Begrotingstekort decentrale overheden in 2015 blijft onder de 0,3% van het bbp

Het is decentrale overheden gelukt om onder een begrotingstekort van 0,5% van het bbp te blijven. Dit blijkt uit het Financieel Jaarverslag van het Rijk over het jaar 2015. Dit ondanks de decentralisering van een groot aantal taken op onder andere het gebied van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Mede hierdoor worden de EMU normen (die gelden voor de collectieve overheidsfinanciën) niet overschreden.

Financieel Jaarverslag

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem bood op 18 mei 2016 de verantwoordingsstukken aan de Tweede Kamer aan over het afgelopen jaar, waaronder het Financieel Jaarverslag. Dit Jaarverslag over 2015 geeft een overzicht van het gerealiseerde overheidstekort in vergelijking tot de raming in de Miljoenennota van 2015.

Europese norm begrotingssaldo

Conform de Europese norm voor het begrotingssaldo geldt ieder jaar een maximaal begrotingstekort van 3 procent. Dit tekort wordt ook wel de grenswaarde van het EMU-saldo genoemd, waarbij EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Het EMU-saldo geldt voor de totale overheid, dus ook voor decentrale overheden. Het begrotingssaldo wordt uitgedrukt in een percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Hierdoor worden de overheidsuitgaven gelinkt aan de omvang van de totale economie.

Wet houdbare overheidsfinanciën

Het kabinet en de decentrale overheden spraken voor 2015 de ambitie uit om op een begrotingstekort van maximaal 0,3% van het bbp uit te komen. Dit is ambitieuzer, en dus lager, dan de norm van 0,5% van het bbp die de Wet houdbare overheidsfinanciën (HoF) voorschrijft. De wet HoF schrijft een gezamenlijke, gelijkwaardige inspanning voor van alle overheidslagen om het EMU-tekort binnen de perken te houden. Uit het Financieel Jaarverslag blijkt dat het decentrale overheden is gelukt om zelfs binnen de norm van 0,3 procent te blijven die is afgesproken. Desondanks is het tekort wel een half miljard euro hoger uitgevallen dan geraamd in de Miljoenennota van 2015.

Reden voor het tekort

Het tekort van decentrale overheden en hun samenwerkingsverbanden over 2015 is uitgekomen op 2,3 miljard euro, een half miljard meer dan de begrote 1,8 miljard euro. Het kabinet geeft aan dat dit te maken heeft met de decentralisering van bepaalde taken naar gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen en maatschappelijke ondersteuning. Deze decentralisatie heeft een flinke toename van het gemeentefonds tot gevolg gehad. Dit is met name te wijten aan de inwerkingtreding van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015.

Transitie

Minister Ronald Plasterk van BZK en staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën geven aan dat zij tevreden zijn met de functionering van het gemeentefonds in 2015. Volgens hen hebben gemeenten hun taken naar behoren kunnen uitvoeren. Wel geeft minister-president Mark Rutte namens het kabinet aan dat, hoewel de transitie tot nu toe goed verlopen is, de ‘echte cultuuromslag’ in het sociaal domein nog moet plaatsvinden.

Door:

Petra Werkman en Paul Zondag, Europa decentraal

Bron:

Nieuwsbericht VNG Magazine

Meer informatie:

EMU-saldo Europa Nu
Financiële aspecten EU Europa decentraal
Schatkistbankieren Europa decentraal
Wet HoF Europa decentraal
Financieel Jaarverslag 2015, Ministerie van Financiën