Is een woonverplichting voor vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus toegestaan?

7 maart 2016Migratie Vrij verkeer

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 1 maart 2016 antwoord gegeven op prejudiciële vragen over een in Duitsland opgelegde woonverplichting voor vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus. Volgens het Hof is een woonverplichting voor vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus over het algemeen tegen de Europese regels inzake vrij verkeer. De enige uitzondering hierop is de reden dat de woonverplichting noodzakelijk is om de integratie te vergemakkelijken, aldus het Hof.

De zaak

In de zaak werden drie vragen gesteld door het Duitse Administratief Hooggerechtshof. Twee vluchtelingen van Syrische afkomst verzetten zich tegen de woonverplichting die zij kregen opgelegd. In de Duitse beleidsregels die hierop van toepassing zijn is vastgelegd dat de woonplaatsverplichting met name geschikt is om sociale lasten evenredig te verdelen tussen de diverse decentrale overheden en integratie te bevorderen. Door de opvang van vluchtelingen te spreiden over gebieden kunnen sociale spanningen worden voorkomen en kan het integratiebeleid van de desbetreffende gemeente hier op aansluiten.

EU-regelgeving vrij verkeer

De regels voor het vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten zijn op Europees niveau vastgelegd. Volgens deze regels mogen burgers van de EU-lidstaten vrij reizen en zich vestigen op het grondgebied van de EU. In het Verdrag van Genève en art. 33 richtlijn 2011/95 is vastgelegd dat vluchtelingen en vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus op dit punt dezelfde rechten hebben als burgers van de EU. Echter, het is onduidelijk of in de bepalingen omtrent vrij verkeer in richtlijn 2011/95 en in de algemene EU-regelgeving voor vrij verkeer hetzelfde wordt bedoeld met het begrip ‘vrij verkeer’. Is het voldoende dat vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus zich vrij mogen verplaatsen binnen de lidstaat waar zij verblijven, of moeten zij ook de keuze hebben waar zij zich vestigen in deze lidstaat?

Woonverplichting

Uiteindelijk werd aan het Hof de vraag voorgelegd of een woonverplichting voor vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus in strijd is met de regels van vrij verkeer. De Europese regels voor de opvang van vluchtelingen laten ruimte voor eigen invulling door de lidstaten. Er is namelijk nog geen gezamenlijk en uniform asielsysteem voor de EU.

Subsidiaire beschermingsstatus

Vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus worden echter op een andere manier beschermd dan vluchtelingen die in aanmerking komen voor een vluchtelingenstatus. De subsidiaire beschermingsstatus wordt toegekend aan iemand die niet voor de vluchtelingenstatus in aanmerking komt, maar die een reëel risico loopt op gevaar als hij naar zijn thuisland zou terugkeren (bijvoorbeeld bij een gewapend conflict). De bepalingen omtrent vrij verkeer in art. 33 richtlijn 2011/95 gelden echter voor beide.

Uitspraak van het Hof

Het Hof van Justitie van de Europese Unie komt tot de conclusie dat een woonverplichting voor vluchtelingen met subsidiaire beschermingsstatus met als doel een redelijke spreiding van de uitkeringslasten voor overheden te realiseren, in strijd is met de regels van vrij verkeer. Zelfs wanneer deze maatregel de betrokkene verder niet verbiedt om zich vrij te verplaatsen op het grondgebied van de lidstaat die deze bescherming heeft verleend.

Indien de woonverplichting ten doel heeft om specifiek de integratie van vluchtelingen met een subsidiaire beschermingsstatus te bevorderen,  kan dit volgens het Hof alleen gerechtvaardigd zijn als hun situatie niet objectief vergelijkbaar is met die van andere legaal verblijvende derdelanders. Een voorbeeld hiervan is wanneer deze vluchtelingen met een subsidiaire beschermingsstatus met meer integratieproblemen worden geconfronteerd.

Relevantie voor decentrale overheden

Decentrale overheden krijgen op allerlei manieren te maken met de grote instroom van vluchtelingen. Ook aan vluchtelingen die een subsidiaire beschermingsstatus hebben ontvangen moet huisvesting worden geboden. Dit moet gebeuren onder vergelijkbare voorwaarden die gehanteerd worden in vergelijkbare gevallen in de betreffende lidstaat. Overwegingen zoals het spreiden van vluchtelingen over regio’s om de sociale lasten te verminderen en de integratie te bevorderen, kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. De uitspraak van het Hof maakt duidelijk dat de regels van vrij verkeer hierbij wel degelijk aan de orde zijn en dat een woonplaatsverplichting daarom in de meeste gevallen niet geoorloofd is.

Door:

Petra Werkman en Madeleine Broersen, Europa decentraal

Bron:

Gevoegde zaken C-443/14 en C-444/14 Hof van Justitie van de Europese Unie

Meer informatie:

Integratie en inburgering, Europa decentraal
Vrij verkeer van personen, Europa decentraal
Nieuwsbericht, Recht.nl
Nieuwsbericht ‘Kabinet en decentrale overheden pakken problemen verhoogde asielstroom samen aan,’ Rijksoverheid
Kamerbrief ‘Aanbieding Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom’, VNG