Jaarbericht 2020 over Nederlandse inbreng bij het Europese Hof gepubliceerd

8 november 2021

In 2020 heeft de Nederlandse procesvertegenwoordiging namens de regering een bijdrage geleverd aan 68 zaken voor het Europese Hof van Justitie en het Gerecht. Dit volgt uit het jaarbericht 2020 van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat eind oktober werd gepubliceerd. Het oordeel van het Europese Hof in deze 58 prejudiciële uitspraken en 10 rechtstreekse zaken kwam voor het overgrote deel overeen met de Nederlandse inbreng.

NEDERLANDSE INBRENG BIJ HET EUROPESE HOF

In het jaarbericht worden de werkzaamheden van de Nederlandse procesvertegenwoordiging en de inbreng van de Nederlandse regering in zaken voor het Europese Hof in 2020 uiteengezet. Zo zijn er 19 prejudiciële uitspraken geweest naar aanleiding van vragen van Nederlandse rechters. In tien rechtstreekse zaken heeft de Nederlandse regering geïntervenieerd om één van de hoofdpartijen te ondersteunen.

BELANG VAN EUROPESE RECHTSPRAAK

Uitspraken van de Europese hoven dragen bij aan de rechtsontwikkeling binnen de EU en leiden soms tot aanpassingen van Nederlandse wetgeving of de uitvoeringspraktijk. Door actief haar mening uit te brengen in zaken bij de Europese hoven kan de Nederlandse regering invloed uitoefenen op de Europese rechtsontwikkeling. Decentrale overheden moeten met Europese wet- en regelgeving op dezelfde manier omgaan als met nationale wet- en regelgeving. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de juiste naleving van het Europees recht.

Een aantal zaken van het Europese Hof in 2020 waarbij Nederland een inbreng heeft geleverd wordt hieronder kort toegelicht. De rechtsregels die volgen uit deze zaken zijn ook van toepassing op decentrale overheden en komen vaak terug in hun dagelijkse praktijk.

Dienstenrichtlijn

Arrest van het Hof (Grote Kamer) van 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, Cali Apartments e.a. (Frankrijk)

In september 2020 deed het Hof uitspraak over de vergunningsplicht voor verhuurders met betrekking tot kortstondige verhuur. Deze uitspraak vormt een bevestiging van het strenger wordende regime omtrent verhuur van woningen via constructies als Airbnb. Op basis van deze uitspraak kunnen overheden ervoor kiezen om een nationale regeling in te stellen die een vergunning vereist voor de herhaalde kortstondige verhuur van woonruimte aan incidentele klanten die daar niet hun woonplaats kiezen. Als voorwaarde hiervoor geldt wel dat er sprake moet zijn van krapte op de woningmarkt. Europa Decentraal schreef hier eerder al een nieuwsbericht en een EUrrest over.

Arrest van het Hof van 3 december 2020, zaak C-62/19, Star Taxi App (Roemenië)

Het Europese Hof van Justitie beantwoordde in deze zaak meerdere vragen van een Roemeense rechter over de verenigbaarheid van lokale regelingen met de Richtlijn inzake elektronische handel en de Dienstenrichtlijn. Zo geeft het Hof onder andere antwoord op de vraag of een dienst die eruit bestaat dat taxigebruikers door middel van een elektronische applicatie rechtstreeks in contact worden gebracht met taxichauffeurs, kan worden beschouwd als een “dienst van de informatiemaatschappij”. Tevens kijkt de Europese rechter naar de toepassing van de Dienstenrichtlijn in dit verband, namelijk of die Richtlijn zich verzet tegen het toepasselijke vergunningstelsel in deze casus.

In Nederland is de sector taxivervoer geregeld door de Wet personenvervoer (Wp2000). Gemeenten kunnen additionele kwaliteitseisen stellen aan taxivervoer. Volgens de huidige Wp2000 is het verboden om taxivervoer te verrichten zonder een daartoe door de minister verleende vergunning. Deze vergunningsplicht geldt echter uitdrukkelijk niet voor bemiddelingsdiensten voor taxivervoer. Dit arrest schept meer duidelijkheid over de toepassing van de Wp2000 voor diensten zoals Star Taxi App, de mogelijkheid voor decentrale overheden om deze diensten te reguleren en de verplichting hun regulering te melden bij de Europese Commissie. Kenniscentrum Europa Decentraal schreef al eerder een EUrrest over deze zaak.

BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Arrest van het Hof van 16 juli 2020, zaak C-311/18, Facebook (Ierland)

De eiser in deze zaak, een Oostenrijkse staatsburger, dient een klacht in bij een Ierse toezichthoudende autoriteit omdat de persoonsgegevens van Facebook-gebruikers worden doorgegeven aan servers van Facebook in de Verenigde Staten. Deze gegevens zouden volgens de eiser vervolgens in de Verenigde Staten onvoldoende worden beschermd. In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening 2016/679) is bepaald dat persoonsgegevens slechts aan een derde land kunnen worden doorgegeven indien het derde land een passend beschermingsniveau waarborgt. Het zogenoemde EU-VS-privacyschild wordt vervolgens in deze zaak ongeldig verklaard door het Hof, omdat de toegang tot doorgegeven persoonsgegevens onvoldoende is afgebakend en de betrokkenen geen adequate rechtsbescherming wordt geboden. Persoonsgegevens van Europese Facebook-gebruikers kunnen hierdoor niet meer zomaar doorgegeven worden.

Ook decentrale overheden kunnen daardoor niet langer aan organisaties in de Verenigde Staten persoonsgegevens doorgeven op basis van het EU-VS-privacyschild. Kenniscentrum Europa Decentraal schreef hier eerder een EUrrest over.

MILIEU

Arrest van het Hof van 3 september 2020, zaak C-817/18P, Natuurmonumenten

In dit arrest verwerpt het Europese Hof de hogere voorziening van Natuurmonumenten tegen het arrest van het Gerecht in zaak T-79/16. Nederland heeft in deze zaak geïntervenieerd aan de zijde van Natuurmonumenten. Over de uitspraak van het Gerecht schreef Kenniscentrum Europa decentraal al eerder dit EUrrest.

In de uitspraak van 3 september 2020 sluit het Hof zich aan bij het oordeel van het Gerecht. De uitkomst van het arrest van het Hof was dat de Europese Commissie opnieuw moest gaan beoordelen of Nederlandse subsidie aan particuliere terreinbeherende natuurorganisaties op basis van de PNB-regeling ongeoorloofde staatssteun is. De PNB-regeling, die van kracht was tussen 1993 en 2012, was bedoeld voor het beschermen van biodiversiteit. Op basis van de regeling kregen 13 terreinbeherende organisaties (TBO’s) subsidie om natuurterreinen aan te kopen, of ze kregen de natuurterreinen kosteloos ter beschikking. Kenniscentrum Europa decentraal schreef dit nieuwsbericht naar aanleiding van het arrest van het Hof.

Door

Fabienne Hekman en Laura Hollmann, Kenniscentrum Europa decentraal

Bron

Jaarbericht 2020 Procesvertegenwoordiging Hof van Justitie van de EU, Ministerie van Buitenlandse Zaken

Meer informatie