Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Verkiezingsdebat VNG en Europa decentraal: Europarlementariërs moeten belangen decentrale overheden op en in de agenda zetten

6 mei 2019Europees recht en beleid decentraal

Europarlementariërs moeten proactief gemeenten opzoeken en gemeenten moeten zich niet als Calimero gedragen. Dat is de conclusie na het Europees verkiezingsdebat dat de VNG en kenniscentrum Europa decentraal organiseerden op woensdag 24 april. In perscentrum Nieuwspoort in Den Haag werden kandidaat-Europarlementariërs van verschillende politieke partijen onder leiding van Peter van der Geer bevraagd door burgemeesters en wethouders, over hun Europese gedachten omtrent klimaat, privacy en de sociale dimensie van de EU.

Postzegel Nederland

Het eerste thema van het debat, klimaat, werd geïntroduceerd door André van de Nadort, burgemeester van de gemeente Weststellingwerf. Volgens hem zijn alle gemeenten druk bezig met de energietransitie, en is het ingewikkeld om te zien wat er in de toekomst moet en gaat gebeuren. Zijn vraag was dan ook hoe het Europees Parlement gaat zorgen dat de Europese klimaatambities goed aansluiten op het lokale beleid.

Nagenoeg alle partijen vonden dat maatregelen omtrent klimaat het beste op Europees niveau genomen konden worden. Alleen Arnout Hoekstra (SP) pleitte ervoor om te stoppen met het rondpompen van Europees geld, en juist op lokaal niveau te kijken wat er nodig is. Volgens Jan Huitema (VVD) is het echter belangrijk om draagvlak te creëren voor Europese maatregelen. Ook Tom Berendsen (CDA) vindt dat we op het gebied van klimaat Europese kansen moeten benutten, omdat we niet alles op het ‘postzegeltje Nederland’ kunnen regelen.

Agnes Jongerius (PvdA) riep gemeenten op om met goede ideeën over de uitvoeringspraktijk te komen. “Gedraag je niet als Calimero.” Volgens burgemeester Van de Nadort zijn Europarlementariërs echter lastig benaderbaar. Jongerius benadrukte dat dit ook voor een deel beeldvorming is. “Brussel is dichterbij dan Groningen.” Dirk-Jan Koch (GroenLinks) en Raoul Boucke (D66) pleitten voor Europese investeringen in het internationale treinverkeer en het zwaarder belasten van vliegen.

Waarde van data versus privacy

Burgemeester Annemarie Penn van de gemeente Maastricht sprak over het grote privacy-dilemma: willen we de economische waarde van data benutten of de privacy van burgers waarborgen? Volgens Boucke moeten beide doelen nagestreefd worden. “In de VS is het Wild West, in China is er een dictaat, en Europa doet niks. Een veel stevigere inzet van Europa op de data-economie is nodig.”

Voor Bert-Jan Ruissen (CU/SGP) is de huidige privacywetgeving echter al voldoende, en moet extra regulering alleen op nationaal niveau plaatsvinden. Ook Hoekstra vond dat gemeenten zichzelf te veel buitenspel zetten door bemoeienis vanuit Brussel toe te staan.

Huitema benadrukte juist de noodzaak van Europese regels voor het gebruik van data maar waarschuwde ook voor overregulering. Volgens de VVD’er moeten we toe naar een ‘one-stop-shop’ waar burgers makkelijk kunnen aangeven hoe zij willen dat hun data gebruikt mag worden. Jongerius vulde aan dat we niet naïef moeten staan tegenover grote bedrijven die veel data in handen hebben.

Een sociaal Europa?

Het laatste thema dat aan de orde kwam was de sociale dimensie van de Europese Unie. Volgens burgemeester Bert Bouwmeester van Coevorden is het in tijden van polarisatie de taak van lokale bestuurders om “de boel een beetje bij elkaar te houden.” Hij vroeg de politici wat Europa volgens hen moet doen om hierin ondersteuning te bieden. Volgens Koch heeft Europa de kloof in de samenleving juist groter gemaakt, en is de sociale pijler van de EU een wassen neus. Hij pleitte daarom niet voor meer Europa, maar voor een ander Europa. Ruissen zag ook niet veel heil in de sociale pijler, maar pleitte daarom juist voor minder Europa. “We moeten stoppen met de gedachte dat ieder probleem een Europese oplossing nodig heeft.”

Berendsen deed een beroep op de gemeenten zelf. “U bent zelf aan zet waar het gaat om de arbeidsmarkt.” Hij noemde het aantrekken van grote distributiecentra waar vervolgens Poolse werknemers aan de slag gaan als voorbeeld van wat een gemeente zelf kan voorkomen. Ook riep hij met name grensregio’s op om een kopgroep te vormen in Brussel.

Volgens Huitema ligt het probleem niet zozeer in de sociale pijler, maar bij de interne markt. Die is volgens hem nog lang niet af. Het voltooien van de interne markt is de echte uitdaging. Hoekstra ziet juist in de interne markt het probleem, door de ongereguleerde arbeidsmigratie. “We stimuleren een enorme verhuizing van werknemers, we laten gebroken gezinnen achter en de gemeenten zitten met de problemen.”

Samenwerking

VNG-directeur Jantine Kriens vatte het debat samen met de woorden ‘groter denken, kleiner doen.’ Ze nodigde de politici uitdrukkelijk uit om het gesprek aan te gaan met de gemeenten. Die samenwerking is volgens haar ontzettend belangrijk, maar moet ook vanuit de Europarlementariërs zelf komen. Fenna Pols, directeur van kenniscentrum Europa decentraal, stelde vast dat de kandidaat-Europarlementariërs uit de praktijk van gemeenten veel goede ideeën kunnen opdoen en sprak de wens uit om verbinding te blijven te zoeken. Gemeenten en Europa hebben elkaar nodig, zo concludeerde zij.

Door:

Erwin de Pagter en Pauline A’Campo, kenniscentrum Europa decentraal

 

X