Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Gemeente Appingedam krijgt half jaar om brancheringsregeling beter te onderbouwen

22 juni 2018Dienstenrichtlijn

Op 20 juni 2018 oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Visser Vastgoed dat de gemeenteraad van Appingedam de effectiviteit van de brancheringsregeling beter moet onderbouwen. Deze uitspraak over het bestemmingsplan Stad Appingedam volgt op de beantwoording van prejudiciële vragen door het Europese Hof van Justitie eind januari 2018.

Verbieden vestiging detailhandel buiten het centrum

De gemeente Appingedam heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor een winkelgebied genaamd Woonplein aan de rand van de stad. Het winkelgebied bevat grote detailhandelszaken voor bijvoorbeeld keukens, meubilair en bouwmaterialen. Het vastgoedbedrijf Visser Vastgoed Beleggingen BV mocht van de gemeente in dit winkelgebied geen pand verhuren aan Bristol BV, een discountketen voor schoenen en kleding. De gemeenteraad van Appingedam onderbouwt dit verbod door te stellen dat zij leegstand in het centrum wenst te voorkomen en daarmee de leefbaarheid van de stad te beschermen. Het vastgoedbedrijf is van mening dat de gemeente handelt in strijd met de Dienstenrichtlijn, aangezien zij deze (kleine) detailhandelszaak niet tot het winkelgebied toelaat. 

In strijd met de Dienstenrichtlijn?

Het Hof oordeelde dat detailhandel in goederen een ‘dienst’ is in de zin van de Dienstenrichtlijn. Daarnaast bevestigde het Hof dat de Dienstenrichtlijn ook van toepassing is een situatie waarvan alle aspecten zich binnen één EU-lidstaat afspelen (een zogeheten ‘zuiver interne situatie’). Ten slotte bepaalde het Hof dat een bestemmingsplan dat ‘niet-volumineuze detailhandel’ (oftewel: gewone winkels waar bijvoorbeeld schoenen en kleding worden verkocht) buiten het stadscentrum verbiedt niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn, mits er aan alle voorwaarden is voldaan die in artikel 15 lid 3 van de richtlijn zijn genoemd (non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid). Dit betekent dat het bestemmingsplan van de gemeente Appingedam de vestiging van kleine detailhandel buiten het centrum onder bepaalde voorwaarden mag verbieden. Het was aan de Raad van State zelf om daarover te oordelen.

Betere onderbouwing brancheringsregeling

De Raad van State kan zich vinden in de redenering van de gemeenteraad dat de brancheringsregeling noodzakelijk kan zijn om onder meer de aantrekkelijkheid van het centrum te bevorderen. Ten aanzien van het evenredigheidsvereiste is de Raad van State echter niet overtuigd. De gemeenteraad heeft op grond van ervaringsregels de veronderstelling dat, indien branchering wordt losgelaten, dit tot vertrek van detailhandel in het centrum zal leiden. De Raad van State acht dit mogelijk, maar de gemeente moet dan wel de effectiviteit van de maatregel onderbouwen aan de hand van een analyse met specifieke gegevens. Zonder de analyse kan volgens de Raad van State niet worden uitgesloten dat leegstand in het centrum ook op een andere manier kan worden voorkomen. De gemeente krijgt daarom een half jaar de tijd om het gebrek in de motivering van het besluit te herstellen, voordat de Raad van State een einduitspraak doet.

Door:

Mirthe Mulders en Chris Koedooder, Europa decentraal

Bron:

ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2062

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
EUrrest februari 2018, Europa decentraal
Belangrijke uitspraak EU-Hof over de Dienstenrichtlijn in twee Nederlandse zaken, nieuwsbericht Europa decentraal

X