Samenvatting Urban Habitats

Dierlijke en menselijke leefgebieden in een stedelijke omgeving

Wat is het projectidee?

In een gemeente bevindt zich een industrieel gebied met veel leegstand. De gebouwen zijn bovendien in zeer slechte staat. De gemeente wil het industrieterrein herbestemmen en de panden door een projectontwikkelaar om laten bouwen tot commerciële koopwoningen en sociale woningbouw. Tijdens de leegstand heeft de beschermde dwergvleermuis zijn intrek genomen in dit industriële gebied.

Hoe past het project binnen de EU beleidsdoelen?

De dwergvleermuis is een beschermde diersoort en valt onder de bescherming van de Europese Habitatrichtlijn. Deze richtlijn is een van de instrumenten waarmee Europa de biodiversiteit wil beschermen. Deze vleermuis valt onder het zwaarste beschermingsniveau binnen de richtlijn.

Waar loopt de gemeente tegenaan bij het toepassen van EU regelgeving? (Deel 1)

Voor aanvang van uitvoering van het woningbouwproject moet onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor de dwergvleermuis. Dit beestje wordt aangemerkt als zeer beschermd onder de Habitatrichtlijn, maar is in Nederland echter een veelvoorkomende diersoort.

  • Volgens Europese regelgeving moeten beide partijen (gemeente en projectontwikkelaar) onderzoek doen naar de gevolgen van het uitvoeren van woningbouwplannen voor de bescherming van de vleermuis. Resultaat: twee onderzoeksrapporten, namelijk een natuurrapport van de gemeente en een milieueffectrapportage van de projectontwikkelaar.
  • De uitkomsten van de onderzoeken spreken elkaar in dit geval tegen: volgens de gemeente zullen de gevolgen voor de vleermuis niet groot zijn, terwijl de projectontwikkelaar juist zegt dat er significante gevolgen kunnen zijn.
  • Omdat er één partij heeft geconcludeerd dat er wel significante gevolgen kunnen zijn (de projectontwikkelaar), zal de gemeente op grond van de Habitatrichtlijn ook moeten kijken naar alternatieve of compenserende maatregelen. Die blijken er niet te zijn.

Waar loopt de gemeente tegenaan bij het toepassen van EU regelgeving? (Deel 2)

Het publieke belang is in dit geval groot: de verpaupering van het gebied gaat door als niet wordt ingegrepen en problemen worden groter. De gemeente heeft nog één kans op doorgang van het project. De Habitatrichtlijn zegt namelijk dat het project door mag gaan, wanneer er sprake is van een ‘dwingende reden van groot openbaar belang’.

  • De gemeente vindt het lastig om aan te tonen dat het project hieraan voldoet. Omdat er sprake is van gemengde bouw, is het onduidelijk of deze stempel kan worden gegeven aan het project. Wat het risicovol maakt om een dergelijke stellingname te kunnen doen, is dat pas bij een uitspraak van een rechter duidelijk wordt of daadwerkelijk sprake is van een dergelijk belang.
  • Er wordt geen concrete invulling gegeven aan het begrip ‘dwingende reden van groot openbaar belang’. De Habitatrichtlijn verwijst hiervoor naar beginselen uit de Europese regels over vrij verkeer en naar de staatssteunregels over Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Deze beginselen zijn echter ingegeven door argumentaties in het kader van interne marktregels en niet door milieubelangen.

In de praktijk blijkt dan ook dat het ‘dwingende reden van groot openbaar belang’-principe hierdoor nauwelijks wordt toegepast. Daarnaast heeft de gemeente onvoldoende handvatten om te beoordelen hoeveel kosten in rekening gebracht mogen worden.

X