Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Kamerbrief over gevolgen arrest Visser Vastgoed (Appingedam)

17 december 2018Dienstenrichtlijn

Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft op 4 december per brief de Tweede Kamer geïnformeerd over de gevolgen van het arrest Visser Vastgoed Beleggingen. De brief is een beginnende verkenning van de gevolgen van het arrest, aldus Keijzer. De staatssecretaris wil in samenwerking met de decentrale koepelorganisaties gerichte voorlichting ter beschikking stellen. Ze noemt een aantal vervolgstappen.

Visser Vastgoed Beleggingen

Het Europese Hof van Justitie oordeelde eerder dit jaar in de zaak Visser Vastgoed Beleggingen dat bestemmingsplannen die een brancheringsregeling bevatten aan de regels van de Europese Dienstenrichtlijn moeten voldoen. De zaak ging over een bestemmingsplan van de gemeente Appingedam. De gemeente wilde bepaalde non-volumineuze detailhandel binnen het stadscentrum houden om leegstand te voorkomen. Volgens vastgoedbedrijf Visser was dat in strijd met de Dienstenrichtlijn. Het Hof bepaalde, naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat:

  • detailhandel in goederen kwalificeert als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn;
  • de Dienstenrichtlijn van toepassing is op een ‘zuiver interne situatie’, zonder grensoverschrijdend element;
  • een bestemmingsplan dat een brancheringsregeling bevat, onder de motiveringsplicht van artikel 15 lid 3 Dienstenrichtlijn valt.

In juni kreeg de gemeente Appingedam van de Raad van State een half jaar de tijd om de effectiviteit van het bestemmingsplan beter te onderbouwen aan de hand van een analyse met specifieke gegevens.

Kamerbrief

De staatssecretaris concludeert dat de uitspraak in Visser Vastgoed Beleggingen alleen op het eerste punt afwijkt van de huidige Nederlandse interpretatie en uitvoeringspraktijk. Op de laatste twee punten bevestigt het Hof daarentegen de implementatie van Nederland ten aanzien van de toepassing en werking van de Dienstenrichtlijn.

Detailhandel

Op basis van jurisprudentie werd aangenomen dat situaties die zien op de verkoop van goederen, zoals voorschriften die betrekking hebben op detailhandel, binnen het Europeesrechtelijk kader van vrij verkeer van goederen vallen en dus niet genotificeerd hoeven te worden. Nu duidelijk is dat detailhandel in goederen kwalificeert als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, zal dat mogelijk gevolgen hebben voor de praktijk. De implicaties van de uitspraak en welke voorschriften het precies betreft, zijn volgens Keijzer nog niet duidelijk. Daarover vinden gesprekken plaats met de Europese Commissie.

Zuiver interne situatie

Met betrekking tot het tweede punt verduidelijkt de staatssecretaris dat de implementatie van hoofdstuk III van de Dienstenrichtlijn in de Dienstenwet zo is vormgegeven dat deze zonder onderscheid van toepassing is op álle in Nederland gevestigde dienstverrichters. Dat geldt dus ook voor ‘zuiver interne situaties’.

Motiveringsplicht

De staatssecretaris stelt met betrekking tot het derde punt vast dat Nederland ook de wisselwerking tussen de Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening correct geïmplementeerd heeft. De uitspraak bevestigt namelijk dat eisen en vergunningstelsels die specifiek de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit reguleren, onder de werking van de Dienstenrichtlijn vallen ook al zijn ze opgenomen in ruimtelijke ordeningsplannen. Zulke eisen en daaraan verbonden vergunningstelsels kunnen binnen de kaders van de richtlijn worden gerechtvaardigd, stelt Keijzer. Overheden moesten voorschriften rondom ruimtelijke ordening die specifiek de toegang tot een dienst regelen of beïnvloeden (denk aan horeca, terrasvergunningen, etc.) sowieso al goed motiveren. Dat wordt nu door het Hof bevestigd.

Vervolgstappen

De staatssecretaris sluit de Kamerbrief af met een aantal vervolgstappen. Keijzer ziet een kans om eerdere afspraken van het Rijk met de Europese Commissie, die inhouden dat eisen en vergunningsstelsels in bestemmingsplannen niet genotificeerd hoeven te worden, te verduidelijken. Er wordt in Brussel momenteel namelijk onderhandeld over een aanscherping van de notificatieplicht onder de Dienstenrichtlijn. De staatssecretaris wil dat in de zogenoemde Notificatierichtlijn wordt opgenomen dat bestemmingsplannen (en in de toekomst ook omgevingsplannen) niet genotificeerd hoeven worden. Verder is haar ministerie in gesprek met de Commissie over de reikwijdte en toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn op de verkoop van goederen.

Tot slot signaleert Keijzer dat decentrale overheden behoefte hebben aan informatie over de vraag hoe en op welke wijze voldaan kan worden aan de motiveringsplicht ten aanzien van beperkingen die worden gesteld aan de vestiging of uitoefening van een dienst in ruimtelijke plannen. Mogelijk moet er gezocht worden naar praktische en werkbare oplossingen om decentrale overheden te ondersteunen. Daartoe gaat het ministerie van EZK om tafel met de koepelorganisaties VNG en IPO, belanghebbenden en experts.

Door:

Chris Koedooder, Europa decentraal

Bron:

Kamerbrief Uitspraak Visser Vastgoed, Rijksoverheid

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Gemeente Appingedam krijgt half jaar om brancheringsregeling beter te onderbouwen, nieuwsbericht Europa decentraal
Belangrijke uitspraak EU-Hof over de Dienstenrichtlijn in twee Nederlandse zaken, nieuwsbericht Europa decentraal
Kleine detailhandel buiten het stadscentrum verbieden – mag dat zomaar?, Europa decentraal
Is het verbieden van kleine detailhandel buiten het stadscentrum in een bestemmingsplan toegestaan onder de Dienstenrichtlijn?, EUrrest Europa decentraal
Rechtspraak over de toepassing van de Europese Dienstenrichtlijn: Een handleiding voor decentrale overheden, factsheet Europa decentraal
VNG-standpunt en lobby over EU-notificatierichtlijn, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

X