Gewijzigd beleid voor inkoop van schone wegvoertuigen: strengere milieueisen

14 september 2021

Decentrale overheden moeten aan strengere milieueisen voldoen bij het inkopen van voertuigen. Dat volgt uit Richtlijn 2019/1161 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, ook wel bekend als de Clean Vehicles Directive. De herziene richtlijn is op 2 augustus 2021 in werking getreden en wijzigt daarmee de oude Richtlijn 2009/33/EG. Het doel van de nieuwe richtlijn is om het gebruik van schone, energie-efficiënte voertuigen te bevorderen door middel van publieke inkoop. De algemene criteria voor voertuigen zijn daarom vervangen door minimumpercentages voor de aanbesteding van schone voertuigen. Hiermee moet het minimumaandeel schone of zelfs volledig uitstootvrije wagens ook toenemen.

Wat stond er in de oude richtlijn?

Richtlijn 2009/33 stelde duurzaamheidscriteria vast voor overheidsopdrachten die golden bij de aanschaf van motorvoertuigen. Dit betekende dat onder meer de uitstoot van CO2, stikstofoxiden, NMHC en fijnstof meegenomen moesten worden in de afweging of de bewuste voertuigen aangeschaft moesten worden. Ook kon een aanbestedende dienst relevante milieueisen in de aanbestedingsprocedure stellen. In de kern vereiste de richtlijn dat deze eisen in het oog werden gehouden, maar stelde de richtlijn geen absolute minima aan uitstoot waar aan voldaan moest worden.

Minimumpercentages voor de aanbesteding van schone wegvoertuigen

De herziene richtlijn legt juist wel zulke minimumpercentages op waar overheidsopdrachten aan moeten voldoen. Hierdoor zijn decentrale overheden verplicht om een minimumpercentage aan schone voertuigen in te kopen. Ook aanbestedingscontracten voor personenvervoer vallen hier onder. De oude richtlijn gold alleen voor de koop van wegvoertuigen, maar Richtlijn 2019/1161 heeft een groter bereik en geldt ook voor huur, huurkoop en lease van wegvoertuigen.

Het minimumpercentage aan groene of schone voertuigen stijgt na verloop van tijd. Hiervoor bakent de richtlijn twee zogenoemde referentieperioden af: van 2 augustus 2021 tot en met 31 december 2025, en van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Dit betekent concreet het volgende:

Type voertuigMinimum aantal schone voertuigen in de periode 2 augustus 2021 – 31 december 2025Minimum aantal schone voertuigen in de periode 1 januari 2026 – 31 december 2030
Lichte voertuigen
Auto’s en bestelbussen38.5% (minder dan 50 gram CO2 en 80% van toegestane emissies)38.5% (alleen emissievrije voertuigen)
Zware voertuigen
Bussen45%65% (helft emissievrije voertuigen)
Vrachtwagens10%15%

De streefcijfers van de Richtlijn worden uitgedrukt in minimumpercentages aan schone voertuigen van het totaal aantal wegvoertuigen in alle aanbestede contracten in de twee genoemde referentieperiodes. De minimumpercentages gelden dus niet voor elke individuele aanbesteding, maar voor alle aanbestedingen van de aanschaf van voertuigen gezamenlijk. Wel geldt er een afgrenzing tussen de voornoemde categorieën van voertuigen: als een overheid in één categorie over onvoldoende groene voertuigen beschikt, kan dat niet worden gecompenseerd door in een andere categorie meer groene of uitstootvrije voertuigen aan te schaffen.

Implementatie in Nederland

In Nederland wordt Richtlijn 2019/1161 geïmplementeerd in nationale wetgeving met een wijziging van de Wet Milieubeheer, specifiek artikel 9.6.1, met de bijbehorende ‘Regeling bevordering schone wegvoertuigen’. De Nederlandse implementatie voorziet niet in strengere streefcijfers of vereisten dan waar de richtlijn zelf in voorziet.

Wat betekent dit voor decentrale overheden?

Vanaf nu geldt dat gemeenten, provincies en waterschappen bij overheidsopdrachten de regelingen van de richtlijn moeten uitvoeren. Dit betekent dat de vereiste aantallen schone of emissievrije voertuigen gecommuniceerd moeten worden op TenderNed. Aanbestedende diensten moeten namelijk het totale aantal voertuigen dat binnen het toepassingsgebied van de wijzigingsrichtlijn (en daarmee van de regeling) valt, aangeven. Dat is onder meer relevant voor het rapporteren van de voortgang van de vergroening van het wegverkeer in Nederland aan de Europese Commissie. Bovendien moeten de aanbestedende diensten rekening houden met de Europese drempelbedragen. Dat betekent dat een aankoop Europees moet worden aanbesteed als deze meer dan € 214.000,- bedraagt.

Bron

Richtlijn 2019/1161 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, Europese Unie

EU Richtlijn Schone Voertuigen, PIANOo

Door 

Wout van Hulst, Evelien van Buuren en Laura Hollmann, Kenniscentrum Europa decentraal

Meer informatie