EFRO gelden

27 augustus 2013

Het EFRO is één van de drie Europese structuurfondsen, waarmee het regionaal beleid van de EU wordt gerealiseerd. EFRO is het enige structuurfonds dat voor alle doelstellingen van het regionaal beleid kan worden ingezet, te weten:

– Convergentie;
– Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid;
– Europese territoriale samenwerking.

Decentrale overheden die projecten uitvoeren ter ontwikkeling van hun regio kunnen financiële steun aanvragen uit het EFRO.

Doel

Het EFRO heeft tot doel de belangrijkste economische onevenwichtigheden tussen de Europese regio’s terug te dringen.

Steunsectoren

Kort samengevat financiert het EFRO:

– Rechtstreekse steun aan investeringen in bedrijven (vooral MKB) gericht op duurzame werkgelegenheid;
– Infrastructuur voor onderzoek en innovatie, telecommunicatie, milieu, energie en vervoer;
– Financieringsinstrumenten om regionale en lokale ontwikkeling te steunen en samenwerking tussen steden en dorpen te stimuleren;
– Technische ondersteuning.

Doelstelling 1: convergentie

EFRO steun onder deze doelstelling wordt toegespitst op duurzame, geïntegreerde economische ontwikkeling en het scheppen van duurzame werkgelegenheid en kent de volgende prioriteiten:

– Onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), innovatie en ondernemerschap;
– Informatiemaatschappij;
– Initiatieven lokale werkgelegenheid en steun voor structuur van lokale dienstverlening, voor zover deze niet onder de werksfeer van de ESF Verordening vallen;
– Milieu;
– Risicopreventie;
– Toerisme;
– Cultuur;
– Vervoer;
– Energie;
– Onderwijs;
– Gezondheid- en sociale infrastructuur;
– Directe steun investeringen in het MKB.

Doelstelling 2: regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid

Prioriteiten in het kader van de tweede doelstelling kunnen in drie categorieën worden ingedeeld:

– Innovatie en kenniseconomie: Vergroting van de regionale OTO capaciteit en stimulering van innovatie, bevordering van ondernemerschap en het creëren van financiële instrumenten voor ondernemingen;
– Milieu en risicopreventie: sanering van verontreinigde terreinen, bevordering van energie-efficiëntie, schoon openbaar stadsvervoer en ontwikkeling van plannen om natuurlijke en technologische risico’s te voorkomen en beheersen;
– Vervoer en telecommunicatie met een algemeen economisch belang.

Doelstelling 3: Europese territoriale samenwerking

Steun onder deze doelstelling richt zich op de volgende drie prioriteiten:

– De ontwikkeling van grensoverschrijdende economische, ecologische en sociale activiteiten;
– De totstandbrenging en ontwikkeling van transnationale samenwerking;
– De versterking van de doeltreffendheid van het regionaal beleid.

Organisatie Nederland

In Nederland zijn vier landsdelige programma’s opgesteld: Noord- (SNN), Oost- (GO), Zuid- (Op-Zuid) en West-Nederland (Kansen voor West). In deze vier operationele programma’s voor de verschillende landsdelen is bepaald hoe het regionaal beleid wordt uitgevoerd in de desbetreffende regio.

Regelgevend kader

Het regelgevende kader voor het EFRO bestaat uit een Algemene Verordening en de EFRO Verordening. Art. 3, 4 en 5 van de EFRO Verordening beschrijven de prioriteiten in het kader van respectievelijk doelstelling 1, 2 en 3. Art. 7 en 13 gaan over de subsidiabiliteit van uitgaven.

In aanmerking komende lidstaten/regio’s

EFRO-steun onder de eerste doelstelling richt zich vooral op de minst ontwikkelde regio’s met het laagste BNP of gebieden met een natuurlijke of geografische handicap (eilandregio’s, berggebieden of dunbevolkte gebieden). Ontwikkelde regio’s en steden komen alleen in aanmerking voor EFRO-steun onder doelstelling 2 en 3. Dit is het geval bij Nederland.