Goedkeuring verlening staatssteun door gemeenten aan doelgroepenvervoer in de periode 14 oktober 2020 tot 1 oktober 2021

10 november 2021

Gemeenten mogen onder voorwaarden met terugwerkende kracht staatssteun verlenen aan vervoersbedrijven voor het verrichten van doelgroepenvervoer in de periode 14 oktober 2020 tot 1 oktober 2021. Hier is naar aanleiding van een gecoördineerde melding van staatssteun goedkeuring voor gekregen van de Europese Commissie.  Omdat de steun eveneens is goedgekeurd onder het Tijdelijk Steunkader (TSK) zijn de voorwaarden voor verstrekking hetzelfde als voor de voorgaande periode, die liep van 1 juli 2020 tot en met 13 oktober 2020.

Commissiebesluit doelgroepenvervoer II – verlenging van 9 november 2021

Aanvankelijk is ingezet op was de wens om een kader dat sterk vergelijkbaar is met Doelgroepenvervoer I, maar dan voor de periode vanaf de tweede lockdown, van 14 oktober 2020 tot 28 april 2021. Dat bleek niet mogelijk of slechts onder  extra voorwaarden. Daarom is een melding voor een verlenging van Doelgroepenvervoer II (SA.61360) gedaan onder  de naam “Doelgroepenvervoer en staatssteun COVID-19 II – verlenging” (SA.100306). De melding is ook dit keer gedaan onder het TSK. Deze goedkeuring geldt voor een veel langere periode namelijk tot 1 oktober 2021, het tijdstip waarbij ook vrijwel alle andere nationale COVID-maatregelen ten einde zijn gekomen. Het TSK is opgesteld om de economische gevolgen van het coronavirus te beperken en bepaalt de voorwaarden waaronder staatssteun is toegestaan.

Zelfde voorwaarden als kader doelgroepenvervoer II

Omdat de verlenging voor het doelgroepenvervoer wederom is goedgekeurd onder het TSK, gelden dezelfde voorwaarden als onder  Doelgroepenvervoer II. Deze voorwaarden gelden voor alle gemeenten en zijn vastgelegd in de vorm van een circulaire, inclusief toelichting. De circulaire ”Doelgroepenvervoer en staatssteun COVID-19 II – verlenging” is per brief vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan alle gemeenten gestuurd. Gemeenten wordt geadviseerd om doorbetalingen die zij verstrekken in het doelgroepenvervoer in overeenstemming met deze circulaire te verlenen, om mogelijke strijd met de Europese regels inzake staatssteun te voorkomen. Als dat zo is, hoeven gemeenten niet zelf alsnog een staatssteunmelding bij de Europese Commissie te doen. De precieze voorwaarden staan in de circulaire. De gemeenten wordt ook aangeraden de rekenvoorbeelden in de toelichting van de circulaire hiervoor te raadplegen.

  • De maximale compensatie is 70% van de in aanmerking komende kosten;
  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten te vergoeden kosten:
    • Algemene kosten (o.a. afschrijving, rente, verzekering en stalling): Voor deze kosten geldt dat (a) het maximale steunbedrag per onderneming € 1,8 miljoen mag bedragen, (b) de steun niet na 31 december 2021 mag worden verleend.
    • Niet gedekte vaste kosten (arbeidsloon en overige personeelskosten): Voor deze kosten geldt dat (a) het maximale steunbedrag per onderneming niet meer dan € 10 miljoen mag bedragen, (b) alleen ondernemingen met een omzetverlies van     minimaal 30% in aanmerking mogen komen, (c) maximaal 70% van het verlies mag worden vergoed na aftrek van eventuele vergoeding van algemene en capaciteitskosten, ook als daarvoor de-minimissteun wordt verleend en (d) de steun niet na 31 december 2021 mag worden verleend.
  • Als er geen contract was met de betreffende vervoerder in 2019 is er een vergelijking met 2019 nodig aan de hand van een benchmark op grond van het contract dat er destijds wel was. Er moet dan een benchmark worden vastgesteld op grond van het contract dat er wel was;
  • Per onderneming moet een toegekende individuele steunmaatregel boven €100.000,- op basis van Doelgroepenvervoer II – verlenging binnen twaalf maanden worden bekendgemaakt. Dit wordt de transparantieverplichting genoemd. Meer informatie en hulp vind u in de circulaire inclusief toelichting, op de website van Kenniscentrum Europa decentraal en hieronder (‘Transparantie individuele steun van 100.000 euro of meer’).

Hoe weet de gemeente of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun vormt?

Door onderstaande stappen te doorlopen kan een gemeente  achterhalen of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun is:

  1. Allereerst bekijkt de gemeente de financieringsconstructie, van het onder punt 2 van de circulaire genoemde type vervoer. Uitgangspunt van het kader is dat het vervoer gecontracteerd is door de gemeente met inachtneming van de aanbestedingsregels. De gemeente beziet of er ruimte is om op basis van het contract tot compensatie over te gaan. Is die situatie aan de orde, dan is er geen sprake van staatssteun en hoeft over de doorbetaling van het bedrag, dat op basis van het contract betaald kan worden, geen opgave wegens staatssteun conform dit kader te worden gedaan.
  2. Indien het contract geen ruimte tot compensatie, voor niet-geleverde diensten door het vervoerbedrijf biedt, is er sprake van staatssteun en geeft deze circulaire inclusief toelichting de gemeente een kader om geoorloofde staatssteun te verlenen. Daarvoor moeten de cumulatieve voorwaarden in deze circulaire worden nageleefd.
  3. Voor ritten die wel zijn uitgevoerd, vindt uitbetaling op basis van het contract plaats. Die ritten vallen buiten de compensatie, zoals is opgenomen in de circulaire. In dat geval wordt dus een deel op basis van het contract doorbetaald en voor een ander deel moeten de staatssteunregels van de circulaire worden nageleefd.

Hoe moet uw gemeente vervolgens handelen?

Als  volgens bovenstaande stappen de nodige betalingen zijn verricht, moet de gemeente zorgen voor een goede vastlegging van betalingen conform de circulaire. Deze vastlegging is nodig voor de jaarlijkse staatssteunrapportage. Kenniscentrum Europa decentraal vraagt deze gegevens in het voorjaar van 2022 bij gemeenten op. Als  de compensatiebetaling tot nu toe als voorschot is verleend, kan  de compensatie nu definitief worden verleend met inachtneming van de bovenstaande stappen, en zorgt u voor een goede vastlegging van betalingen conform de circulaire inclusief toelichting. Als de conclusie is dat u reeds staatssteun heeft verleend, dient u de betalingen te herberekenen conform de circulaire en – indien er teveel is betaald – het surplus terug te vorderen of te verrekenen met lopende vorderingen of toekomstige compensatie.

Transparantie individuele steun van € 100.000 of meer

Voor individuele steunverleningen (d.w.z. de staatssteun die een specifieke onderneming ontvangt) vanaf € 100.000, verleend in het kader van Doelgroepenvervoer II (SA.61360) of de verlenging hiervan (SA.100306) geldt een transparantievereiste. Binnen twaalf maanden na de toekenning dienen enkele aanvullende gegevens over de steunverlening en de begunstigde onderneming gepubliceerd te worden in de State Aid Transparency Award Module, oftewel de TAM.

Aan de hand van de uitvraag voor de staatssteunrapportage over 2020, zijn in het voorjaar 2021 de gemeenten die het aangaat voor Doelgroepenvervoer II (SA.61360) in beeld gekomen. Het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden (CSDO) van het ministerie van BZK heeft al contact gezocht met de betreffende gemeenten. Voor zover uw gemeente voor de periode vanaf 14 oktober 2020 gebruik maakt van het kader Doelgroepenvervoer II – verlenging (SA.100306) zullen zij  moeten bezien of een TAM-melding voor individuele steun vanaf € 100.000, nodig is. Indien dat het geval is, wordt hen verzocht contact op te nemen met het CSDO: coordinatiepuntstaatssteun@minbzk.nl. Dan helpen zij de gemeente  verder.

U kunt meer lezen over de TAM op de website van Kenniscentrum Europa decentraal, zie het kader over TAM-melding onder het Tijdelijk Steunkader en in de handleiding voor decentrale overheden.

Bron

Door

Demi Hoefnagels, Kenniscentrum Europa decentraal, in samenwerking met het ministerie van BZK

Meer informatie