Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Decentralisaties en aanbesteden

21 juli 2014

Gemeenten zijn sinds januari 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken hebben zij nu ook al, een deel nemen zij over van de Rijksoverheid. Dit proces heet ook wel decentralisatie. Met dit decentralisatieproces zien decentrale overheden zich ook gesteld voor verschillende aanbestedingsvragen omdat zij verschillende trajecten moeten opstarten voor de inkoop van zorg.

Naast aanbestedingsvragen zullen gemeenten ook geconfronteerd worden met diverse vraagstukken over bijvoorbeeld soort overheidsopdracht, samenloop van aanbestedingstrajecten, private en publieke samenwerking, inbesteding, exclusieve rechten, subsidie of opdracht, uitzonderingsbepalingen, het toekomstige Europese aanbestedingsregime (met name voor sociale diensten) onder de nieuwe richtlijn (2014/24), mededinging, staatssteun en DAEB.

Wetgeving

Met de drie decentralisaties (de 3 D’s) wordt gedoeld op de wetgevingsprocessen waarbij onder meer de volgende drie wetten alsmede diverse onderliggende regelgeving en besluiten worden aangepast, geïntroduceerd dan wel oudere wetgeving wordt vervangen:

1) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)/ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ);
2) de Jeugdwet; en
3) de Invoeringswet Participatiewet (onder meer tot wijziging van de Wet Werk en Bijstand (WBB), Wet op de sociale werkvoorziening (WSW), Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) en enkele andere wetten gericht op bevordering tot deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen).

1. Wmo en langdurige zorg

Gemeenten zijn volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning verantwoordelijk om mensen/burgers met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning te leveren die ze nodig hebben. Gemeenten moeten de hiermee gepaard gaande dienstverlening soms inkopen. Hierbij kunnen zij dan te maken krijgen met de (Europese) aanbestedingsregels.

Meer informatie over de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo 2015) vindt u onder de rechterkantpagina ‘wet- en regelgeving’.

Wmo: huishoudelijke hulp wel of niet aanbesteden?

Al onder de vorige Wmo was een veelgestelde vraag en politieke discussie of en zo ja hoe de inkoop van huishoudelijke hulp via de (Europese) aanbestedingsregels diende te verlopen. Medio 2012 is de initiatiefwet Leijten in de Tweede Kamer aangenomen die de gemeentelijke aanbestedingsplicht voor huishoudelijke verzorging niet langer verplicht stelt. Het is nog steeds onduidelijk of deze wet wel in overeenstemming is met de Europese (aanbestedings)regels. De Wmo2015 biedt hierover geen verduidelijking.

Wet basistarieven

Gemeenten moeten basistarieven voor verschillende vormen van huishoudelijke hulp vaststellen op basis van reële kostprijzen. Dit staat in de Wet basistarieven. De wet is in mei 2012 aangenomen en geldt vanaf augustus 2012. Gemeenten die van plan zijn een aanbesteding aan te kondigen, of potentiële inschrijvers uit te nodigen voor een offerte, moeten rekening houden met de tarieven op grond van deze wet. Dit geldt alleen voor nieuwe aanbestedingen. Gemeenten met lopende contracten huishoudelijke hulp hoeven dus niet hun gehanteerde tarieven af te stemmen op de tarieven op grond van de Wet Basistarieven. Dat moet wel wanneer de lopende contracten aflopen en een nieuwe aanbesteding voor een nieuwe periode huishoudelijke hulp wordt gestart.

2. Jeugdzorg

Het Rijk maakt gemeenten per 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het gaat hier om de provinciale jeugdzorg, de jeugdbescherming en -reclassering, de jeugd-ggz en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd.

Voor de inkoop van de volgende jeugd-gerelateerde onderwerpen heeft de VNG landelijke afspraken gemaakt om de continuïteit van bestaande voorzieningen te waarborgen: Het betreft de Kindertelefoon, Stichting Opvoeden, Stichting Adoptievoorziening en Vertrouwenswerk.

Voor andere onderwerpen dan de hierboven genoemde is voor de inkoop van jeugd-gerelateerde zaken lokaal inkoopbeleid nodig en heeft de VNG afspraken gemaakt en ondersteuning geregeld. Voor de inkoop van gespecialiseerde zorg zoals Jeugd GGZ, is een regionale inkooporganisatie of regionaal accounthouder nodig. De VNG heeft een Ondersteuningsprogramma Inkoop Jeugd-GGZ hiervoor ingericht.

3. Participatie

De term ‘participatie in het sociaal domein’ slaat op die taken die erop gericht zijn mensen met een arbeidsbeperking of een andere afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te krijgen. Voorheen werd hierbij vaak over re-integratievraagstukken bij aanbesteden gesproken.

Een aanbestedingsvraagstuk dat onder andere speelt bij het inkopen van re-integratietrajecten door gemeenten is of hierbij sprake is van de inkoop van IIA- of IIB-diensten en of hierbij dan sprake is van een regulier aanbestedingsregime of van een verlicht aanbestedingsregime.

Meer informatie over de Participatiewet vindt u onder de rechterkantpagina ‘wet- en regelgeving’.

X