisend en niet-spoedeisend ziekenvervoer uit. Voor de uitvoering van het spoedeisende vervoer had de onderneming een DAEB opgelegd gekregen. Dit niet-winstgevende deel werd betaald uit de winst van het niet-spoedeisende vervoer.

Hof

Volgens het Hof van Justitie was deze kruissubsidiëring mogelijk, omdat de twee diensten niet los van elkaar konden worden gezien en hiermee de uitvoering van een Dienst van Algemeen Economisch Belang verzekerd werd.

Vossloh Laeis

HvJ-EU, 27 april 2017, Prejudiciële zaak C-124/17. In deze zaak werd een onderneming uitgesloten van deelname aan een aanbestedingsprocedure omdat de aanbestedende dienst twijfelde aan de betrouwbaarheid van de onderneming vanwege eerdere betrokkenheid bij een kartel. De betreffende onderneming had namelijk niet actief meegewerkt om het tegendeel te bewijzen (zelfreiniging), hetgeen volgens Duits recht wel vereist is. De Duitse rechter vraagt zich vervolgens af of deze regeling waarbij een deelnemer actief moet meewerken met een aanbestedende dienst voor zelfreiniging wel verenigbaar is met artikel 80 richtlijn 2014/25 en artikel 57 lid 6 richtlijn 2014/24.

VAR

HvJ-EU, 28 februari 2017. Prejudiciële zaak C-14/17. In deze zaak werd het Hof verzocht om uitleg te geven of artikel 34 lid 8 richtlijn 2004/17/EG betekent dat reeds bij een inschrijving het bewijs moet worden geleverd dat de te leveren producten gelijkwaardig zijn aan het originele product.

Lloyd’s of London

HvJ EU, 22 mei 2017. Prejudiciële zaak C-144/17. In deze zaak werden twee inschrijvers uitgesloten van een openbare aanbesteding omdat beide inschrijvers bij Lloyd’s of London aangesloten syndicaten waren, waarbij de offertes waren ondertekend door dezelfde algemeen landelijke vertegenwoordiger van de onderneming. De verwijzende rechter vraagt zich af of er sprake is van strijd met de Europese mededingingsregels en de daaruit voortvloeiende beginselen.

Secretaria regional de saude dos acores

HvJ-EU, 17 april 2017. Prejudiciële zaak C-102/17. Het geschil in deze zaak gaat over een geografisch geschiktheidsvereiste voor inschrijvers bij een aanbesteding. De aanbestedende dienst vereiste namelijk van inschrijvers dat zij eerdere ervaring hebben met werkzaamheden in de regio. De nationale rechter wil weten of mogelijk artikel 58 lid 4 richtlijn 2014/24 zich verzet tegen een dit vereiste.

Tirkkonen

HvJ-EU, 6 maart 2017. Prejudiciële zaak C-9/17. Deze zaak gaat over de strekking van het begrip overheidsopdracht. Een aanbestedende dienst had bij een oproep tot inschrijving een ontwerp van het raamcontract gevoegd, dat wordt gesloten tussen de dienst en de inschrijvers indien de inschrijver als opdrachtnemer wordt opgenomen in de raamovereenkomst. Het Hof van Justitie wordt verzocht te beantwoorden of in dit geval wel sprake is van een overheidsopdracht.

Bosman

HvJ-EU, 15 december 1995. Zaak C-415/93. In deze zaak bevestigde het Hof dat het beginsel van vrij verkeer van werknemers (art. 39 EG-Verdag, nu art. 45 VWEU) ook voor beroepsvoetballers binnen de EU geldt. Sport moet worden gezien als een economische activiteit (art. 2 EG-Verdrag, nu art. 3 VEU). Om deze reden is sport onderworpen aan het Gemeenschapsrecht en de beginselen van het vrij verkeer.

Pressetext Nachrichtenagentur tegen Republik Österreich

HvJ-EG, 19 juni 2008. Zaak C-454/06. In deze zaak wordt uiteengezet onder welke voorwaarden wijzigingen van een overeenkomst kunnen worden gekwalificeerd als wezenlijke wijziging en daarmee een nieuwe plaatsing voor een overheidsopdracht moet worden uitgezet. Het Hof diept de criteria voor een wezenlijke wijziging verder uit in deze zaak.

(meer…)

Finn Frogne A/S tegen Rigspolitiet ved Center

HvJ-EU, 7 september 2016. Zaak C-549/14. In deze zaak oordeelde het Hof dat de verandering van een aanbesteedde opdracht wegens een schikking tussen de aanbestedende dienst en een opdrachtnemer kan leiden tot een wezenlijke wijziging. Dit betekent dat de aanbestedende dienst de opdracht in dat geval opnieuw had moeten aanbesteed.

(meer…)

Europese Commissie tegen Bondsrepubliek Duitsland

HvJ-EU, 15 juli 2010. Zaak C-271/08. Volgens een Duitse regeling kan een werknemer van een gemeente ervoor kiezen om een deel van zijn loon in te zetten om premie te betalen voor een verhoging van zijn pensioen, als dat volgens zijn cao kan. De gemeente gaat dan voor hem een overeenkomst aan met een pensioensverzekeraar. Volgens de Europese Commissie is deze regeling in strijd met art. 101 VWEU en met aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG.

(meer…)