Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Gemeenten mogen niet oordelen over verblijfsrecht EU-burgers

8 april 2013Justitie, vrijheid en veiligheid, Overige onderwerpen

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 18 maart geoordeeld dat weigering van een beroep op bijstand van een EU-burger niet automatisch resulteert in ontzegging van het verblijfsrecht. Tevens benadrukt de CRvB dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verantwoordelijk is voor de beoordeling over het verblijfsrecht van een EU-burger en niet de gemeenten.

Minister reageert op uitspraken CRvB

Minister Asscher heeft op verzoek van de Tweede Kamer gereageerd op de uitspraken van de CRvB in zaken tussen EU-burgers en een aantal gemeenten, waarbij de gemeenten in het ongelijk zijn gesteld. In deze uitspraken wordt geoordeeld dat een aanvraag om bijstand van een EU-burger niet direct betekent dat die burger niet meer in Nederland mag zijn.

Daarbij stelt de Centrale Raad van Beroep ook vast dat als een EU-burger bijstand aanvraagt, de gemeente niet zelf mag beslissen of die burger in Nederland mag blijven. Dat besluit moet worden genomen door de IND. Dit oordeel van de Centrale Raad is in lijn met het standpunt van het kabinet, aldus de minister.

Gevolgen uitspraak

Door de uitspraak is de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenten en de IND verhelderd. Gemeenten gaan over de beoordeling van het recht op bijstand. De IND toetst of het beroep op bijstand gevolgen heeft voor het verblijfsrecht van de EU-burgers.

Gemeenten moeten aan de hand van een individuele belangenafweging bepalen of na een beroep op bijstand een beoordeling door de IND over het verblijfsrecht noodzakelijk is. Als er twijfels bestaan over de gevolgen voor het verblijfsrecht dan moet een gemeente dit voorleggen aan de IND.

Voorwaarden verblijfsrecht

Volgens de Richtlijn vrij verkeer van personen moeten EU-burgers die langer dan drie maanden in Nederland willen verblijven beschikken over voldoende middelen van bestaan. Dit om te voorkomen dat zij een beroep doen op het sociale bijstandsstelsel.

Dit betekent niet dat na drie maanden een beroep op bijstand door een EU-burger automatisch een verblijfsbeëindiging tot gevolg heeft. Een EU-burger heeft pas recht op bijstand als ook aan de nationale toekenningsvoorwaarden wordt voldaan. Zo moet een EU-burger ingezetene van Nederland zijn, de betrokkene moet een persoonlijke band van duurzame aard met ons land hebben. Het enkel in Nederland verblijven is niet voldoende.

Door:

Karin van den Brand en Ronald Heuts, Europa decentraal

Bron:

Kamerbrief over uitspraak Centrale Raad van Beroep over verblijfplaats aanvrager bijstand, kamerstuk, 28 maart 2013

Meer informatie:

Werkgelegenheid en sociaal beleid
Uitspraak Centrale Raad van Beroep, LJN: BZ3854, 18 maart 2013
‘Uitspraak bijstand EU-burgers in lijn met kabinet’, Binnenlands Bestuur, 29 maart 2013

X