Eerste subsidievrije windmolenpark ter wereld

26 maart 2018Dienstenrichtlijn, Staatssteun

Er is een grote stap gezet ter bevordering van het gebruik van hernieuwbare energie in Nederland. Voor de Nederlandse kust zal namelijk het eerste windmolenpark zonder subsidie gebouwd worden. Hiermee komt Nederland dichter bij het behalen van zijn doelstellingen in het kader van hernieuwbare energie.

Subsidieloos windmolenpark

Nuon is als winnaar uit de bus gekomen na de tenderprocedure voor de vergunning voor het bouwen en exploiteren van het eerste windmolenpark ter wereld zonder subsidie. Dit subsidievrije windpark op de Noordzee moet zijn eerste energie gaan leveren in 2022.

Tot nog toe nam de overheid altijd een deel van het risico weg dat gepaard gaat met dit soort grote investeringen door een minimumprijs voor geproduceerde stroom te garanderen. In het geval de werkelijke prijs onder de afgesproken prijs lag, vulde de overheid het tekort aan met staatsmiddelen. Bij dergelijke concurrentievoorwaarden kan er sprake zijn van staatssteun.

Tenderprocedure

De vergunning voor de bouw en exploitatie van het windmolenpark Hollandse kust (zuid) betreft een schaarse vergunning. Wanneer het aantal beschikbare vergunningen wordt beperkt, moet op grond van de Dienstenrichtlijn worden voorzien in een speciale selectieprocedure die onpartijdigheid en transparantie waarborgt. Voorbeelden van dergelijke procedures zijn aanbestedingsprocedures of lotingen.

Voor het verlenen van de vergunning voor het windmolenpark is er gebruik gemaakt van een zogeheten tenderprocedure. Om uit de verschillende aanvragen in de tenderprocedure de beste partij te selecteren, zijn de vergunningaanvragen middels een vergelijkende toets door een commissie van onafhankelijke deskundigen beoordeeld en gerangschikt aan de hand van de volgende criteria:

  • de kennis en ervaring van betrokken partijen;
  • de kwaliteit van het ontwerp van het windpark;
  • de capaciteit van het windpark, de maatschappelijke kosten;
  • de inventarisatie van de risico’s en de maatregelen die beogen emissies van broeikasgassen tegen te gaan.

Doelstellingen 2020

Europese doelstelling

Het nieuwe windmolenpark draagt bij aan het verwezenlijken van de Europese doelstelling uit de richtlijn hernieuwbare energie. In navolging van de Europa 2020-strategie is afgesproken dat 20% van alle energie binnen de Europese Unie uit hernieuwbare bronnen moet komen. Let wel, dit gaat over de volledige Europese Unie. Deze richtlijn stelt geen doelstellingen voor afzonderlijke lidstaten. De lidstaten moeten zelf nationale actieplannen en een streefcijfer voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen opstellen. In 2017 bedroeg het totale percentage energie uit hernieuwbare bronnen in de EU 16,7%.

Nederlandse doelstelling

De Nederlandse regering sloot in 2013 met 40 verschillende organisaties vanuit de samenleving het Energieakkoord, waarin het doel werd gesteld dat in 2020 14% van alle energie uit hernieuwbare bronnen moet komen en in 2023 16%. In 2016 omvatte het aandeel hernieuwbare energie in Nederland 5,9% van de totaal gebruikte energie: 0,1% meer dan in 2015. Dit betekent dat er door Nederland nog een flinke stap moet worden gemaakt. Om de doelstelling in 2020 te behalen moet er vanaf 2017 nog 8,1% extra hernieuwbare energie worden opgewekt. Windmolenparken spelen hierbij een belangrijke rol.

Doelstellingen na 2023

Herziening richtlijn hernieuwbare energie

Eind 2016 heeft de Europese Commissie een pakket maatregelen gepresenteerd om de omschakeling naar een koolstofarme economie te voltooien. Dit pakket betreft ook een herzieningsvoorstel van de richtlijn hernieuwbare energie. In dit voorstel stelt de Commissie voor om het Europese streefcijfer voor hernieuwbare energie in 2030 op 27% vast te stellen. Inmiddels heeft het Europees Parlement haar positie ten aanzien van het voorstel ingenomen en ingezet op een verhoging naar 35%. Ook de Raad van Ministers heeft een algemene positie ingenomen en gaat mee met het door de Commissie voorgestelde percentage van 27%. Momenteel zijn de instellingen in onderhandeling.

Nederlandse positie

Nederland heeft in de Energieagenda van 2016 (niet te verwarren met het Energieakkoord) ervoor gekozen om alleen het doel van 40% CO2-reductie te stellen. Dit betekent dat de Nederlandse overheid vooralsnog geen doelstelling hernieuwbare energie heeft na 2023. In het regeerakkoord van Rutte III wordt de ambitie voor een Energie- en Klimaatakkoord uitgesproken, maar deze is nog niet gerealiseerd.

Toekomstige windmolenparken

De positieve uitkomst van de eerste tenderprocedure voor een subsidieloos windmolenpark schept vertrouwen, maar vormt geen garantie dat ook toekomstige windmolenparken zonder subsidie gerealiseerd kunnen worden. Gunstige marktomstandigheden zoals een lage rente kunnen immers wijzigen. Overigens is er wel een bodemonderzoek uitgevoerd op kosten van de overheid en worden er kabels aangelegd naar het vaste land middels financiering door de overheid. De overheid ondersteunt de windmolenparken dus wel degelijk op financieel vlak.

Door:

Fabian Wondergem, Marieke Merkus & Jos Pees, Europa decentraal

Bronnen:

Nuon krijgt vergunning voor windpark zonder subsidie, Rijksoverheid
Kamerbrief uitslag 3e tender windenergie op zee van het windenergiegebied Hollandse kust (zuid), Rijksoverheid

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Staatssteun, Europa decentraal
Roadmap energietransitie 2050, Europa decentraal
Praktijkvraag: Welke doelen heeft de EU gesteld met betrekking tot klimaat?, Europa decentraal
Praktijkvraag: Wat houdt het EU klimaat en energiebeleid 2030 in?, Europa decentraal

X