Juridische onderbouwing Small on Small

De grenzen van de-minimis

De Europese Commissie heeft in 2014 de staatssteunregels vereenvoudigd. Een belangrijke doelstelling van deze State Aid Modernisation (SAM) is om meer focus te leggen op zaken die grote impact hebben op de Europese interne markt, en minder op lage steunbedragen. Na het vereenvoudigingspakket SAM zijn de vrijstellingen daarom verruimd. Lokale en regionale overheden kunnen nu vaker volstaan met de lichte steunprocedure en hoeven minder staatssteun aan te melden.

Eén van deze vrijstellingsmogelijkheden is de de-minimisverordening. Overheden kunnen ondernemingen onder deze verordening tot € 200.000,- aan steun verlenen over een periode van drie jaar. Onder de de-minimis is er geen sprake van staatssteun. Een steunprocedure volgen is niet nodig.

De Europese Commissie heeft in dit SAM moderniseringspakket de de-minimisdrempel van € 200.000,- niet verhoogd. Het bedrag blijkt in praktijk ontoereikend om lokale initiatieven voldoende te stimuleren en wordt daarom gauw overschreden.

Dit illustreren we aan de hand van een voorbeeld:

  1. Gemeente X heeft een subsidieregeling voor duurzaamheid en stadslandbouw voor ondernemers opgesteld. De gemeente hoopt ondernemers hiermee te stimuleren om maatschappelijk verantwoord en duurzaam te ondernemen.
  2. Francien is eigenaar van een klein restaurant dat alleen biologische producten aanbiedt. Haar restaurant is een succes en zij wil dit concept graag uitbreiden. Het restaurant staat in een achterstandswijk die dankzij jonge startende ondernemers in opkomst is.
  3. In een straat verderop staat een pand te koop. Francien wil dit pand renoveren en er een ecologisch restaurant gaan exploiteren. Zij wil als echte urban-agrariër haar eigen groente en fruit op het dak van het pand verbouwen.
  4. In het nieuwe restaurant wil Francien biologisch geproduceerde producten aanbieden, duurzaam ondernemen bevorderen en het monumentale pand revitaliseren.
  5. Om het restaurant te kunnen beginnen, moet Francien het pand opknappen en de tuin op het dak prepareren voor de groente- en fruitteelt. Met haar eigen startkapitaal en financiële steun door gelden van derden kan zij de huur van het pand en de inventaris bekostigen.
  6. Voor het opknappen van het pand heeft Francien € 240.000,- nodig en voor de landbouwtuin op het dak € 20.000,-.
  7. Francien doet een subsidieaanvraag voor de financiering van deze activiteiten onder de subsidieregeling van de gemeente. Het project sluit goed aan op het doel van de regeling.
  8. De gemeente stuit echter op praktische moeilijkheden:
    • Het aangevraagde bedrag voor de restauratie van het pand overschrijdt namelijk de de-minimisdrempel van € 200.000,-. Daardoor mag de steun niet in zijn geheel (en zonder kennisgeving) op grond van de de-minimisverordening toegekend worden. Francien komt dus uiteindelijk € 40.000,- tekort. Zonder dat bedrag kan zij het project niet financieren.
    • Daarom ziet de gemeente zich genoodzaakt de subsidie voor het opknappen van het pand toch kennis te geven op basis van de reguliere staatssteunregels. Dit doet zij bij DG Concurrentie.
  9. Omdat Francien landbouwproducten gaat kweken, zien de staatssteunregels haar voor die activiteiten als boer. Voor landbouw gelden andere, strengere staatssteunregels.
    • De landbouw de-minimis is niet van toepassing, omdat de drempel van € 15.000,- wordt overschreden.
    • Voor het bedrag van € 20.000,- voor de aanleg van de landbouwtuin moet de gemeente daarom een kennisgeving onder de staatssteunregels voor de landbouw doen. Dit doet zij bij DG Landbouw.
  10. Door een verschil van € 45.000,- moet de gemeente twee procedures doorlopen bij twee verschillende DG’s, die verschillende werkwijzen hebben en verschillende deadlines hanteren.

Concluderend:

  • Bij overschrijding van het de-minimisplafond met een klein bedrag moeten lokale en regionale overheden alsnog een kennisgeving doen bij de Europese Commissie.
  • Wanneer een project ook landbouwactiviteiten bevat, moeten lokale en regionale overheden bij overschrijding van de de-minimisdrempel twee aparte steunkaders volgen. Deze steunkaders zijn afkomstig van verschillende DG’s, die andere deadlines hanteren en een andere werkwijze hebben.
  • DG Landbouw controleert de kennisgevingen bijvoorbeeld vooraf, terwijl DG Concurrentie de kennisgevingen steekproefsgewijs achteraf controleert. Hierdoor kunnen er in de praktijk uitvoeringsmoeilijkheden ontstaan voor steunverlenende lokale en regionale overheden.
  • De gehanteerde de-minimisdrempel kan nog steeds leiden tot extra administratieve lasten als gevolg van het doen en verwerken van kennisgevingen voor zowel lokale en regionale overheden als voor de DG’s.
X