Samenvatting Acces2Fiber

Aanleg breedbrandinfrastructuur

Wat is het projectidee?

Om burgers en bedrijven gevestigd in een buitengebied te voorzien van snel internet, wil een provincie de aanleg van glasvezelinternet stimuleren door het geven van een subsidie. De aanleg van breedbandinfrastructuur in buitengebieden is voor marktpartijen financieel immers niet aantrekkelijk, omdat het rendement vanwege het zeer beperkte aantal aansluitingen tegenvalt.

De provincie heeft veel initiatieven moeten faciliteren en wil nu zelf investeren om rurale gebieden aangesloten te krijgen op internet. Ook in de dichtbevolkte, stedelijke gebieden binnen de provincie is steun in sommige gevallen nodig om de bestaande netwerken te moderniseren, zodat de internetsnelheid omhoog gaat (bijvoorbeeld door de aanleg van glasvezel).

Hoe past het binnen de EU beleidsdoelen?

In de snelle technologische, geavanceerde en digitale wereld van nu is toegang tot snel internet cruciaal. Dit geldt zowel voor burgers als voor bedrijven. Vooral in buitengebieden blijft de realisatie van snel internet nog uit. De Europese Unie wil betaalbare toegang tot snel internet voor alle burgers en bedrijven in Europa bewerkstelligen. In de meer afgelegen gebieden blijkt de aanleg van breedbandinfrastructuur commercieel niet aantrekkelijk voor de markt. Via onder andere het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) stelt Europa financiële middelen beschikbaar voor de aanleg van snel breedband en andere digitale netwerken, ook in afgelegen gebieden.

Waar loopt de provincie tegenaan bij het toepassen van EU regelgeving?

De provincie kan ervoor kiezen om marktpartijen financieel te stimuleren om bedrijven en burgers toch aan te sluiten. Omdat de provincie kiest voor een subsidie, moeten de staatssteunregels worden toegepast om concurrentieverstoring te beperken. Tijdens de modernisering van het staatssteunpakket heeft de Europese Commissie een nieuwe vrijstelling voor breedbandinfrastructuur geïntroduceerd. Doelstelling hiervan is dat steun gemakkelijker kan worden verleend, zonder dat er zware procedures doorlopen moeten worden. In de praktijk blijkt echter dat de provincie nog steeds aan relatief zware voorwaarden moet voldoen.

  • Om gebruik te maken van de vrijstellingsmogelijkheid voor breedbandinfrastructuur, moet de provincie eerst met een publieke consultatie vaststellen of er in het hele gebied sprake is van marktfalen. Zij moet kijken of er al breedbandinfrastructuur aanwezig is en of de markt in de toekomst plannen heeft om infrastructuur aan te leggen. Als dit niet zo is, dan mag de provincie volstaan met een lichte procedure, waardoor het eenvoudiger is om de subsidie te verlenen.
  • Het resultaat van de consultatie is een ‘lappendeken’ binnen het grondgebied van de provincie: in sommige gebieden geven marktpartijen aan dat ze wel infrastructuur willen gaan aanleggen, in andere niet. Het hele gebied bestaat dus uit verschillende deelgebieden, ieder met een eigen status. Voor elk gebied moet de provincie andere voorwaarden toepassen.
  • De provincie moet werken met drie typen gebieden: (1) witte gebieden waar nog geen infrastructuur ligt en waar de markt ook geen plannen heeft; (2) grijze gebieden waar slechts één marktpartij actief is en waar op korte termijn waarschijnlijk geen ander netwerk zal worden ontwikkeld; (3) zwarte gebieden waar meerdere marktpartijen actief zijn.

In het witte gebied kan nu relatief snel breedbandinfrastructuur aangelegd worden. Maar in de naastliggende grijze en zwarte gebieden moet de aanleg uitgesteld worden, omdat de provincie eerst goedkeuring moet vragen aan de Europese Commissie. Daarvoor moet de provincie een langdurige en administratief zware staatssteunprocedures volgen. Dit bemoeilijkt een integrale benadering van de aanleg van breedband in het gehele (buiten) gebied.

X