Brexit: nog één jaar te gaan. Wat is er afgelopen jaar gebeurd?

26 maart 2018Brexit

Bijna een jaar geleden, op 29 maart 2017, heeft het VK aan de Europese Raad laten weten dat zij de EU gaat verlaten. Uittreding van lidstaten uit de EU is vastgelegd in art. 50 van het EU-Verdrag. Hierin is bepaald dat het VK en de EU twee jaar de tijd hebben om tot een uittredingsovereenkomst te komen, voordat het VK uit de EU zal treden. Het is dus waarschijnlijk dat het VK over een jaar (op 29 maart 2019) de EU zal verlaten. Met deze mijlpaal van één jaar tot uittreding in het vooruitzicht zal dit artikel een overzicht geven van de ontwikkelingen van afgelopen jaar en een korte vooruitblik schetsen.

1. Onderhandelingen in fases
2. De Eerste Fase: Onderhandeling over uittreding
3. De tweede fase: onderhandelingen over transitieperiode
4. De toekomstige relatie
5. Voorlopige conclusies

Onderhandelingen in fases

De eerste stappen in 2017 in het Brexit-proces waren onderhandelingen over de Brexit. Het VK stelde in de zogenaamde notificatiebrief voor om onderhandelingen over de toekomst en over de terugtrekking tegelijkertijd te doen. De EU had echter de wens voor een gefaseerde onderhandeling. Dat wil zeggen dat de onderhandelingen in verschillende fases plaats zouden vinden. In dat geval wordt eerst de terugtrekking en daarna de toekomstige relatie behandeld. In de dagen voor de eerste onderhandelingen, op 19 juni 2017, bleek dat de onderhandelingen volgens de wensen van de EU in fases gevoerd zouden worden.

De structuur van de Brexit-onderhandelingen volgt in grote lijnen de volgorde die art. 50 lid 2 en 3 van het Verdrag van de Europese Unie (VEU) aangeeft. Daarin staat dat de EU een akkoord moet sluiten met de uittredende lidstaat over de voorwaarden van terugtrekking (een uittredingsovereenkomst) en daarbij rekening moet houden met toekomstige betrekkingen.

De eerste fase: onderhandelingen over uittreding

Na de verkiezingen in het VK op 8 juni 2017, waarin Premier May haar absolute meerderheid in het Britse parlement verloor, begonnen de Brexit-onderhandelingen (op 19 juni 2017). De Europese Raad heeft tijdens de Europese top van 29 april 2017 onderhandelingsrichtsnoeren opgesteld voor de Brexit-onderhandelingen en tevens de Europese Commissie gemandateerd om de onderhandelingen te voeren. In deze richtsnoeren zet de Raad uiteen waar de uittredingsovereenkomst aan moet voldoen. De Britten onderhandelden aan de hand van een white paper met een 12-punten plan. Onderhandelingen tijdens de eerste fase dienen uitsluitsel te bieden binnen de uitredingsovereenkomst over drie onderwerpen: de Britse financiële bijdrage aan de EU, wat er gebeurt met de Noord-Ierse grens en wat de rechten van Britse burgers in de EU en EU-burgers in het VK zijn na de Brexit.

Voldoende vooruitgang

Begin december 2017 werd na een aantal maanden met moeizame onderhandelingen een voorlopige overeenstemming bereikt over het merendeel van de uittredingsonderwerpen. Wederzijdse burgerrechten zouden gegarandeerd blijven en het Britse hof zou zich hierin laten leiden door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bovendien stemde het VK ermee in om alle financiële verbintenissen die het tijdens het EU-lidmaatschap zijn aangegaan na te komen. Over de Noord-Ierse kwestie kwam geen uitsluitsel; er is overeenkomst dat er een unieke oplossing dient te komen en dat een harde grens moet worden vermeden. De Europese Raad kwam op 15 december 2017 tot de conclusie dat dit desalniettemin als voldoende vooruitgang kon worden beschouwd en gaf het akkoord om simultaan de onderhandelingen voor een tweede fase te starten. De Europese Raad  heeft dan ook tijdens dezelfde top onderhandelingsrichtsnoeren voor deze tweede fase vastgesteld. Tijdens de tweede fase wordt onderhandeld over de toekomstige relatie van de EU met het VK en de transitieperiode.

Het principeakkoord

Op 28 februari 2018 publiceerde de Commissie een conceptvoorstel voor de uittredingsovereenkomst. Deze bevat de voorlopige afspraken die gemaakt werden in december 2017 en voorstellen voor een zogenaamde transitieperiode, uitgewerkt tot een volledig verdrag. Dit zal het uittredingsakkoord worden, waarmee het VK op een georganiseerde manier uit de EU kan stappen.

Ervan uitgaande dat de uittredingsovereenkomst wordt getekend door het VK, moet deze nog door alle nationale parlementen, de Europese Raad en het Europese Parlement worden goedgekeurd voor de Brexit op 29 maart 2019. Volgens de schattingen van de Commissie moet het akkoord klaar zijn in oktober 2018 om tijdig geratificeerd te zijn voor de Brexit-datum.

De tweede fase: onderhandelingen over transitieperiode en de toekomstige relatie

In het concept  van de uittredingsovereenkomst stelt de EU voor om een transitieperiode in te stellen tot 31 december 2020 (de dag voordat het nieuwe Meerjarig Financieel Kader ingaat) waarin de VK zich wel houdt aan het acquis van de EU, maar geen lid is van de EU en daardoor geen inspraak meer heeft op de Europese besluitvorming. Tevens wordt erin voorgesteld om Noord-Ierland na de Brexit onderdeel te laten blijven van de interne markt, tenzij er een andere overeenkomst wordt bereikt. Hoewel premier May eind februari 2018 nog zei dat dit akkoord de grondwettelijke eenheid van het Verenigd Koninkrijk zou aantasten, werd vorige week maandag bekend dat er wat betreft de hoofdlijnen een principeakkoord is tussen de EU en het VK over het concept van de Commissie voor een uittredingsovereenkomst. De EU heeft hierin ook concessies gedaan; het VK is toegestaan om met andere landen onderhandelingen te beginnen over nieuwe handelsakkoorden tijdens de transitieperiode. Meer informatie over het principeakkoord vindt u in het artikel: EU en VK presenteren voorlopig Brexit-akkoord.

Toekomstige relatie

Tijdens de Europese Raad van 23-24 maart 2018 werden de onderhandelingsrichtsnoeren voor de toekomstige relatie met het VK vastgesteld. Ervan uitgaande dat het terugtrekkingsakkoord wordt aangenomen, hebben het VK en de EU tot 31 december 2020 de tijd om een nieuwe handelsovereenkomst  te sluiten en afspraken te maken op andere terreinen. Volgens de voorzitter van de Europese Raad Tusk is extra wrijving in de nieuwe handelsrelatie tussen het VK en de EU onontkoombaar. Meer informatie over de aangenomen onderhandelingsrichtsnoeren leest u in het artikel: Europese Raad neemt richtsnoeren aan voor post-Brexit relatie.

Voorlopige conclusies

Afgelopen jaar is er enige vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over de terugtrekking van het VK uit de EU. In grote lijnen ligt er een principeakkoord. Het heetste hangijzer – de Ierse grenskwestie – is echter nog niet opgelost. Daarom is het goed om het adagium van de Brexit-onderhandelingen ter harte te nemen: “Nothing is agreed until everything is agreed”. Met andere woorden: totdat de onderhandelingen omtrent de Brexit volledig zijn afgerond, is het principeakkoord omtrent de uittredingsovereenkomst nog niet definitief.

Wat de uitkomst van de Brexit-onderhandelingen ook zal zijn, de Brexit zal zonder twijfel impact hebben op Nederland en daarmee ook op de decentrale overheden en hun praktijk. Uit een recent rapport van het Comité van de Regio’s blijkt dat 60% van de regio’s uit het onderzoek nog niet zijn begonnen met een het formuleren van een gestructureerd beeld van de Brexit en zijn impact. Meer informatie over de economische impact op Nederland en zijn regio’s leest u in het artikel: Kansen en risico’s voor de regionale en lokale economie: Brexit-rapporten nader beschouwd

Meer weten over dit onderwerp?

Europa decentraal houdt de ontwikkelingen rondom de Brexit nauwlettend in de gaten. Op onze pagina over ons Brexit-loket voor decentrale overheden kunt u meer lezen over de uittreding van het VK uit de EU. Daarnaast kunnen decentrale overheden hier terecht met hun vragen over de Brexit.

Door:

Fabian Wondergem en David Schutrups, Europa decentraal

Meer informatie:

Brexit-loket, Europa decentraal
Brexit, Europa decentraal
Artikel 50 procedure, Europa decentraal
Europese Commissie publiceert concept uittredingsovereenkomst, Europa decentraal
Standpunt van de lidstaten, Europa decentraal