Interview Didier Herbert: ‘Europees beleid kan en mag niet alleen in Brussel worden bedacht’

15 juni 2020

Didier Herbert heeft een juridische en economische opleiding en is van Belgische nationaliteit. Hij is zijn carrière gestart in het bedrijfsleven en in de advocatuur. Daarna heeft hij het overgrote deel van zijn carrière voor de Europese Commissie te Brussel gewerkt, op verschillende beleidsdomeinen. Nadat hij directeur van de Raad voor Regelgevingstoetsing (Regulatory Scrutiny Board) van de Europese Commissie was, is hij nu hoofd van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland.

Kunt u allereerst uitleggen wat de rol is van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland?

Herbert legt uit dat de Europese Commissie Vertegenwoordigingen heeft in de 27 landen van de Europese Unie. De rol van de Vertegenwoordiging hier beschrijft hij als de ‘oren, ogen en mond van de Europese Commissie in Nederland’. ‘Wat wij doen is luisteren, informeren en rapporteren’, legt hij uit. ‘De Ambassades van de Europese lidstaten in Nederland hebben onder meer soortgelijke taken en met hen onderhouden wij natuurlijk ook enge contacten. Het eerste aspect van onze taak heeft betrekking op het luisteren naar de Nederlandse vragen, naar de verwachtingen van Nederlandse burgers en overheden’, vertelt Herbert. Ten tweede noemt hij de informerende functie van de Vertegenwoordiging: ‘We informeren en discussiëren over het Europees beleid in het algemeen en belangrijke Europese beleidsonderwerpen die van invloed zijn op Nederland en de Nederlandse regio’s en steden’. Hij noemt in dit kader ook het uit de weg ruimen van misvattingen in sommige gevallen. ‘Enige tijd geleden stond er in de kranten dat de EU van plan was eigenaren van katten te verplichten hun huisdier aan de lijn te houden, want katten zouden gevaarlijk zijn voor de biodiversiteit en voor het overleven van vogels. Er was natuurlijk absoluut geen intentie om dat te doen – afgezien van het feit of de stelling juist is of katten gevaarlijk zijn voor het overleven van bepaalde vogelsoorten. Dus daar hebben we duidelijk aangegeven dat de Commissie niet van plan was dit te doen.’ Naast informeren en luisteren rapporteert de Vertegenwoordiging ook aan Brussel, vertelt Herbert. ‘Wij rapporteren Brussel over verwachtingen, over de draagkracht vanuit Nederland ten opzichte van Europese samenwerkingspunten, zodat de collega’s in Brussel daar al in een vroeg stadium rekening mee kunnen houden, want het is wel belangrijk dat men daar voeling heeft met wat er in de samenleving leeft en of het beleid wel werkt’, geeft Herbert aan.

Kunt u uitleggen waarom het zo belangrijk is voor de Commissie om decentrale overheden bij beleidsvorming te betrekken?

Volgens Herbert is het heel belangrijk dat beleid op het goede niveau wordt ontworpen en geïmplementeerd, en er moet sprake zijn van complementariteit. Hij noemt als voorbeeld het klimaat- en energiebeleid. ‘Je kunt samen Europese doelstellingen opstellen, en dan gezamenlijk werken op globale doelstellingen, zoals bij het Parijsakkoord dat door bijna 200 landen werd ondertekend. Maar lokale beslissingen kun je meestal het beste aan lokale overheden overlaten. Neem bijvoorbeeld onderwerpen als energie en de consument, of isolatie in gebouwen. Zo’n 40% van het energiegebruik vindt plaats in gebouwen en de manier om die doelstellingen te verwezenlijken hangt vaak af van lokale factoren of specificiteit. Het is dus belangrijk om een bepaalde synchronisatie te hebben en het beleid op het juiste niveau te plaatsen’.
Herbert legt uit dat de Europese Commissie sinds enkele jaren alvorens beleidsvoorstellen te maken systematisch consultaties doet, in alle Europese talen. ‘Dit helpt om overheden te betrekken en in kaart te brengen hoe groot de problemen zijn die mogelijk beleidsmaatregelen behoeven en wat de opties zijn om die aan te pakken. Zo tracht de Commissie niet onnodig in te grijpen en niet te sterk, maar met een aanpak te komen die het meeste effect heeft, met het beste resultaat en de minste lasten’. Herbert illustreert het belang van die Europese acties voor decentrale uitgaven: ‘€115 miljard van regionale fondsen wordt in steden uitgegeven en €17 miljard wordt lokaal uitgevoerd door geïntegreerd strategieën voor stedelijke ontwikkeling, die rechtstreeks worden beheerd door de stedelijke autoriteiten’. En in de komende meerjarenbegroting wordt die stedelijke dimensie volgens Herbert nog meer versterkt.

En op wat voor manieren betrekken jullie als vertegenwoordiging de decentrale overheden hierbij?

Herbert vertelt dat burgerdialogen en bezoeken aan steden en provincies door het hele land een vast element zijn van het menu van de vertegenwoordiging. Zo hebben de Commissie en de Vertegenwoordiging de laatste jaren een aantal burgerdialogen georganiseerd. ‘Vaak kwam dan een commissaris, meestal eerste vicepresident Frans Timmermans, naar verschillende plekken in Nederland. Zo zijn we onder andere in Emmen, Breda en Leiden geweest om met burgers over Europees beleid te praten. Dan kun je goed aanvoelen wat er leeft in Nederland’, vertelt Herbert. Ook bezoekt Herbert regelmatig verschillende provincies en steden. ‘Ik ben van plan om naar alle Nederlands provincies te gaan. In Den Haag heb je één blik op Nederland, maar Brussel is ook niet representatief voor België en Parijs niet voor Frankrijk. Daarom vind ik dat de vertegenwoordiging ook andere provincies en steden moet bezoeken. En dat gaan we ook doen.’

Liggen er nog kansen voor decentrale overheden die zij nog meer kunnen benutten?

‘Lokale noden moeten overgebracht worden aan de centrale regering, aan het Parlement’, geeft Herbert aan. Ook noemt hij (grensoverschrijdende) samenwerking tussen regio’s, om te zien wat gemeenschappelijke belangen zijn. Hij denkt dat hier nog veel te winnen valt, bijvoorbeeld op gebieden als de arbeidsmarkt, de interne markt en onderwijs. Ter illustratie noemt hij een Erasmusproject voor jonge ondernemers dat de Europese Commissie enkele jaren geleden heeft opgezet. ‘Jonge ondernemers die van plan zijn zich als zelfstandige te vestigen hebben we de mogelijkheid gegeven naar een ander land te gaan om daar bij een ervaren ondernemer te leren hoe je een bedrijf opzet en runt. Vaak zetten ondernemers jonge krachten uit een ander land in om in dat andere land een nieuwe afzetmarkt voor die onderneming te onderzoeken. En vaak heeft die jonge ondernemer die afzetmarkt in zijn eigen land al gevonden en start dan een bedrijf, waar hij verder samenwerkt met die ervaren ondernemer’, vertelt Herbert. Volgens hem wint Nederland heel veel op het gebied van de interne markt. ‘Het is in ons belang dat de interne markt werkt en dat de welvaart op de interne markt groot genoeg is om producten en diensten uit Nederland aan te kunnen schaffen, want daar verdienen we allemaal aan. Zo heeft het voorgesteld Herstelplan van de Europese Commissie veel nadruk gezet op elementen die van belang zijn voor een sterke Europese interne markt’, legt hij uit.

Net voor u naar Den Haag bent gekomen heeft u de Regulatory Scrutiny Board van de Commissie geleid: hoe kunnen decentrale overheden nog meer bijdragen aan betere regelgeving?

‘Europees beleid kan en mag niet alleen maar worden opgezet door Brussel. Overigens worden de beslissingen daar genomen door de lidstaten in de Raad en het Europees Parlement’, legt Herbert uit. ‘Dat is dan ook een verkeerd beeld van Brussel; dat iemand ‘s morgens naar het Berlaymont-gebouw gaat (waar de Commissie zetelt) en bedenkt: ‘Wat voor wetje zou ik vandaag kunnen schrijven?’. Hij vertelt dat Juncker, toen hij campagne deed om voorzitter te worden van de Europese Commissie, naar alle lidstaten is geweest. Daar heeft hij ervaren dat de mensen niet wisten waar Europa zich precies mee bezighoudt. Herbert legt uit dat Juncker op dat moment heeft besloten om de voorstellen van de Commissie in te zetten op wat echt op Europees niveau moest gebeuren, en met effectenanalyses, evaluaties en consultaties van mensen zou werken. Eerste vicepresident Frans Timmermans heeft daar veel energie op ingezet en de huidige Commissievoorzitter Von Der Leyen zet deze koerswijziging nu verder voort. Tegen decentrale overheden wil Herbert zeggen: ‘Houd bij Europese initiatieven de vinger aan de pols, laat uw mening gelden, bijvoorbeeld bij consultaties, op basis van jullie ervaring en feitelijk materiaal. Laat bij de implementatie van wetgeving weten hoe de implementatie verloopt, of het tot oplossingen of onvoorziene moeilijkheden leidt’. Hij legt uit dat hier destijds het REFIT-platform voor was opgezet. ‘Ik herinner me nog dat bij het REFIT-platform van de Nederlandse kant een probleem werd aangekaart aangaande steunmaatregelen uit regionale fondsen ten opzichte van steunmaatregelen als gevolg van de staatssteunwetgeving. Men vroeg zich af of daar wel sprake van synchronisatie was, of het een probleem was dat definities overlappend waren. Dat is typisch iets waar decentrale overheden zich kunnen inzetten. Om aan de Commissie te melden dat er problemen zijn bij de uitvoering van initiatieven en wetgeving uit verschillende domeinen, dat er onnodige administratieve lasten zijn en om goede oplossingen aan te dragen’, vindt Herbert. Hij vertelt dat de Commissie als opvolger van het REFIT-platform, het ’Fit for the Future’ platform heeft ingericht en de reach-out naar decentrale overheden verder wil versterken.

Even een terugblik naar de afgelopen jaren op het gebied van Europa en decentrale overheden. Wat zijn de ontwikkelingen die u het meest zijn bijgebleven?

Herbert heeft de indruk dat de rol van decentrale overheden steeds belangrijker wordt, zeker in Nederland. Ook bieden de nieuwe Europese prioriteiten veel kansen en zijn veel ervan van groot belang voor het decentrale niveau. ‘Denk bijvoorbeeld aan de digitalisatie en het economische element. In deze coronaperiode zie ik wel enkele voordelen doordat we echt thuis hebben moeten werken. Daarin hebben we ervaring opgedaan met digitalisatie, met het werken op afstand’. Ook noemt Herbert het duurzaam beleid. ‘Dat dit een prioriteit van de Commissie is maken we duidelijk in het Europees herstelplan dat we hebben voorgesteld. We willen hiermee niet alleen herstellen, maar ook investeren in de modernisatie van onze samenleving’. Dat betekent voor hem naast digitalisering en duurzaamheid ook veerkracht. ‘Dan zijn onze industriële waardeketens minder afhankelijk van spelers buiten Europa en kunnen we zelf ons plan trekken’.

In het begin van deze eeuw dachten volgens Herbert veel mensen dat de economie tegenover het milieu en duurzaamheid stond, dat je een keuze moest maken. ‘Ik zie een evolutie waarin men dan tot het inzicht is gekomen dat economie en duurzaamheid een soort win-win-relatie kunnen opleveren. Maar nu beseffen we dat een gezonde economie het niet zal halen zonder ook duurzaam te zijn’ legt hij uit. En om die duurzame economie te bewerkstelligen heb je volgens Herbert alle verschillende bestuurslagen nodig, op wereld-, Europees, nationaal- en gedecentraliseerd niveau.

Na een terugblik nu een blik op de toekomst: hoe gaat het nu verder?

Herbert noemt de ambitieuze Green Deal die de Commissie vorig jaar in december heeft gepresenteerd. ‘Door de coronacrisis zakt de Green Deal op onze prioriteitenlijst, maar dat is normaal want vandaag de dag vreest de mens voor zijn gezondheid’. Maar hij wil benadrukken dat de Green Deal niet verdwenen is. ‘De klimaatcrisis is er nog steeds, dus het is onze verantwoordelijkheid om samen beleid te maken en een antwoord te bieden op deze klimaatcrisis, op alle niveaus’, benadrukt hij. ‘Kijk naar goede voorbeelden, zoals wat Rotterdam heeft gedaan met haar klimaatstrategie, wat bepaalde gemeentes in de oude mijnstreek van Limburg doen inzake energie-efficiëntie in woningen. Als we uit de crisis willen komen en een duurzaam herstel willen hebben, moeten we dit op een manier doen die in lijn is met de Europese Green Deal’, legt hij uit. Dit is volgens Herbert ook wat de Nederlandse regering in het Europees Herstelplan en de komende Europese Begroting wil zien. Nederland heeft daar wel haar visie over en wil daar constructief over onderhandelen. ‘Dat is ook wat we moeten doen. Dat is Europa; onderhandelen om snel samen tot een goed akkoord te komen’.

Volg ook de coronanieuwsbrief van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie (link)