Hoe ziet het VK de rol van het Hof van Justitie na Brexit?

11 september 2017Brexit

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft medio augustus een aantal standpuntbepalingen gepubliceerd over de toekomstige handelsrelatie met de Europese Unie. In een nieuwe publicatie van 23 augustus 2017 gaat het VK in op de rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof) na de uittreding. Uit deze publicatie blijkt dat het VK een onafhankelijke rechtsorde wil na uittreding. De rol van het Hof moet minimaal en indirect worden.

Toezicht op de uittredingsovereenkomst

De uittredingsovereenkomst zal toezien op de voorwaarden die van toepassing zijn na uittreding van het VK uit de EU. De overeenkomst zal rechten en plichten bevatten waar partijen zoals de EU en het VK, maar ook bedrijven en natuurlijke personen, zich op kunnen beroepen. In haar nieuwste standpuntbepaling bespreekt het VK twee aspecten van toezicht op deze overeenkomst, namelijk de handhaving van de afspraken uit de overeenkomst en de instelling van een geschillenbeslechtingsmechanisme. Regels over de handhaving van de uittredings-afspraken moeten worden vastgesteld om bijvoorbeeld Britse of EU burgers de mogelijkheid te geven de rechten die zij uit de uittredingsovereenkomst verkrijgen voor een gerecht te kunnen afdwingen. Een instelling die zich bezighoudt met geschillenbeslechting buigt zich over conflicten tussen de EU en het VK, bijvoorbeeld over de interpretatie van rechtsregels uit de uittredingsovereenkomst. Over het belang van zo’n instelling zijn beide partijen het eens. De precieze vorm hiervan is echter nog onderwerp van onderhandeling.

Britse voorstellen

Het VK ziet na de Brexit een rol voor het Britse hooggerechtshof om de rechten van individuen te waarborgen. Daarnaast noemt het VK verschillende vrije handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen, waarbij een geschillenbeslechtingsprocedure is ontwikkeld waarin het Hof geen directe rol speelt. Het VK wijst als voorbeeld naar de handhavingsinstelling van de handelsovereenkomst tussen de EU en drie landen uit de European Free Trade Association (EFTA). Het onafhankelijke EFTA-hof doet uitspraak over de interpretatie van European Economic Area-regels (EEA) en beslist over conflicten hierover in de EFTA-staten. In de EU is het interpreteren van EU-recht uitsluitend voorbehouden aan het Hof, maar de uitspraken van het EFTA-hof binden niet de EU of haar instellingen. Het bestaan van het EFTA-hof is hierdoor niet in strijd met de eerder genoemde speciale positie van het Hof.

Doorwerking van EU-rechtspraak

Een ander aspect van het beëindigen van de jurisdictie van het Hof is de geldigheid van eerdere en komende uitspraken van het Hof. Het VK geeft aan in de Britse uittredingswet op te nemen dat zaken besloten voor de Brexit dezelfde gelding krijgen als uitspraken van het Britse Hooggerechtshof. Dit houdt in dat de rechtspraak die het Hof voor de Brexit heeft uitgevaardigd gewoon door het Hooggerechtshof gevolgd wordt. Voor de gelding van zaken besloten na uittreden verwijst het VK als voorbeeld wederom naar het EFTA-hof, dat de taak heeft ‘voldoende notie te nemen’ van relevante Hof-arresten die na het tekenen van de EEA-overeenkomst ontstaan. Dit houdt in dat het EFTA-hof de jurisprudentie van het Hof bestudeert en dit kenbaar maakt in haar uitspraak.

Verdere onderhandelingen

Het VK is van mening dat het beëindigen van de jurisdictie van het Hof de rechten van individuen niet zal verzwakken. De EU heeft in een standpuntbepaling van 12 juli aangegeven dat het waarborgen van de rechten van individuen een zeer belangrijk punt voor de EU is. Het Hof moet de rechten van alle EU burgers in het VK blijven garanderen, ook na uittreding. De EU stelt voor om een gezamenlijk comité te belasten met toezicht op de uittredingsovereenkomst. Dit comité zou bij onenigheid worden doorverwezen naar het Hof. De oprichting van zo’n comité wordt ook aangedragen in de standpuntbepaling van het VK, maar de door de EU voorgestelde rol van het Hof hierbij wordt niet besproken. De jurisdictie van het Hof is in de derde ronde van de onderhandelingen wederom aan de orde gekomen. Deze gesprekken vonden plaats van 29 tot 31 augustus. Michel Barnier, hoofdonderhandelaar namens de Europese Commissie, liet na afloop weten dat er op dit punt nog steeds geen overeenstemming is bereikt.

Door:

Juliëtte Fredriksz en David Schutrups, Europa decentraal

Bronnen:

Enforcement and dispute resolution: a future partnership paper, HM Government

Meer informatie:

Brexit, Europa decentraal
Position paper on Governance, EuropeanCommission, Task Force for the Preparation and Conduct of the Negotiations with the United Kingdom under Article 50 TEU
David Davis: Norway model is one option for UK after Brexit, Politico
Could the UK use the EFTA-court to resolve disputes following Brexit?, London School of Economics and Political Science
Leaving the ECJ is vital, but the legal back doors must be closed too, BrexitCentral

X