Een bodemstrategie voor de toekomst

22 november 2021

De bodemkwaliteit staat al decennia onder druk. Om de doelstellingen van de Green Deal te behalen is het herstel van de grondkwaliteit noodzakelijk. Daartoe publiceerde de Europese Commissie op 17 november een nieuwe bodemstrategie. Decentrale overheden komen hiermee in aanraking omdat ze bevoegdheden hebben op beleidsdomeinen zoals landbouw, vervuiling en klimaatverandering.

Uitdagingen

De bodem is een ecosysteem dat het leven mogelijk maakt. Het draagt onder andere bij aan biodiversiteit, voedselvoorziening en waterregulering. Deze bodem is kwetsbaar omdat het geen hernieuwbare bron is. Door menselijke activiteiten is 70% van de bodem in de EU van slechte kwaliteit. De grond krijgt geen tijd om te herstellen van bijvoorbeeld landbouwactiviteiten, zoals overbegrazing. Daarnaast wordt de bodem vervuild door de invloed van industriële emissies, pesticiden en meststoffen.

De gevolgen van dit beleid zijn negatief voor de biodiversiteit, het milieu, het menselijk welzijn en de economie. De bodem bevat namelijk 25% van de biodiversiteit op aarde. Ondermaatse bodemkwaliteit kan gewassen aantasten omdat gewassen schadelijke stoffen opnemen. Zo komt de voedselveiligheid, de opbrengst van gewassen en de ontwikkeling van medicatie in het gedrang. Bovendien kan een slechte bodemkwaliteit de gevolgen van natuurrampen verergeren. Dit is belangrijk omdat de verwachting is dat  klimaatopwarming zal leiden tot steeds extremere weersomstandigheden.

Achtergrond

De Green Deal brengt deze problematiek opnieuw onder de aandacht. De Commissie stelt dat een nieuwe bodemstrategie noodzakelijk is om de Deal te doen slagen. Een goede strategie heeft namelijk positieve effecten op het milieu-, landbouw- en industriebeleid. De Green Deal legt twee doelstellingen vast in verband met bodemkwaliteit: tegen 2030 moet 75% van de grond gezond zijn. In 2050 moet dat 100% zijn.

Doelstellingen in functie van bodemkwaliteit

De nieuwe bodemstrategie verduidelijkt de prioriteiten van de Commissie voor de komende jaren. Centraal hierbij staat het oplossen van de huidige problemen door de bodem te beschermen en te herstellen. Om de bodemkwaliteit te verbeteren wil de Commissie de volgende doelstelling voor 2030 en 2050.

Doelstellingen voor 2030:

  • Er mag in totaal geen land meer bijkomen dat van verminderde kwaliteit is. Dit zorgt er namelijk voor dat de bodem minder kan produceren.
  • Het herstel van grote gebieden van aangetaste en koolstofrijke ecoysystemen, waaronder bodems;
  • Het herstel van aangetaste bodems door extreme weersomstandigheden (droogte, overstroming, etc);
  • Een aanzienlijke vooruitgang boeken bij de sanering van verontreinigde bodem.

De Commissie verwijst ook naar andere doelstellingen die in eerdere wetgeving en strategieën staan vermeld. Deze doelstellingen hebben betrekking op het reduceren van uitstoot door de zogenaamde LULUCF-sector (landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw), het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater en verminderen van gebruik van pesticiden en meststoffen.

Tegen 2050 wil de Commissie de volgende doelen bereiken:

  • De bodemvervuiling beperken zodat het de menselijke gezondheid en de natuur niet meer schaadt. Als er vervuiling plaatsvindt dan moet dit vallen binnen de draagkracht van de aarde;
  • De bodem moet bestand zijn tegen klimaatverandering;
  • Gebruik van natuurgrond voor andere doeleinden stoppen, oftewel ‘ruimtebeslag’. Bijvoorbeeld wanneer bosgebied wordt gebruikt voor huisvesting of industriële, commerciële of recreatieve doeleinden.

Maatregelen in de bodemstrategie

De Europese Unie wil deze doelstellingen behalen door maatregelen die zowel bijdragen aan het voorkomen als het herstellen van een ongezonde bodem. Sommige van deze voorstellen moeten nog verder uitgewerkt worden. Om een ongezonde bodem te voorkomen, stelt de Commissie de volgende maatregelen voor:

  • Een stappenplan tegen ruimtebeslag. Dit is belangrijk voor gemeenten en provincies bij het opstellen van bestemmingsplannen en structuurplannen.
  • Het beter monitoren van de bodemkwaliteit. Waterschappen en provincies komen hiermee in aanraking. Waterschappen controleren de hoeveelheid pesticiden in oppervlaktewater en ecosystemen. Provincies houden toezicht op de hoeveelheid nitraat in grondwater. Deze zijn afkomstig van meststoffen. Zowel pesticiden als meststoffen sijpelen via het water door in de bodem;
  • Het aanpassen van de bodem aan klimaatverandering om schade te verminderen. De Commissie raadt decentrale overheden aan een klimaatadaptatieplan op te stellen. Zo’n plan kan specifiek aandacht geven aan de bodem;
  • Het afvoeren van het overschot aan water in drasland en organische stoffen. Provincies zijn bevoegd voor het beheer van drasland indien het een Natura 2000-gebied is.

Daarnaast wil de Commissie de volgende maatregelen treffen om een gezondere bodem te bevorderen:

  • Het beheer van duurzame bodem verbeteren door enerzijds ’best practices’ uit te wisselen en anderzijds door het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat landbouwers ondersteunt bij de toepassing van gedegen bodembeheer.
  • Het identificeren van vervuilde bodem. In Nederland is dit mede de verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies;
  • Het herstellen van aangetaste gronden of gedegradeerd land. Gedegradeerd land is wanneer de bodem door verandering minder produceert dan normaal. Dit is van belang voor provincies in Nederland, omdat zij in sommige gevallen bevoegd zijn om de sanering van verontreinigde en aangetaste bodems zelf te doen. Daarnaast zijn provincies in bepaalde gevallen verplicht de sanering te financieren;
  • Het opstellen van een ‘bodempaspoort’ voor uitgegraven grond. Momenteel moet uitgegraven grond beoordeeld worden op kwaliteit. Afhankelijk van de kwaliteit volgt behandeling of hergebruik van de grond. Zo’n paspoort kan ervoor zorgen dat het toezicht op uitgegraven grond beter verloopt;
  • Het herstel van veengebieden. Provincies zijn bevoegd voor het beheer van veengebieden indien het een Natura 2000-gebied is.

In de strategie staan ook andere maatregelen, zoals het voorkomen van woestijnvorming. Deze maatregelen komen hier verder niet aan bod omdat ze voor Nederland en decentrale overheden minder van belang zijn.

De Commissie zal in 2023 komen met een verdere uitwerking van de bodemstrategie, namelijk een voorstel voor wetgeving ten behoeve van een gezonde bodem.

DOOR

Yana De Naghel en Gertrude Kort, Kenniscentrum Europa decentraal

BRON

EU Soil Strategy, Europese Commissie

MEER INFORMATIE

Natuur en biodiversiteit, Kenniscentrum Europa decentraal

Waterbeheer, Kenniscentrum Europa decentraal

Landbouw, Kenniscentrum Europa decentraal

Industriële emissies, Kenniscentrum Europa decentraal