Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Cohesiebeleid

11 februari 2014

Met het cohesiebeleid wil de Europese Commissie de verschillen in ontwikkelingsniveaus tussen de Europese regio’s verkleinen en een bijdrage leveren aan de realisatie van de EU-2020 doelstellingen. Voorheen was het cohesiebeleid vooral gericht op de economisch en sociale samenhang. Met de komst van de EU2020-strategie is de territoriale samenhang daar aan toegevoegd.

ESIF

Voor het bereiken van deze samenhang stelt de EU de structuurfondsen (of: ESIF) ter beschikking. Decentrale overheden kunnen hier onder voorwaarden aanspraak op maken. De grondslag voor het cohesiebeleid is vastgelegd in art. 174 van het VWEU. Hier staat onder meer dat de Europese Unie voor een harmonieuze ontwikkeling haar optreden richt op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang.

Aandachtsgebieden

De Europese Unie heeft als doel de verkleining van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de regio’s en de achterstand van de minst begunstigde regio’s. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar plattelandsgebieden, regio’s die een industriële overgang doormaken en regio’s die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen.

Middelen

In de periode 2007-2013 bedroeg het Cohesie budget 347,41 miljard euro. In de periode 2014-2020 betreft de Europese bijdrage voor het cohesiebeleid 325,1 miljard euro. Dit geld is nodig om investeringen te financieren die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid en de EU 2020-strategie.

Via de volgende fondsen worden investeringen onder het cohesiebeleid gefinancierd:
– Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO);
– Europees Sociaal Fonds (ESF);
– Cohesiefonds (CF);
– Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en;
– Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV).

Thematische doelstellingen

De doelstellingen van het cohesiebeleid en de EU 2020-strategie zijn omgezet in elf thematische doelstellingen. Deze staan in art. 9 van verordening 1303/2013. De houdende gemeenschappelijke bepalingen voor de Europese Structuur- en Investeringsfondsen zijn:

1. Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie;
2. Verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van ICT;
3. Vergroting van de concurrentiekracht van mkb-bedrijven, van de landbouwsector (voor het ELFPO) en van de visserij- en aquacultuursector (voor het EFMZV);
4. Ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken;
5. Bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en -beheer;
6. Behoud en bescherming van het milieu en bevordering van efficiënt gebruik van hulpbronnen;
7. Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren;
8. Bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit;
9. Bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie;
10. Investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren;
11. Vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en een doelmatig openbaar bestuur.

Het verschilt per fonds voor welke doelstellingen deze kan worden ingezet. Raadpleeg de betreffende programma’s hiervoor.

EFRO:
Samenwerkingsverband Noord-Nederland (Noord-Nederland)
GO Gebundelde Innovatiekracht (Oost-Nederland)
OP-Zuid (Zuid-Nederland)
Kansen voor West (West-Nederland)

ESF:
Agentschap SZW (landelijk)

ELFPO:
POP-coördinatiepunt van de provincies

EFMZV:
Visserijfonds (nog in onderhandeling)

Verschil cohesiebeleid 2007-2013 en periode 2014-2020

Wat betreft de periode 2007-2013 richtte het cohesiebeleid zich op de doelstellingen convergentie (solidariteit tussen de regio’s), regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid en Europese territoriale samenwerking. Uit een persbericht van de Commissie blijkt dat het cohesiebeleid in de nieuwe periode 2014-2020 zich onderscheidt op de volgende punten:

1. De fondsen investeren voor 325 miljard euro in de belangrijkste groeisectoren.
2. Landen en regio’s moeten de inzet van de fondsen verantwoorden. Hiervoor dienen zij duidelijke, transparante en meetbare doelstellingen en streefcijfers vast te stellen.
3. De programma’s moeten voldoen aan de gestelde voorwaarden – zoals het maken van slimme specialisatiestrategieën – voordat de middelen kunnen worden gebruikt. Het doel hiervan is om de investeringen effectiever te maken.
4. Het gemeenschappelijk strategisch kader (GSK) vereenvoudigt de coördinatie tussen de verschillende fondsen in de operationele programma’s.
5. Gemeenschappelijke bepalingen voor de verschillende fondsen leiden tot een vermindering van administratieve lasten en tot een vereenvoudiging van het gebruik van de middelen voor gebruikers.
6. Meer aandacht voor steden binnen het cohesiebeleid door 5% EFRO-middelen te reserveren voor geïntegreerde projecten in stedelijke gebieden.
7. Grensoverschrijdende samenwerking wordt aangemoedigd en het realiseren van grensoverschrijdende projecten worden vereenvoudigd.
8. Programma’s moeten stroken met de aanbevelingen in de nationale hervormingsprogramma en de landenspecifieke aanbevelingen van de Commissie.
9. Financiële instrumenten moeten kleine of middelgrote ondernemingen meer ondersteuning en toegang tot krediet geven.

Voor de uitvoering van het cohesiebeleid zijn onder meer het GSK, de partnerschapcontracten en de operationele programma’s van belang.

Links

Brochure cohesiebeleid 2014-2020, 2011, Europese Commissie
Q&A on the legislative package for EU Cohesion Policy 2014-2020, juli 2013, Europese Commissie
Brochure Vereenvoudiging Cohesiebeleid 2014-2020, februari 2012, Europese Commissie
Kamerbrief betreffende Cohesiebeleid 2014-2020: uitkomsten Europese onderhandelingen
Kamerbrief over Cohesiebeleid 2014-2020, juni 2013, Staatssecretaris EZ
Beantwoording Kamervragen schriftelijk overleg Cohesiebeleid 2014-2020, september 2013, Staatssecretaris EZ

X