November 2013

4 november 2013

Decentrale overheden moeten zich ervan bewust zijn dat ten aanzien van sommige activiteiten, landschap- en natuurbeschermingsorganisaties (NBO’s), als ondernemingen moeten worden aangemerkt. Hierdoor kan het Europees staatssteunverbod ook van toepassing zijn op steun verleend aan dergelijke organisaties. Dit zijn de belangrijkste conclusies van de uitspraak van het Gerecht in de zaak Duitsland tegen de Commissie.

1. Duitsland tegen de Commissie, Gerecht, 12 september 2013 

Zaak T-347/09 

2. Beleidsdossier(s) en thematiek 

Natuurbeheer, Staatssteun
DAEB en staatssteun, Diensten van algemeen economisch belang 

3. Samenvatting feiten, rechtsvraag en verloop procedure 

Om de kosten van onderhoud van natuurlijk erfgoed in te perken, besloot de Duitse overheid een aantal van dit soort gebieden kosteloos over te dragen aan NBO’s. Bij de overdracht werd contractueel vastgelegd dat deze organisaties zorg gaan dragen voor het onderhoud van de gebieden. 

Daarnaast werd door de Duitse overheid een programma opgezet om projecten ten behoeve van het behoud van landschappen en natuurlijk erfgoed te financieren. Onder de begunstigden van dit programma bevonden zich wederom NBO’s. 

Verloop procedure 

In 2007 heeft Duitsland de twee hierboven beschreven maatregelen bij de Commissie aangemeld. Duitsland ging er ten tijde van de aanmelding van uit dat de Commissie de maatregelen zou beoordelen als geen staatssteun. 

Rechtsvraag 

De vraag die zich voordeed was of de beide maatregelen staatssteun konden opleveren in de zin van art. 107 lid 1 VWEU (het Europees staatssteunverbod). In het bijzonder boog de Commissie zich over de vraag of de NBO’s in kwestie als ondernemingen moesten worden aangemerkt. 

Oordeel Commissie 

Anders dan Duitsland verwachtte, oordeelde de Commissie dat, hoewel sommige taken van NBO’s duidelijk niet-economisch zijn, andere wel een economische component hebben. Volgens rechtspraak van het Hof is een economische activiteit ‘iedere activiteit bestaande in het aanbieden van goederen of diensten op een markt’. 

De Commissie concludeerde dat onder andere de verkoop van hout, het verpachten van land voor jacht en visserij doeleinden en het aantrekken van toeristen, economische activiteiten opleverden. Het feit dat deze activiteiten naar alle waarschijnlijkheid beperkt in omvang en niet winstgevend zijn, neemt niet weg dat zij naar hun aard economisch zijn.

De Commissie was echter wel van oordeel dat natuur- en landschapsbeheer in het algemeen een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) kan opleveren en om deze reden verenigbaar kan zijn met de interne markt. NBO’s verrichten namelijk taken (behoud van natuur en landschappen voor toekomstige generaties) in het belang van de gehele samenleving.

Ondanks dat de Duitse maatregel niet aan alle vereisten uit het Altmark-arrest – waarin het Hof duidelijk heeft gemaakt dat DAEB compensatie onder bepaalde voorwaarden geen staatssteun is – voldeed, viel deze volgens de Commissie wel binnen het toepassingsbereik van het DAEB Besluit en de DAEB Kaderregeling. Zie hierover ook punt 5 van dit EUrrest.

Beroep Duitsland

Tegen deze uitspraak van de Commissie heeft Duitsland, ondersteund door Frankrijk, Nederland en Finland, beroep aangetekend bij het Gerecht. Volgens Duitsland heeft de Commissie ten onrechte NBO’s, die geen economisch doel nastreven en activiteiten in het algemeen belang verrichten, als ondernemingen aangemerkt. Daarnaast beargumenteerde Duitsland dat de onderliggende maatregelen geen voordeel opleveren voor de NBO’s. 

4. Samenvatting uitspraak 

NBO’s als ondernemingen? 

Het door Duitsland aanhangig gemaakte beroep werd door het Gerecht afgewezen. Het Gerecht verduidelijkte dat natuurbescherming in het algemeen een volledig sociale activiteit kan zijn en op zichzelf geen economische activiteit op hoeft te leveren. Echter, volgens het Gerecht heeft de Commissie in dit geval terecht geoordeeld dat de NBO’s in kwestie naast activiteiten van een puur sociale aard, ook activiteiten verrichten die als economisch moeten worden aangemerkt. Daarom concludeerde het Gerecht dat ten aanzien van deze economische activiteiten – de verkoop van hout, het verpachten van land voor jacht en visserij doeleinden en het aantrekken van toeristen – de NBO’s moeten worden aangemerkt als ondernemingen die een economische activiteit verrichten. 

Door middel van de bovengenoemde economische activiteiten bieden NBO’s rechtstreeks goederen en diensten aan op een markt. NBO’s streven hiermee een apart belang na dat los moet worden gezien van het volledig sociale doel van algemeen belang dat bestaat in het beschermen van het milieu. Het feit dat NBO’s in het algemeen goederen en diensten aanbieden zonder winstoogmerk is niet relevant. Namelijk, door de activiteiten in kwestie te verrichten, concurreren NBO’s met ondernemingen die, in tegenstelling tot NBO’s, wel een winstoogmerk hebben. 

Duitse maatregelen selectief voordeel op voor NBO’s? 

Ook heeft de Commissie terecht geoordeeld dat het ‘om niet’ overdragen van land, dat commercieel uitgebaat kan worden, een voordeel oplevert voor de NBO’s. Een dergelijke overdracht bevoordeelt de NBO’s ten opzichte van andere ondernemingen actief in deze sector die, om dezelfde economische activiteiten te kunnen verrichten, flink zouden moeten investeren in bijvoorbeeld de aankoop van grond. Het Gerecht concludeert dat de noodzaak om natuurbeschermingsaspecten in aanmerking te nemen, hoe legitiem ook, niet tot gevolg kan hebben dat selectieve maatregelen, als de onderhavige, buiten het bereik van de Europese staatssteunregels vallen. 

Altmark? 

Ten slotte concludeerde het Gerecht dat de Commissie terecht heeft geoordeeld dat Duitsland geen beroep op het Altmark-arrest kan doen om de steun, in plaats van als staatssteun, te kwalificeren als compensatie voor de uitoefening van een DAEB. 

5. Decentrale relevantie uitspraak 

De uitspraak van het Gerecht heeft tot gevolg dat ten aanzien van sommige activiteiten NBO’s als ondernemingen moeten worden gezien. Hierdoor moeten decentrale overheden de Europese staatssteunregels in acht nemen wanneer zij NBO’s financieel willen steunen. 

DAEB Besluit en Kaderregeling

In het geval een decentrale overheid tot de conclusie komt dat een NBO economische activiteiten verricht, kan zij het DAEB Besluit of de DAEB Kaderregeling toepassen. Steun verleend onder het DAEB Besluit is verenigbaar met de interne markt en uitgezonderd van aanmelding bij de Commissie. Steun verleend onder de DAEB Kaderregeling moet wel ter beoordeling worden voorgelegd aan de Commissie. 

DAEB de-minimisverordening 

Daarnaast kan een decentrale overheid mogelijk de DAEB de-minimisverordening toepassen. Deze verordening bepaalt dat steun ten behoeve van DAEB geen staatssteun oplevert en niet bij de Commissie gemeld hoeft te worden indien het totale bedrag aan steun dat aan één onderneming wordt verleend niet hoger ligt dan € 500.000,= over een periode van drie jaar. 

Groningen e.a. en Stichting Het Groninger Landschap e.a. tegen Europese Commissie 

De vraag of NBO’s ten aanzien van sommige activiteiten als ondernemingen moeten worden aangemerkt, speelde ook in deze Nederlandse zaak (gevoegde zaken T-15/12 en T16/12). Ook hier beantwoorde de Commissie deze vraag positief. Tegen deze uitspraak werd door de twaalf Nederlandse provincies en dertien Nederlandse NBO’s beroep bij het Gerecht ingesteld. Anders dan de in dit EUrrest uitgelichte zaak, kwam het Gerecht tot de conclusie dat het ingestelde beroep niet-ontvankelijk is waardoor geen inhoudelijke behandeling van het geschil plaatsvond. De in dit EUrrest behandelde Duitse zaak is dus interessant omdat nu duidelijk is dat het Gerecht, net als de Commissie, van oordeel is dat NBO’s ten aanzien van specifieke activiteiten als ondernemingen moeten worden aangemerkt.

6. Meer informatie:

Natuurbeheer, Staatssteun, Europa decentraal
Commissie beschikking, NN 8/2009 – Nature Conservation Areas
Uitspraak Gerecht, T-347/09
EUrrest juli 2013, Groningen e.a. en Stichting Het Groninger Landschap e.a. v Europese Commissie, Europa decentraal

Reacties en disclaimer:

Van de informatie in dit document mag onbeperkt gebruik worden gemaakt, mits de bron wordt vermeld. Opmerkingen over de inhoud en suggesties voor aanvullingen zijn van harte welkom op info@europadecentraal.nl. Aan dit document is de grootst mogelijke zorg besteed, maar Europa decentraal kan niet instaan voor de juistheid van de informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor mogelijke vervolgschade door het gebruik ervan.