Juridische onderbouwing What-a-Waste!

Van afval naar grondstof

De Europese Commissie wil snel overgaan naar een circulaire economie, waarbij afvalstoffen zo veel mogelijk gebruikt worden als grondstof voor een nieuw product. De Europese Commissie heeft in dit kader haar regelgeving over het hergebruik van afval herzien, waarmee de overgang naar een circulaire economie wordt gestimuleerd en versneld. Innovatie speelt hierbij een grote rol. Zo werken bedrijven en lokale en regionale overheden mee aan nieuwe manieren om afval te recyclen.

Er worden steeds nieuwe manieren gevonden om afval te hergebruiken, wat bijvoorbeeld resulteert in nieuwe stoffen die gebruikt kunnen worden voor landbouw. In de EU Kaderrichtlijn afvalstoffen zijn criteria opgenomen op basis waarvan stoffen de status eindeafval (end-of-waste) kunnen verkrijgen. Zulke stoffen kunnen worden aangewezen in een Kaderrichtlijn afvalstoffen waardoor ze door in de hele Europese Unie erkend worden als einde-afval en gemakkelijk verhandeld kunnen worden.

De praktijk lijkt echter voor te lopen op Europese regelgeving over afvalbeheer. Wanneer er een nieuwe mogelijkheid wordt ontdekt tot duurzaam hergebruik, is de gebruikte afvalstof nog niet direct opgenomen in de kaderrichtlijn. Daardoor zijn lidstaten genoodzaakt vooral te kijken naar de  mogelijkheden in nationale wetgeving. Lidstaten kunnen nationale einde-afvalregelingen maken en er kan per individueel geval getoetst worden aan de einde-afvalcriteria.

De aanpak en regels verschillen per lidstaat, wat grensoverschrijdende handel belemmert. Zowel overheden als bedrijven moeten lange, juridisch complexe en dure wegen begaan om een nieuwe gerecyclede afvalstof te kunnen gebruiken en verhandelen.

Dit illustreren we aan de hand van een voorbeeld:

  1. Waterschap Y hergebruikt een deel van zijn afvalstoffen. Zo wordt het slib dat achterblijft na het zuiveren van afvalwater bijvoorbeeld gebruikt als brandstof voor biogasinstallaties.
  2. Door een nieuwe technologische ontwikkeling, kan er uit het slib van het afvalwater struviet gewonnen worden. Deze stof kan gebruikt worden als meststof voor landbouw. Struviet kan zowel direct op het land gebruikt worden, of als grondstof om nog betere (kunst)mest te maken.
  3. Het waterschap wil struviet gaan winnen uit het slib en deze verkopen als meststof aan boeren, of als grondstof aan een fabrikant die er kunstmest van maakt. Voordat struviet verhandeld kan worden, moet het waterschap weten aan welke eisen moet worden voldaan bij het vervoer, de verkoop en het gebruik van de stof.
  4. Hiervoor moet allereerst gekeken worden of struviet een afvalstof is of niet. Struviet is niet opgenomen in een Europese einde-afval regeling: de EU Kaderregeling afvalstoffen.

De beoordeling of struviet de status einde-afval mag krijgen, ligt daarom op het niveau van de lidstaat van het waterschap.

  1. Wanneer het waterschap aan de hand van de einde-afvalcriteria en de nationale wetgeving, bepaalt dat struviet einde-afval-product is, valt het onder de Europese chemicaliënverordening Reach. De stof heeft een Reach registratie nodig. Dit alles kost veel tijd en er moet betaald worden voor dure onderzoeksgegevens. Zodra de registratie is geregeld, kan het waterschap ervoor kiezen om struviet te verhandelen als meststof of als grondstof:
    • Om het struviet als meststof te kunnen verkopen, moet het of voldoen aan de  EU meststoffenverordening of opgenomen zijn in de nationale meststoffenwet. In het eerste geval mag het door heel Europa verhandeld worden, in het tweede geval alleen in eigen land. Struviet is nog niet opgenomen in de EU meststoffenverordening, daarom moet de nationale wetgeving gevolgd worden. Omdat elke lidstaat andere regels heeft, maakt dit de handel in struviet erg lastig. In de meeste lidstaten is struviet nog niet toegelaten als meststof.
    • Als struviet als grondstof wordt verkocht, bijvoorbeeld aan een kunstmestfabrikant, krijgt het waterschap niet te maken met de meststoffenregels.
  1. Wanneer de lidstaat van het waterschap bepaalt dat struviet een afvalstof is en niet de status van einde-afval kan verkrijgen is het eventueel mogelijk om struviet toch te verhandelen. Het waterschap kan er nu voor kiezen om struviet te verhandelen als meststof of als grondstof:
    • In sommige lidstaten mogen ook afvalstoffen als meststof verhandeld worden. Als struviet is opgenomen in de nationale meststoffenregels mag het in eigen land als meststof gebruikt worden.
    • Verhandelen als grondstof is lastig, omdat de afvalregels gevolgd moeten worden voor het transport en de afnemer moet een vergunning krijgen om afvalstoffen te verwerken. In die vergunning moet de Euralcode uit de Europese Afvalstoffenlijst voor struviet zijn opgenomen. Die is er echter (nog) niet, waardoor onduidelijkheid bestaat over aan welke voorwaarden moet worden voldaan.

Concluderend:

  • De praktijk van circulaire economie ontwikkelt zich snel en op een innovatieve manier. De ontwikkelingen lopen voor op de Europese regelgeving over mest en afval. Doordat de status van struviet (afval of einde-afval?) niet Europees is geregeld, bestaat er veel onduidelijkheid over aan welke eisen moet worden voldaan voor de handel en het gebruik van struviet.
  • Decentrale overheden moeten een lange, complexe en dure weg begaan, voordat zij struviet kunnen verhandelen, vervoeren en gebruiken.
  • Doordat er voor struviet geen Europese einde-afvalregeling is, en het niet is opgenomen in de EU meststoffenverordening, moeten lidstaten kijken naar nationale regels. Deze kunnen per land verschillen, waardoor de Europese interne markt wordt belemmerd.
X