Gebouwen van de toekomst: herziening richtlijn energieprestaties gebouwen stelt nieuwe standaard

20 december 2021

Het Europese gebouwenbestand zorgt voor ongeveer 40% van het totale energieverbruik en 36% van de gehele CO2-uitstoot in de EU. Hiermee vormt het een belangrijke sector voor renovaties om de uitstoot van broeikasgassen met 55% te verlagen tegen 2030. Dit is in lijn met de Green Deal en de Renovation Wave strategie. De herziene richtlijn voor energieprestaties van gebouwen stelt daarom nieuwe eisen aan zowel bestaande als nieuwe gebouwen om het gebouwenbestand tegen 2050 emissievrij te maken. Voor decentrale overheden zijn deze nieuwe eisen relevant met het oog op de woningbouw, de energietransitie en de aanbesteding van duurzame infrastructuur.

Wat is de EPBD-richtlijn?

De richtlijn voor energieprestaties van gebouwen (EPBD) 2010/31/EU bevordert de energieprestaties van gebouwen en stimuleert tegelijkertijd de reductie van broeikasgassen in deze sector. Dit wordt onder andere gedaan door middel van actieplannen, het stellen van minimale eisen aan gebouwen en het uitvoeren van renovaties. De huidige versie stamt uit 2018 en is geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving onder het bouwbesluit van 2012. Samen met de eerder herziene richtlijnen voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, vormt het een wettelijk kader ter verbetering van de energieprestaties van gebouwen.

Belangrijkste doelstellingen

Het voorstel voor de herziene richtlijn introduceert een aantal veranderingen. De meest opvallende is het streven naar volledig emissievrije gebouwen in 2050; zowel bestaande als nieuwbouw. Andere relevante veranderingen zijn:

  • Minimumnormen voor energieprestaties: de 15% minst energiezuinige gebouwen in elke lidstaat moeten worden opgewaardeerd;
  • Een energieprestatiecertificaat voor bestaande gebouwen;
  • Alle nieuwbouw moet emissievrij zijn tegen 1 januari 2030;
  • Het opstellen van nationale actieplannen voor renovatie tegen 30 juni 2025;
  • De invoering van een renovatiepaspoort uiterlijk tegen 31 december 2024.

Minimumnormen voor gebouwen

Om renovatie van de slechts presterende gebouwen te stimuleren dienen lidstaten minimumnormen voor energieprestaties van gebouwen vast te stellen. De energieprestatieklasse van een gebouw wordt gedaan aan de hand van een schaal van A tot G. De letter A komt overeen met volledig emissievrije gebouwen en de letter G komt overeen met de 15% van de minst efficiënte gebouwen in het nationale gebouwenbestand.

In de richtlijn worden de volgende streefcijfers gesteld:

  • Niet-residentiële gebouwen dienen voor 2027 tenminste klasse F bereikt te hebben en klasse E voor 2030;
  • Residentiële gebouwen moeten klasse F bereiken voor 2030 en klasse E voor 2033.

Energieprestatiecertificaten

Voor bestaande gebouwen wordt het verplicht dat er energieprestatiecertificaten worden verstrekt wanneer een huis wordt verkocht of verhuurd aan een nieuwe huurder, wanneer een huurcontract wordt verlengd en voor alle openbare gebouwen. Het certificaat geeft inzicht in het energiegebruik en biedt handvaten voor energiebesparing.

Emissievrije nieuwbouw

Voor alle nieuwbouw geldt dat deze vanaf 1 januari 2030 emissievrij dient te zijn. Voor nieuwe overheidsgebouwen is het tijdspad nog ambitieuzer: namelijk voor 1 januari 2027. Decentrale overheden hebben immers een voorbeeldrol als het gaat om het streven naar klimaatneutraliteit. De Commissie definieert een “emissievrij gebouw” als een gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de kleine hoeveelheid energie die nog nodig is, volledig wordt gedekt door ter plaatse geproduceerde hernieuwbare energie.

Nationale actieplannen voor renovatie

Volgens de nieuwe richtlijn worden lidstaten verplicht om zogenaamde nationale actieplannen voor renovatie op te stellen. Het vervangt hiermee de langetermijnstrategieën uit de huidige versie van de richtlijn. De lidstaten moeten deze plannen uiterlijk op 30 juni 2025 aan de Commissie voorleggen en elke vijf jaar herzien. Voorafgaand aan deze datum dient een ontwerp-actieplan te worden aangeleverd op uiterlijk 30 juni 2024, waarbij eveneens een herzieningstermijn van vijf jaar geldt.

De actieplannen moeten een overzicht bieden van het nationale gebouwenbestand, een stappenplan met nationale streefcijfers voor 2030, 2040 en 2050 evenals het huidige en toekomstige beleid om een zeer energie-efficiënt en koolstofarm nationaal gebouwenbestand te bewerkstelligen. De nationale streefcijfers uit het stappenplan hebben onder andere betrekking op het verwachte aandeel van gerenoveerde gebouwen, het primaire en finale energieverbruik van het nationale gebouwenbestand en de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast dient een raming te worden gemaakt van de verwachte investeringsbehoeften met bijbehorende financieringsbronnen.

De lidstaten moeten tevens een publieke consultatie houden onder decentrale overheden, voorafgaand aan de inleverdatum van het ontwerp-actieplan. De resultaten hiervan moeten verwerkt worden in het voorstel.

Renovatiepaspoort

In aanvulling op de nationale actieplannen introduceert de herziene richtlijn het gebruik van een renovatiepaspoort. Dit paspoort, dat wordt afgegeven door een gekwalificeerde deskundige, bevat een renovatiestappenplan om het desbetreffende gebouw tegen 2050 om te vormen tot een emissievrij gebouw. Het geeft onder andere inzicht in de verwachte voordelen in termen van energiebesparingen, besparingen op de energierekening en de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien neemt het ook bredere gezondheids- en comfortvoordelen in overweging en verstrekt informatie over mogelijke financiële en technische ondersteuning bij de renovatie.

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2024 een systeem van renovatiepaspoorten in te voeren op basis van een gemeenschappelijk kader binnen de herziene EPBD-richtlijn. Dit kader zal tegen december 2023 op Europees niveau middels een gedelegeerde handeling tot stand komen.

Duurzame infrastructuur en verwarmingselementen

De nieuwe richtlijn bevat ook verplichtingen om bij renovatie te voorzien in infrastructuur voor duurzame mobiliteit, waaronder de installatie van laadpalen, bekabeling voor toekomstige laadpalen en de beschikbaarheid van stallingsmogelijkheden voor fietsen. De hoeveelheid laadpalen hangt af van de bestemming van het vastgoed (woon/utiliteitsbouw) en het aantal parkeerplaatsen. Voor decentrale overheden zijn deze aangescherpte verplichtingen van belang bij toekomstige bouw- en renovatieprojecten.

Tot slot zouden lidstaten vanaf 1 januari 2027 geen financiële stimulansen meer mogen geven voor de installatie van ketels op fossiele brandstoffen. Er is echter geen sprake van een Europees verbod op het gebruik van fossiele brandstoffen, alhoewel de richtlijn wel voorziet in de mogelijkheid een nationaal verbod in te stellen.

Decentrale relevantie

Decentrale overheden zijn op verschillende manier betrokken bij het energiegebruik van gebouwen. Zo dient er bij de bouw/renovatie van woningen, het afschalen van het gebruik van aardgas bij verwarmingsinstallaties en de aanbesteding van duurzame infrastructuur, rekening gehouden te worden met de nieuwe richtlijn energieprestaties van gebouwen. In een recent gepubliceerd interview met Robert Dijksterhuis (speciaal gezant duurzaam bouwen) leest u meer over de betekenis van fit for 55 voor decentrale overheden. Het bewerkstelligen van een koolstofvrij gebouwenbestand tegen 2050 gaat tevens gepaard met grote investeringen. Hiervoor stelt de EU financiële middelen ter beschikking. Meer informatie hierover vindt u in onze EU-fondsenwijzer.

Door:

Brent Bos, Kenniscentrum Europa decentraal

Bron:

Europese Green Deal: Commissie wil renoveren en koolstofarm maken van gebouwen stimuleren, Europese Commissie

Meer informatie:

Green Deal, Kenniscentrum Europa decentraal

Fit for 55-pakket, Kenniscentrum Europa decentraal

Renovation wave strategie, Kenniscentrum Europa decentraal