Parking Brixen

HvJ-EG, 13 oktober 2005. Zaak C-458/03. Het gaat in deze zaak vooral om de uitleg van het zogenaamde toezichtcriterium (het eerste Teckelcriterium) bij quasi-inbesteden. Het Hof stelt dat een aanbestedende dienst geen toezicht heeft over de instelling zoals op een eigen dienst indien de gelieerde partij een bepaalde mate van zelfstandigheid heeft. Deze zelfstandigheid kan onder meer blijken uit vijf door het Hof opgestelde voorwaarden.

Het toezichtcriterium luidt: de concessieverlenende overheidsinstantie oefent toezicht uit op de concessiehouder, zoals op haar eigen diensten. Als aan dit criterium en het criterium van merendeel wordt voldaan is er sprake van een gezagsstructuur. Net als bij de arresten Stadt Halle en Coname struikelt de inbestedingsconstructie in dit arrest over de kenmerken van een (krachtige) toezichtrelatie. Een gemeente heeft geen toezicht zoals op een eigen dienst indien de gelieerde partij een bepaalde mate van zelfstandigheid heeft.

Kenmerken zelfstandigheid

  • Volgens het Hof kan die zelfstandigheid onder meer blijken uit:
  • de aard van het vennootschapstype;
  • de verruiming van het maatschappelijke doel;
  • de (uiteindelijke) verplichte openstelling voor ander kapitaal;
  • de territoriale uitbreiding van de activiteiten;
  • de aanzienlijke bevoegdheden van de raad van bestuur, waarvan het beheer door de gemeente nauwelijks wordt gecontroleerd.

Wanneer een concessiehouder aan bovenstaande kenmerken voldoet, dan is er niet voldaan aan het toezichtcriterium. De concessieverlenende overheidsinstantie oefent dan geen toezicht uit op de concessiehouder, zoals op haar eigen diensten (r.o. 70).

X