Ambisig tegen Nersant (POR)

HvJ-EU, 25 maart 2015. Zaak C-601/13. In deze zaak gaat het Hof in op de vraag of de kwaliteit van het team als gunningscriterium gehanteerd mag worden. Bij dit criterium wordt rekening gehouden met de samenstelling, de ervaring en de curricula van (de leden van) het team. Het Hof maakt duidelijk dat de kwaliteit van het team als gunningscriterium mag worden opgenomen in de aankondiging van de opdracht.

In deze zaak wordt een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie. Het betreft hier een zaak in het kader van een geding tussen Ambisig en Nersant over de beslissing van Nersant om een opdracht voor opleidings- en adviesdiensten aan Iberscal en niet aan Ambisig te gunnen.

Feiten

Op 24 November 2011 heeft Nersant een aanbesteding uitgeschreven voor opleidings- en adviesdiensten voor de uitvoering van het project ‘MOVE PME’. Artikel 5 van de aankondiging van de opdracht bepaalde dat de opdracht zou worden gegund aan de ‘economisch meest voordelige inschrijver’. Hierbij gold het criterium ‘beoordeling van het team’. Ambisig heeft een inschrijving ingediend maar de opdracht werd toegewezen aan Iberscal.

Ambisig is opgekomen tegen het feit dat in de aankondiging van de opdracht de beoordeling van het voor de opdrachtuitvoering aangewezen team als beoordelingscriteria was opgenomen. Aanvankelijk werd Nersant in het gelijk gesteld door de rechter in Leirira maar Ambisig ging in hoger beroep bij de rechtbank van ZuidPortugal. Deze rechter heeft de beslissing van de rechter in Leiria bevestigd. Tot slot stelde Ambisig beroep in bij het hooggerechtshof van Portugal. Deze heeft vervolgens een prejudiciële vraag bij het Hof van Justitie gelegd.

Prejudiciële vraag

De verwijzende rechter stelt de volgende vraag aan het Hof: mag een aanbestedende dienst een gunningscriterium hanteren dat ertoe strekt de teams die de inschrijvers specifiek voorstellen voor de uitvoering van de opdracht te beoordelen, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling, de aangetoonde ervaring en de curricula van de leden van die teams?

Het Hof

Het Hof oordeelt dat art. 53 lid 1 sub a richtlijn 2004/18 niet in de weg staat dat de aanbestedende dienst een criterium hanteert aan de hand waarvan een beoordeling kan worden verricht van de kwaliteit van de aangewezen teams waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van het team alsook met de ervaring en de curricula van de leden.

Uitleg

In de eerste plaats wijst het Hof op art. 53 lid 1 richtlijn 2004/18 waarin wordt aangegeven dat de economisch meest voordelige aanbieding moet worden bepaald vanuit het oogpunt van de aanbestedende dienst. Dit geeft de aanbestedende dienst een ruime beoordelingsmarge. Daarnaast bepaalt het Hof dat in art. 46 richtlijn 2004/18 staat wanneer de opdracht moet worden gegund aan de inschrijver met de economisch voordeligste inschrijving, er moet worden nagegaan welke inschrijving de beste prijs-kwaliteitsverhouding biedt waardoor binnen de criteria voor de gunning overheidsopdrachten een groter belang wordt gehecht aan de kwaliteit.

Conclusie

In dit arrest maakt het Hof duidelijk dat de kwaliteit van het team als gunningscriterium mag worden opgenomen in de aankondiging van de opdracht. Dit verklaart het Hof door te wijzen op art. 53 lid 1 en 46 richtlijn 2004/18. De kwaliteit van de uitvoering van de overheidsopdracht kan afhangen van de professionele waarde van degenen die de opdracht uit gaan voeren. Vooral wanneer de opdracht betrekking heeft op een intellectuele dienst, zoals in dit geval, is het opleidingsniveau en het curriculum van het team van belang.

X