Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

In gesprek met Mark Thissen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving

9 september 2019Brexit

“Er is nog te weinig aandacht voor de gevolgen van de Brexit. Regio’s en gemeenten zouden meer in gesprek moeten gaan met het regionale bedrijfsleven over de gevolgen van de Brexit.” Dat zegt dr. Mark Thissen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), op basis van zijn onderzoek naar de regionale impact van de Brexit. Hij blikt vooruit op het volgende beslissende moment in oktober en legt uit wat de cijfers betekenen voor gemeenten en regio’s.

Directe kortetermijneffecten van de Brexit

Het Verenigd Koninkrijk (VK) vertrekt uit de Europese Unie (EU). Na uitstel en discussie over de afspraken en voorwaarden rond de uittreding van het VK staat het moment van uittreden nu gepland voor 31 oktober 2019. Hoe dit vertrek er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord grote gevolgen zal hebben voor zowel het VK als de EU.

Dr. Mark Thissen heeft onderzoek gedaan naar de kortetermijngevolgen van een Brexit voor de Nederlandse regio’s. In februari 2019 is deze analyse verschenen en juist nu is deze weer relevant gelet op de naderende deadline voor de Britten.

Het onderzoek geeft de korte termijn gevolgen die direct na een harde Brexit optreden weer. Dat betekent: de directe impact op productiekosten via handelsstromen en invoerkosten voor bedrijven die met het Verenigd Koninkrijk handel drijven. Dat kan accuraat op basis van de data die het PBL de afgelopen decennia heeft verzameld en in kaart heeft gebracht.

In dit interview bespreekt Mark Thissen de belangrijkste bevindingen: wat zeggen de cijfers? Waarom is dit onderzoek van grote waarde voor gemeenten en regio’s? Bovendien gaan hij in op de vraag wat decentrale overheden kunnen doen om de effecten van een harde Brexit te mitigeren.

Wat maakt dit onderzoek anders dan andere onderzoeken? 

“Dit onderzoek geeft een beeld van de impact op sectoren en regio’s, en de verschillen op sectorale en regionale niveaus. Wij (PBL) hebben interregionale handelsdata die niemand anders heeft. Wij kunnen daarmee bijvoorbeeld de impact van de Brexit op de concurrentiepositie van bedrijven in kaart brengen, terwijl veel studies alleen kijken naar de extra kosten. Dat werkt zo: als voor alle bedrijven de kosten omhoog gaan dan verandert er qua concurrentiepositie niets voor de bedrijven. De kostenstijging geldt immers voor al deze bedrijven. Alleen de consument merkt dat doordat de prijzen omhoog gaan. In ons onderzoek kun je zien wat er gebeurt met de bedrijven vanwege de veranderende concurrentiepositie: de mate dat de kosten voor een bedrijf veranderen ten opzichte van de bedrijfsspecifieke concurrenten.

Verder kijken wij alleen naar de korte termijneffecten en dat kunnen we doen zonder aannames te maken. Als je kijkt naar de lange termijn moet je veel aannames doen en dat genereert veel onzekerheden in het uiteindelijke rapport. Daar hebben wij nu niet voor gekozen om het onderzoek zo ‘hard’ mogelijk te maken.” Thissen vult hier aan dat hoe meer bedrijven gaan reageren op de Brexit en aanpassingen maken, hoe meer de cijfers van dit onderzoek verouderen.

Welke dingen vallen er op in het onderzoek?

“Een belangrijke conclusie is dat de gemiddelde effecten op de concurrentiepositie in Nederlandse regio’s net zo groot zijn als in het Verenigd Koninkrijk. Heel veel bedrijven krijgen toch iets met de Brexit te maken, omdat wij een open economie hebben. In het VK zijn de effecten, buiten Londen, vooral lokaal. Daar worden alle bedrijven even hard geraakt. De kostenverhoging is in het VK wel veel hoger, maar die raakt alle bedrijven in gelijke mate en valt dus minder op in ons concurrentieonderzoek. Maar er zijn een aantal sectoren die wel opvallen.” Thissen vervolgt: “We ondervinden bijvoorbeeld vooral voordeel in de dienstenindustrie en met name nadeel in de maakindustrie. Juist de kleine gemeenten moeten aan de hand van ons onderzoek gaan uitzoeken welke van deze hard getroffen maakindustrie aanwezig is in hun gemeente. Daarnaast kán de voedingsmiddelenindustrie heel hard getroffen worden, maar dat zal afhangen van mogelijke tarieven die worden ingevoerd. Als de mogelijke tarieven lager worden, dan is er ook minder impact op deze industrie.”

Waar moeten gemeenten op letten?

“De mogelijke problematiek ligt op het gebied van de toeleveranciers. Daar zouden bedrijven goed naar moeten kijken. Daarnaast hangt het af van de afzetmarkt van het lokale bedrijfsleven. Als je in beide gevallen niet specifiek aan het VK levert of vanuit het VK aangeleverd krijgt, dan zal er weinig belemmering zijn. Maar er zijn ook een aantal voorbeelden en interessante casussen. Zo lijkt de textielindustrie in Overijssel er in concurrentiepositie op vooruit te gaan, hoewel ze in kosten wel hard worden getroffen. Dat is interessant.”

Daarom benadrukt Thissen: “Als gemeente wéét je welke bedrijven er groot zijn in jouw regio. Het is dan aan te raden om het onderzoek er bij pakken, bijvoorbeeld de laatste grafiek (p. 16), en vervolgens de kostenverhoging en het concurrentie-effect te bekijken. Dan heb je een indicatie van wat er kan gebeuren en een startpunt voor een gesprek met de betreffende sector. Dat wil ik echt meegeven.”

Thissen vervolgt: “Ga verder het gesprek aan met de bedrijven in de regio die nadelig uit de studie komen, bijvoorbeeld op plekken waar bedrijven regionaal samenkomen”. Daar ligt nog wel een rol voor de gemeente. Het is daarin echt handig om voor bedrijven iets regionaal te organiseren, zoals een Brexit buddy-overlegdag.

“De grootste valkuil is dat men de conclusies uit het onderzoek voor provincies direct toepast op alle gemeenten binnen deze provincie. Een groot bedrijf in een provincie kan de getallen domineren waardoor er een vertekend positief of negatief beeld kan ontstaan van de kortetermijnimpact”.

Wat is de komende tijd van belang?

“Er is eigenlijk te weinig praktische aandacht voor de Brexit. De pers wakkert het aan, maar dat is niet voldoende. In  het VK zitten de zalen vol wanneer wij daar zijn. Bovendien is de discussie daar groot. Hier is dat veel minder. Dat is misschien zo, omdat de impact daar groter lijkt, maar uit dit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is.”

“De getalletjes lijken soms klein”, vervolgt Thissen “maar 1 of 2% kostenverhoging is zeker bij grote bedrijven met een kleine winstmarge een groot verschil. Bovendien zijn deze getallen gemiddelden, en dat betekent dus dat er ook bedrijven zullen zijn die veel meer impact gaan voelen.”

Hoeveel zorgen moeten gemeenten zich maken?

“Als de terugtrekkingsovereenkomst wordt aangenomen, dan zal het uiteindelijk in eerste instantie wel meevallen. In het geval van een no-deal Brexit, is alles wat we ‘’wegonderhandelen” mooi meegenomen. Hier wil ik aan toevoegen dat wij echt geen no-deal Brexit moeten willen. We kijken soms een beetje met leedvermaak naar de hele situatie in het VK , maar het gaat om mensen en die gaan de nadelige gevolgen echt merken.”

We horen wel eens dat gemeenten een handelsmissie willen organiseren naar het VK. Wat zou je hen adviseren ? 

Thissen antwoordt wat aarzelend: “Het VK heeft straks, na de Brexit, waarschijnlijk een gebrek aan goederen: voedingsmiddelen en medicijnen bijvoorbeeld. Daar zouden mogelijk kansen kunnen liggen voor een handelsmissie, maar die zullen niet heel groot zijn. Het grootste probleem van het VK zal zijn dat de tarieven gigantisch omhoog gaan, en daarmee de kosten van deze goederen. Je kunt dan beter een handelsmissie opzetten naar exportmarkten van het VK, want hun concurrentiepositie verslechterd daar na de Brexit. Binnen het VK valt gewoon weinig te halen.”

Zijn er nog activiteiten die je zou kunnen ontplooien op regioniveau? 

“De noordelijke provincies hangen vrij sterk samen. Meer dan de andere regio’s”, legt Thissen uit. Dit blijkt uit een gerelateerd onderzoek dat het PBL heeft uitgevoerd. “Het is dus logischer voor de noordelijke gemeenten om samen te gaan kijken naar de gevolgen van de Brexit.” Dit effect geldt overigens niet exclusief voor Noord-Nederland. “Als je buurgemeente een klap krijgt van de Brexit, dan zou dat ook effect kunnen hebben op jouw eigen gemeente, omdat je inwoners daar misschien werken. Die impact zou zich kunnen verspreiden.”

Blijf voorbereid op alle scenario’s

Gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid zullen gevolgen ondervinden van de Brexit. De Brexit Impact Scan voor overheden biedt overheden inzicht op dit gebied. De impactscan houdt rekening met twee scenario’s: een Brexit met een terugtrekkingsakkoord én een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord. Overheden die al begonnen zijn met het voorbereiden op de Brexit kunnen de impactscan gebruiken als een checklist om na te gaan of zij niet iets over het hoofd hebben gezien.

Daarnaast kunnen gemeenten, provincies, waterschappen en rijksoverheidsorganisaties via het Brexit-loket voor overheden op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen omtrent de Brexit. Ook kunnen zij via de helpdesk kosteloos vragen stellen over de Brexit.

DOOR:

Jody van Diemen, VNG & Fabian Wondergem, Europa decentraal

Meer informatie

Brexit-loket voor overheden, Europa decentraal
Deal of no deal: goede Brexitovereenkomst bepalend voor de concurrentiepositie van Nederlands bedrijfsleven, Planbureau voor de Leefomgeving
Brexit Impact Scan voor overheden, Europa decentraal
Kansen en risico’s voor de regionale en lokale economie: Brexit-rapporten nader beschouwd, Europa decentraal
Kansen en risico’s voor de regionale en lokale economie: Brexit-rapporten nader beschouwd – deel 2, Europa decentraal

X