Gemeenten kunnen uitbreiding btw-sportvrijstelling verwachten in 2019

27 november 2017Overige onderwerpen, Staatssteun

De aangekondigde btw-sportvrijstelling ten gevolge van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie komt er definitief. Dit is bekend sinds de publicatie van de startnota van het kabinet op 3 november 2017. Het moeten toepassen van de btw-vrijstelling zal financieel ongunstig uitpakken voor gemeenten en sportstichtingen, vanwege het verlies van het recht op aftrek van voorbelasting van btw. Dit financiële nadeel zal worden gecompenseerd.

Uitbreiding btw-sportvrijstelling in 2019

Via de startnota maakte het kabinet-Rutte III bekend de btw-sportvrijstellingen in 2019 te gaan uitbreiden. De startnota is een toelichting op de financiële afspraken uit het regeerakkoord. Het uitbreiden van de vrijstellingen zal leiden tot een extra opbrengst voor de schatkist van € 241 miljoen in 2019. Voor gemeenten en sportverenigingen zal de maatregel tot een financieel nadeel van gelijke omvang leiden, zo verduidelijkt het kabinet in de startnota. Om gemeenten en sportverenigingen hiervoor te compenseren, wordt € 241 miljoen van de inkomsten- naar de uitgavenkant van de rijksbegroting overgeheveld. Gemeenten en sportverenigingen zullen dus gecompenseerd worden, maar het is nog onduidelijk op welke wijze de compensatie zal plaatsvinden en of deze eenmalig is.

Europese btw-richtlijn

De Nederlandse wetgeving moet worden aangepast vanwege de uitspraak van het Hof in de zaak Bridport and West Dorset Golf Club (C‑495/12) uit 2013. Daaruit werd duidelijk dat voor toepassing van de Europese btw-sportvrijstelling geen onderscheid mag worden gemaakt tussen prestaties aan leden en prestaties aan niet-leden. Gemeenten en sportverenigingen hebben nu nog recht op aftrek van voorbelasting van btw voor de kosten die toerekenbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties aan sportverenigingen. Dit recht op aftrek vervalt zodra de Nederlandse wetgeving die de Europese btw-richtlijn implementeert, in overeenstemming met de bovengenoemde jurisprudentie wordt aangepast. Per 1 januari 2019 zal het recht op aftrek van voorbelasting van btw voor de kosten die toerekenbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties aan sportverenigingen dan ook vervallen. Over de invulling van een reeds aangekondigde overgangsregeling zal nog worden overlegd door de betrokken ministeries.

Door:

Fenna Eerenberg en Chris Koedooder, Europa decentraal

Bronnen:

Startnota, Rijksoverheid
Btw-vrijstelling op sport, brief Vereniging Sport en Gemeenten
Aangekondigde btw-vrijstelling op sport gaat door, nieuwsbericht Vereniging Sport en Gemeenten
Lijst van vragen en antwoorden, Kamerstukken II, 2015/16, 34 302, nr. 115

Meer informatie:

Sport, Europa decentraal
Sport en staatssteun, Europa decentraal
Europese thema’s in het regeerakkoord, nieuwsbericht Europa decentraal
Sportbesluit, Vereniging Sport en Gemeenten

X