Aandeel hernieuwbare energie in de EU op bijna 17 procent

20 maart 2017
Het aandeel hernieuwbare energie dat de EU is momenteel 16,7%. Elf lidstaten hebben de nationale doelstellingen al behaald. Nederland is niet een van deze elf lidstaten. Dit blijkt uit de definitieve cijfers van Eurostat over het jaar 2015.

Hernieuwbare energie en de 2020-doelen

In 2010 heeft de Europese Unie met het tienjarenplan van de Europese Unie – de Europa 2020-strategie, een duidelijk standpunt met betrekking tot de verbetering van het klimaat ingenomen. Namelijk, dat de Europese economie slim, duurzaam en inclusief moet worden. De streefcijfers die met betrekking tot klimaat gesteld worden, worden ook wel de 20-20-20 doelstellingen genoemd. Het betreffen drie kerndoelen die elk een verbetering of vermindering van 20% voorstellen. Iedere lidstaat heeft eigen nationale doelen gesteld, waarmee gezamenlijk deze 20% gehaald kan worden. Nederland dus ook:

  • het eerste doel betreft energie uit duurzame bronnen: er wordt gestreefd naar 20% van de energie uit duurzame energiebronnen in 2020. Nederland heeft hier 14% van gemaakt;
  • ten tweede mikt de EU op 20% minder uitstoot van broeikassen ten opzichte van 1990. Nederland streeft naar 16%;
  • ten derde zou er in 2020 in Europa 20% minder energieverspilling plaats moeten vinden. Nederland streeft naar 1,5% minder energieverspilling per jaar.

Door deze nationale doelen, kan iedere lidstaat de eigen voortgang controleren. De nationale doelen houden rekening met de verschillende vertrekpunten, het potentieel aan hernieuwbare energie en de economische prestaties. Wanneer de (nationale) doelen eerder behaald worden, worden zij opgeschaald tot 30%. Dit laatste is het geval voor de elf lidstaten die de doelen al hebben behaald.

Daarnaast heeft de EU nieuwe doelen gesteld voor 2030. In de mededeling van de Commissie ‘een beleidskader voor klimaat en energie in de periode van 2020-2030’ stelt zij de eerste klimaat en energiedoelen voor het jaar 2030 voor. In 2030 moet er een groei in hernieuwbare energie van ten minste 27% plaatsvinden.

Cijfers Eurostat

Eurostat vergelijkt de cijfers van de jaren 2004, 2012, 2013, 2014 en 2015. Hieruit valt te concluderen dat het aandeel hernieuwbare bronnen in het bruto eindverbruik van energie sinds 2004 aanzienlijk is gegroeid in alle lidstaten. Zweden is een uitschieter die ver vooruit is, met meer dan de helft (53, 9%) van het bruto eindverbruik in 2015. Finland (39,3%), Letland (37,6%) en Oostenrijk (33%) volgen. De landen die het slechtste scoren zijn onder andere Luxemburg en Malta, beide met (5%) en België (7,9%). Echter, er kan geconcludeerd worden dat Nederland en Frankrijk het verste van hun nationale doelen verwijderd zijn.   

Nederland

Met betrekking tot hernieuwbare energie, heeft Nederland het doel gesteld om in 2020 14% van de energie uit duurzame energiebronnen te wekken. In 2015 werd slechts 5,8% van de energie uit duurzame energiebronnen opgewekt. Dit betekent dat Nederland met 8,2 procentpunten het verst af is van het bereiken van de nationale doelstelling voor 2020.

Bronnen:

Energy from renewable sources, Eurostat
Share of renewables in energy consumption in the EU still on the rise to almost 17% in 2015, Eurostat

Door

Femke Salverda en Tessa de Vries, Europa decentraal

Meer informatie:

Milieu en klimaat, Europa decentraal
Klimaat en energie, Europa decentraal
Hernieuwbare energie, Europa decentraal

X