EU-Hof: grote detailhandel mag hoger belast worden

18 mei 2018Staatssteun, Vrij verkeer

Bestuursorganen mogen in beginsel op grond van ruimtelijke ordening en milieu meer belasting heffen op winkels met een grote verkoopoppervlakte. Dit is volgens het Europese Hof van Justitie niet in strijd met de vrijheid van vestiging, omdat er geen sprake is van (indirecte) discriminatie. Het zou echter in bepaalde gevallen wel tot onrechtmatige staatssteun kunnen leiden.

Hogere belasting voor grotere winkels

Een aantal autonome regio’s in EU-lidstaat Spanje hief hogere belasting op grotere winkels (met meer dan 2500 m2 verkoopoppervlakte) om hun effect op de openbare ruimte en het milieu te kunnen compenseren. Via de belasting droegen de grote winkels bij aan de financiering van milieuactieplannen en de verbetering van infrastructuur, aldus de verwijzende Spaanse rechter. Grote winkels met specifieke productgroepen (zoals tuinartikelen, voertuigen, etc.) waren hiervan vrijgesteld, omdat de aard van deze bedrijven een groot verkoopoppervlakte noodzakelijk zou maken. Er was hierdoor sprake van een onderscheid tussen grote en kleine detailhandelaren en tussen winkels met specifieke productgroepen. De Spaanse verenging voor grote vennootschappen (ANGED) stelde tegen deze vrijstelling beroep in, wat uiteindelijk tot een zaak bij het Europese Hof van Justitie leidde. Volgens ANGED zou de belasting in strijd zijn met het vrij verkeer van diensten en de Europese staatssteunregels. Ook de Europese Commissie was tot het oordeel gekomen dat de vrijstelling van de belasting onrechtmatige staatssteun betrof.

Gerechtvaardigd onderscheid

De Spaanse rechter stelde de volgende prejudiciële vragen aan het Hof:

  • Is de regionale heffing aan grote detailhandelszaken in strijd met art. 49 en art. 54 VWEU (vrijheid van vestiging)?
  • Is er sprake van verboden staatssteun op grond van art. 107 lid 1 VWEU?

De regionale heffing is volgens de Spaanse rechter in de praktijk namelijk vaak van toepassing op ondernemingen uit andere lidstaten.

Vrijheid van vestiging

Ten aanzien van de vrijheid van vestiging oordeelt het Hof ten eerste dat er geen sprake is van directe discriminatie. Ten tweede is er ook geen sprake van indirecte discriminatie, omdat niet uit de gegevens volgt dat de heffing in de meeste gevallen onderdanen van andere lidstaten of vennootschappen zou benadelen. Het percentage van ondernemingen uit andere lidstaten dat getroffen zou worden, is hiervoor te laag volgens het Hof. Er is dan ook geen sprake van een schending van de vrijheid van vestiging.

Staatssteun

De heffing op grote detailhandelszaken door sommige Spaanse regio’s leidde volgens het Hof niet tot onrechtmatige staatssteun. Er bestaat namelijk een objectief onderscheid tussen de groepen en dit leidt niet tot een selectief voordeel voor kleinere zaken. De achterliggende doelstelling van de fiscale wetgeving is bij de beoordeling volgens het Hof wel van belang, maar het is aan de nationale rechter om hierover uiteindelijk te oordelen. Een onderscheid is ook gerechtvaardigd in het geval er vrijstellingen voor bepaalde branches gelden. Wel is er sprake van staatssteun als de vrijstelling ook voor grote collectieve winkelactiviteiten geldt. De reden is dat er geen objectief onderscheid bestaat tussen grote detailhandelaren die tuinartikelen, voertuigen en dergelijke (uitgezonderd van de belasting) aanbieden en grote detailhandelaren die andere producten aanbieden.

Detailhandel

Deze uitspraak volgt op een eerdere uitspraak in de zaak Visser Vastgoed Beleggingen (C-31/16) van het Hof over detailhandel. Visser Vastgoed Beleggingen betrof het beperken van de vrijheid van vestiging onder de Dienstenrichtlijn. Uit die uitspraak volgt dat gemeenten via bestemmingsplannen de vestiging van kleine detailhandel buiten het centrum onder bepaalde voorwaarden mogen verbieden. Daarnaast publiceerde de Europese Commissie onlangs een pakket best practices om de lidstaten te helpen de detailhandel opener, beter geïntegreerd en concurrerender te maken.

Door:

Mirthe Mulders en Chris Koedooder, Europa decentraal

Bron:

HvJ EU 26 april 2018, C-233/16, ECLI:EU:C:2018:280 (ANGED)

Meer informatie:

Vrijheid van vestiging, Europa decentraal
Staatssteun, Europa decentraal
Ruimtelijke ordening staatssteun, Europa decentraal
Belangrijke uitspraak EU-Hof over de Dienstenrichtlijn in twee Nederlandse zaken, nieuwbericht Europa decentraal
Is het verbieden van kleine detailhandel buiten het stadscentrum in een bestemmingsplan toegestaan onder de Dienstenrichtlijn?, EUrrest Europa decentraal

X