Samenvatting Growing Power

Staatssteun voor milieu-innovatie

Wat is het projectidee?

Een grote fabriek aan de rand van een stad stoot veel CO2 uit tijdens het productieproces. De fabriek zoekt naar een mogelijkheid om de CO2-uitstoot te beperken en minder schade aan het milieu te veroorzaken. De CO2 kan bijvoorbeeld hergebruikt worden in de tuinbouw om de groei van de planten te bevorderen. Kassen hoeven hiervoor dan geen gebruik meer te maken van aardgas, wat een forse CO2-reductie oplevert. Om rest-CO2 te kunnen leveren aan het glastuinbouwbedrijf, moet de CO2 worden afgevangen en bewerkt. Ook moet een transportpijpleiding worden aangelegd, waarmee de CO2 kan worden getransporteerd naar het glastuinbouwbedrijf.

Hoe past het binnen de EU beleidsdoelen?

Volgens de Europa2020-strategie moet in 2020 de CO2-uitstoot met 20% gereduceerd zijn ten opzichte van 1990. Voor 2030 is het doel een vermindering van 40% en in 2050 een vermindering van 80%. Om dit te bereiken, is op Europees niveau voor een aantal sectoren een CO2-emissiehandelssysteem opgezet, het EU-ETS.

Een andere mogelijkheid om de uitstoot van CO2 te verminderen is dus het hergebruik van CO2. Dit is een relatief nieuwe aanpak en is nog vrij kostbaar. Bedrijven die dit soort initiatieven willen opzetten, hebben daarom vaak financiële steun nodig van de overheid. Als overheden projecten die bijdragen aan vermindering van de CO2-uitstoot financieel wil steunen, moeten zij de Europese staatssteunregels toepassen. Voor milieusteun heeft de Europese Commissie bepaalde vrijstellingen geformuleerd, waardoor het eenvoudiger moet zijn om dergelijke steun te verlenen.

Waar loopt de gemeente tegenaan bij het toepassen van EU regelgeving?

De gemeente hoopt de staatssteunuitzonderingen op milieu te kunnen toepassen.

  • Maar steun blijkt echter alleen mogelijk als dankzij de subsidie het milieueffect ligt bij diegene die de steun ontvangt. Dat is in dit geval niet zo: de fabriek blijft immers zelf de CO2 produceren. Het uiteindelijke milieueffect wordt bereikt door de kassen, die geen aardgas meer hoeven te gebruiken. Bovendien valt steun ten behoeve van infrastructuur (de aanleg van de pijpleiding) niet onder de staatssteunregels voor milieu. Er kan daarom geen gebruik gemaakt worden van de milieu-uitzonderingen.
  • Voor het project, dat uiteindelijk wel leidt tot een drastische vermindering van CO2-uitstoot, moet de gemeente een zwaardere staatssteunprocedure volgen. Dit kost zowel veel tijd als geld.
  • Ook voor de fabriek is de drempel om het project uit te voeren hierdoor groter geworden. Men moet immers lang wachten tot er duidelijkheid is of het project van start kan gaan en de financiering rond komt.
X