Hervorming GLB heeft gevolgen voor decentrale overheden

8 juli 2013Staatssteun

Decentrale overheden krijgen te maken met nieuwe (milieu) criteria voor het verlenen van subsidies aan boeren en natuurbeschermingsorganisaties. Dit is een van de gevolgen van het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2014-2020 waarover 26 juni een principeakkoord is bereikt. Ook verandert de bijdrage van de EU aan investeringen van overheden in plattelandsontwikkeling.

Principeakkoord

De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad hebben op woensdag 26 juni een principeakkoord bereikt over de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Het akkoord voor de periode 2014-2020 leidt tot verregaande veranderingen volgens de Eurocommissaris van landbouw en plattelandsontwikkeling Dacian Ciolos. Een eerlijkere verdeling van subsidies, marktoriëntatie en vergroening komen centraal te staan.

Plattelandsontwikkeling

Decentrale overheden spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsbeleid, onderdeel van het GLB. Dit beleid dient er toe landelijke gebieden te beschermen en te verbeteren.

De EU betaalt een deel van de kosten (cofinanciering). De Europese cofinanciering voor maatregelen en investeringen ten behoeve van plattelandsontwikkeling gaat van 50 % (in de periode 2007-2013) naar 75 % voor de komende periode. Dit betekent voor decentrale overheden dat de EU dus een relatief grotere bijdrage gaat leveren aan investeringen van decentrale overheden.

Wel daalt het nieuwe GLB-budget voor Nederland in de komende periode met 100 miljoen euro per jaar.

Milieuregels

Verder dienen decentrale overheden bij het verlenen van subsidies rekening te houden met nieuwe zogenoemde vergroeningsmaatregelen. Dit houdt onder meer in dat een subsidieontvanger zich bezighoudt met:

– Het behoud van permanent grasland;
– Diversificatie van het bodemgebruik;
– Het beheren van waardevolle landschappen (bijv. heggen, bomen, braak land).

Naast de door de Commissie voorgestelde maatregelen, komt er onder andere op aandringen van Nederland, een (dynamische) lijst met alternatieve vergroeningsmaatregelen, die als gelijkwaardig worden beschouwd aan die van de Commissie.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het meetellen van bepaalde landschapselementen bij de invulling van waardevolle landschappen of het beplanten van heuvels ter voorkoming van erosie. Verder krijgen agrarische natuurverenigingen de mogelijkheid samen de maatregelen uit te voeren. Op deze manier wordt agrarisch natuurbeheer effectiever.

Agromilieumaatregelen

Bij het opstellen van de begroting voor plattelandontwikkelingsprogramma’s moeten decentrale overheden minstens 30 % aan agromilieumaatregelen besteden. Dit betekent steun voor de biologische landbouw of projecten in verband met investeringen of innovatiemaatregelen die bevorderlijk zijn voor het milieu.

Effecten decentrale overheden

De precieze effecten van de hervorming van het GLB op decentrale overheden worden pas duidelijk zodra de EU maatregelen worden verwerkt in het nieuwe plattelandsontwikkelingsprogramma voor de periode 2014-2020 (POP3).

Door:

Lisanne Vis-Boer en Veerle Nielen, Europa decentraal

Bron:

Europees landbouwbeleid ingrijpend hervormd, nieuwsbericht Rijksoverheid
Persbericht IP/13/613, Europese Commissie
Persbericht MEMO/13/631, Europese Commissie
Verslag landbouw- en visserijraad, staatssecretaris Dijksma

Meer informatie:

Landbouw, Staatssteun, Europa decentraal
The Common Agricultural Policy after 2013, Europese Commissie
Landbouw, Europese Unie
Raad bereikt akkoord GLB, Nieuwsbericht Europa decentraal
Europese subsidies en decentrale overheden, Directie Europa VNG