Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

AG concludeert dat Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op zuiver interne situaties

24 augustus 2015Dienstenrichtlijn

In juli 2014 heeft de Raad van State het Hof van Justitie om verduidelijking gevraagd over de Europese Dienstenrichtlijn naar aanleiding van twee zaken in de gemeente Amsterdam. Op 16 juli jl. heeft de Advocaat-Generaal (AG) Szpunar, vooruitlopend op een uitspraak van het Hof, een conclusie geschreven. Het is nu afwachten wanneer het Hof uitspraak doet en of zij tot een zelfde conclusie komt. De uiteindelijke uitspraak van het Hof is relevant voor decentrale overheden wanneer zij met de Europese dienstenrichtlijn te maken hebben, zoals bij het opstellen van verordeningen of het afgeven van vergunningen.

De zaken

In de eerste zaak gaat het om de weigering van de gemeente Amsterdam om een exploitatievergunning te verstrekken aan een rederij die passagiers per boot wil vervoeren over de Amsterdamse grachten. In de tweede zaak heeft de burgemeester van Amsterdam twee raamprostitutiebedrijven een exploitatievergunning geweigerd, omdat de exploitant zich niet hield aan de door de gemeente gestelde taaleis. Zie voor meer informatie over deze twee zaken onze website.

Vragen aan het Hof

In beide zaken zijn de dienstverleners alleen in Nederland gevestigd en worden de diensten niet tevens in een andere lidstaat aangeboden (een zgn. ‘interne situatie’). Daarom vraagt de Raad van State zich af of de dienstverleners zich kunnen beroepen op toepasselijkheid van de Europese Dienstenrichtlijn. Omdat de betreffende prostituees uit Hongarije en Bulgarije afkomstig zijn, en de rederij personen zou kunnen vervoeren uit andere lidstaten, ziet de Raad van State echter wel een Europees grensoverschrijdende dienstverlenende component in de beide zaken.

Twee andere principiële vragen in de eerste zaak gaan over de uitzonderingsgrond vervoer bij passagiersvervoer per open sloep over de binnenwateren en over de beperking van het aantal beschikbare vergunningen wegens een dwingende reden van algemeen belang en de beperking van de geldigheidsduur van vergunningen.

Conclusie AG – interne werking

De AG concludeert voor beide zaken dat de dienst onder de Europese Dienstenrichtlijn valt. Hij komt daarbij onder andere tot de conclusie dat de Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op ‘zuiver interne situaties’. Hieraan legt de AG de volgende redenering ten grondslag. Allereerst benadrukt hij dat harmonisatie van normen voor producten en diensten, bedoeld ter bevordering van het vrije verkeer, van toepassing is in de gehele Unie, zonder onderscheid tussen geëxporteerde en in eigen land verkochte producten of diensten. Vervolgens noemt de AG het Handboek voor implementatie van de Dienstenrichtlijn van de Commissie, dat onder ‘vestiging’ in de zin van de Dienstenrichtlijn zowel de situatie verstaat waarin een dienstverrichter zich in een andere lidstaat wil vestigen, als de situatie waarin een dienstverrichter zich in zijn eigen lidstaat wil vestigen. In aansluiting daarop is in artikel 2 lid 1, inzake de werkingssfeer, bepaald dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is “op de diensten van dienstverrichters die in een lidstaat zijn gevestigd”. Tot slot gaat de AG in op het wetgevingsproces voorafgaand aan de totstandkoming van de Dienstenrichtlijn. Hieruit blijkt dat voorstellen om de tekst her te formuleren, zodat de richtlijn alleen van toepassing zou zijn op grensoverschrijdende situaties, niet zijn aangenomen.

Verdere conclusies AG

De AG concludeert in de eerste zaak ook dat het aanbieden van passagiersvervoer per open sloep met als hoofddoel tegen betaling rondvaart en partyverhuur aan te bieden, niet onder de vervoers-uitzondering van de dienstenrichtlijn valt. Indien een lidstaat bepaalt dat het aantal vergunningen om redenen van algemeen belang beperkt is, zal elke afzonderlijke vergunning een beperkte geldigheidsduur moeten hebben. En in de tweede zaak concludeert de AG dat het opleggen van een taaleis in strijd is met de Dienstenrichtlijn, tenzij de verwijzende rechter concludeert dat een dergelijke eis noodzakelijk is voor een doeltreffende verbale communicatie tussen de exploitant en de prostituees.

Uitspraak van het Hof

Nu de AG een conclusie heeft geschreven is het wachten op de definitieve uitspraak van het Hof. Zodra deze bekend is zullen wij u daar via een nieuwsbericht over inlichten.

Door:

Jonneke Huijser en Madeleine Broersen, Europa decentraal

Bron:

Conclusie Advocaat Generaal (AG)

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Nieuwsbericht juli 2014, Europa decentraal
Richtlijn 2006/123 (Europese Dienstenrichtlijn)
Handboek voor implementatie van de Dienstenrichtlijn van de Commissie, Europese Commissie

X