Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Clean Energy Package uitonderhandeld

14 januari 2019Duurzaamheid

Eind 2018 hebben het Europees Parlement en de Raad een compromis bereikt over de laatste onderdelen van het pakket Clean energy for all Europeans. Het uitonderhandelen van dit pakket was een van de doelen van het Oostenrijkse voorzitterschap voor de tweede helft van 2018. Provincies en gemeenten vervullen een belangrijke rol bij de verwezenlijking van energiebesparing en een verduurzaming van de energieconsumptie.

Wat is het Clean Energy Package?

Het wetgevingspakket ‘Clean energy for all Europeans’ is een initiatief van de Europese Commissie. Het pakket, dat is aangekondigd in november 2016, bestaat uit acht individuele verordeningen en richtlijnen die verhoogde doelen voor stellen voor 2030 en betrekking hebben op nieuwe mechanismes voor energiebesparing, gebruik van duurzame energie en de elektriciteitsmarkt. Hieronder vindt u een overzicht van de acht onderdelen in het Clean Energy Package

1. Energieprestaties gebouwen

In de vernieuwde richtlijn voor energieprestaties van gebouwen zijn meerdere nieuwe vereisten opgenomen voor gebouwen. Zo worden lidstaten verplicht om een langetermijnrenovatiestrategie vast te stellen. Deze strategie moet ertoe bijdragen dat (zowel openbare als particuliere al dan niet voor bewoning bestemde) gebouwen voor het einde van 2050 in hoge mate energie-efficiënt en koolstofvrij zijn.  Een voorbeeld is dat parkeerterreinen bij nieuwe of gerenoveerde gebouwen voorzien moeten worden van laadpalen voor elektrische auto’s. Dit geldt voor parkeerterreinen met meer dan tien auto’s. Hiernaast dient één op de vijf parkeerplekken te beschikken over de infrastructuur om later te worden voorzien van een laadpaal.

2. Hernieuwbare energie

In de vernieuwde richtlijn hernieuwbare energie is een nieuw doel opgenomen voor het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energieconsumptie binnen de Europese Unie. Voor 2020 was dit doel 20% en dit is met de nieuwe richtlijn verhoogd tot 32%.

Ook bevat de vernieuwde richtlijn bepalingen over geavanceerde biobrandstoffen. In Annex IX is een lijst opgenomen met daarin de toegestane grondstoffen voor deze biobrandstoffen. Bij het opstellen van deze lijst is rekening gehouden met Indirect Land Use Change (ILUC).

3. Energie-efficiëntie

De gewijzigde richtlijn met betrekking tot energie-efficiëntie heeft het energiebesparingsdoel voor 2030 vastgesteld op 32,5% ten opzichte van het niveau van energiegebruik in 2005, een verhoging in vergelijking met het doel van 20% in 2020. De energieconsumptie van de transportsector telt niet mee voor de berekening van het totale energiecircuit.

4. Governance

De governance-verordening bevat mechanismen die ervoor zorgen dat de gestelde doelen met betrekking tot onder andere hernieuwbare energie en energiebesparing worden behaald. Zo wordt in deze verordening onder andere vastgesteld wat het individuele doel is voor elke lidstaat voor het aandeel van hernieuwbare energie. De formule die dit doel bepaalt, weegt verschillende factoren mee, waaronder het huidige niveau en het bruto nationaal product.

Daarnaast zijn de lidstaten op grond van artikel 3 van de verordening verplicht om jaarlijks een Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK) op te stellen ter goedkeuring van de Commissie. Het eerste concept-INEK is eind 2018 verstuurd naar de Commissie. Uiterlijk 31 december 2019 dient het eerste definitieve INEK door de Commissie te zijn ontvangen. Tweejaarlijks dienen de lidstaten verslag uit te brengen over de voortgang van de energie- en klimaatplannen.

Ook zijn de lidstaten verplicht, op grond van artikel 15, om voor 1 januari 2020, daarna voor 1 januari 2029 en elke tien jaar daarna, een langetermijnstrategie voor te leggen aan de Europese Commissie. Deze strategie moet minimaal betrekking hebben op een periode van 30 jaar. Indien nodig werken de lidstaten deze strategie elke vijf jaar bij.

5. Elektriciteitsverordening

In het voorstel tot wijziging van de elektriciteitsverordening was opgenomen dat de prijzen voor elektriciteit binnen de Europese Unie minder gereguleerd dienden te zijn en bepaald moesten worden door vraag en aanbod met versterkte concurrentie. Dit voorstel is echter niet opgenomen in het compromis dat bereikt is tijdens de laatste triloog.

In de verordening is opgenomen dat centrales die energie opwekken met een uitstoot van meer dan 550 gr. CO2/kWh, niet meer in aanmerking zullen komen voor capaciteitsmechanismes. Dit is een vorm van staatssteun waarmee centrales worden vergoed voor het beschikbaar houden van opwekkingscapaciteit.

6. Elektriciteitsrichtlijn

De gewijzigde elektriciteitsrichtlijn heeft betrekking op de interne markt voor energie. Artikel 3 van de voorgestelde richtlijn bepaalt dat nationale wetgeving geen belemmering mag vormen voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen. Ook beoogde het voorstel dat aanbieders van elektriciteit vrij moeten zijn om zelf hun prijzen vast te stellen.

7. Risicoparaatheid

De verordening risicoparaatheid heeft tot doel de lidstaten beter in staat te stellen om energiecrises te voorkomen en aan te pakken. Onderdeel hiervan is de gelijkschakeling van definities in de lidstaten.

8. Agentschap (ACER)

Het laatste onderdeel van het Clean Energy Package is de vernieuwde verordening voor het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators. Deze verordening ziet toe op betere samenwerking tussen nationale elektriciteit- en gasbeheerders door het takenpakket van het Agentschap bij te werken en in een aantal gevallen uit te breiden. Zo zal het Agentschap, samen met nationale regulerende instanties en het Europees netwerk van transmissiebeheerders (ENTSB) voor elektriciteit, toezicht houden op en onderzoek verrichten naar het functioneren van regionale operationele centra. Hiernaast krijgt het Agentschap de taak om voorstellen met betrekking tot elektriciteitsopwekking en risicoparaatheid goed te keuren en zo nodig te wijzigen.

 Wat zijn de volgende stappen richting volledige inwerkingtreding?

Over de in december 2018 bereikte compromissen dient nog gestemd te worden in het Europees Parlement en de Raad. Wanneer deze instellingen hun definitieve goedkeuring hebben gegeven aan de voorgestelde wetgeving zullen de laatste drie onderdelen van het Clean Energy Package in werking kunnen treden.

Hoe verhoudt het Clean Energy Package zich tot het klimaatakkoord van Parijs?

Het Clean Energy Package stelt doelen voor 2030. Deze zullen zonder verdere maatregelen niet voldoende zijn om de klimaatdoelen van Parijs voor 2050 te behalen. In een aantal onderdelen van het pakket is opgenomen dat de Commissie uiterlijk in 2023 kan voorstellen om de doelen te verhogen, indien dit nodig is voor het voldoen aan internationale verplichtingen, waaronder het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Voor 2050 heeft de Europese Commissie inmiddels een visiedocument opgesteld met daarin meerdere scenario’s die kunnen leiden tot het realiseren van een klimaatneutrale Europese Unie in 2050.

Hoe kunnen decentrale overheden bijdragen aan het behalen van deze doelen?

Provincies en gemeenten kunnen op diverse manieren bijdragen aan het verwezenlijken van energiebesparing en een verduurzaming van de energieconsumptie. Hier kan bijvoorbeeld rekening mee worden gehouden bij het opstellen van bestemmingsplannen of omgevingsvisies. Hiernaast kunnen aanbestedingen en steunmaatregelen worden ingezet als instrumenten om klimaatdoelen te bereiken.

Door:

Matthijs de Meer, Europa decentraal

Bron:

Clean energy for all Europeans, Europese Commissie

Meer informatie:

Clean Energy Package, Milieuverkenner Europa decentraal
Energie en Klimaat, Milieuverkenner Europa decentraal
Hoe kunnen decentrale overheden door aanbestedingen bijdragen aan de energietransitie, Europa decentraal
Europese Commissie presenteert langetermijnstrategie 2050, Europa decentraal

X