Kamervragen over het voorbehouden van overheidsopdrachten aan sociale ondernemingen beantwoord

1 oktober 2018Aanbestedingen

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK) beantwoordt vragen van het Kamerlid Bruins (VVD) over het benutten van sociale ondernemingen via de Aanbestedingswet voor het creëren van banenkansen voor mensen met achterstand op de arbeidsmarkt.

Voorbehouden van overheidsopdrachten aan sociale ondernemingen

Artikel 2.82 van de Aanbestedingswet 2012 (artikel 20 van Richtlijn 2014/24) geeft aanbestedende diensten de mogelijkheid om:

  • deelname aan aanbestedingsprocedures voor te behouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot hoofddoel hebben;
  • de uitvoering van deze opdrachten voor te behouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid.

Ondernemers kunnen hun integratiedoelstelling aantonen met een verwijzing naar de statuten.

Personen met een afstand tot de arbeidsmarkt

Om op een voorbehouden opdracht in te kunnen schrijven, moet ten minste 30% van de werknemers in een onderneming gehandicapt of kansarm zijn. Gehandicapten en kansarmen zijn volgens de Memorie van Toelichting bij artikel 2.82 Aanbestedingswet 2012 onder meer personen die een uitkering ontvangen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, of personen die onder de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperking vallen. Deze laatste categorie omvat:

  • mensen die onder de Participatiewet vallen en geen minimumloon kunnen verdienen;
  • mensen met een indicatie in het kader van de Wet sociale werkvoorziening;
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • mensen met een baan in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden of met een in- en doorstroombaan.

Gedetacheerde werknemers en het 30%-criterium

Of het mogelijk is om gedetacheerde werknemers mee te tellen bij het voldoen aan het 30%-criterium is afhankelijk van de interpretatie van het begrip ‘werknemer’. In ieder geval staat vast dat de werkgelegenheid die het bedrijf biedt structureel moet zijn voor de toepassing van artikel 2.82. Er kan niet slechts sprake zijn van tijdelijke dienstverbanden om aan deze eis te voldoen voor een bepaalde aanbesteding. De staatssecretaris geeft aan dat er in de Europese jurisprudentie voldoende aanknopingspunten zijn om een gedetacheerde werknemer te kwalificeren als een werknemer in de zin van artikel 2.82, mits er sprake is van een duurzame arbeidsrelatie. Mona Keijzer benadrukt dat de precieze uitwerking en invulling van de criteria altijd afhankelijk blijft van de concrete omstandigheden van het geval. Het is aan de rechter of de argumentatie in een bepaald geval sluitend is en of deze werknemers meetellen voor het 30%-criterium.

Rechtstreekse gunning aan sociale onderneming?

De staatssecretaris is van mening dat artikel 2.82 van de Aanbestedingswet 2012 bijdraagt aan het bevorderen van de maatschappelijke integratie van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt, omdat deze uitzonderingsgrond het voor sociale ondernemingen eenvoudiger maakt om opdrachten te verwerven. Dit artikel heeft evenwel niet tot gevolg dat een opdracht rechtstreeks gegund kan worden aan een organisatie die onder de reikwijdte van het artikel valt. De gunning moet alsnog plaatsvinden door middel van een aanbestedingsprocedure, georganiseerd tussen de tot de procedure toegelaten organisaties. Bovendien biedt artikel 2.82 niet de mogelijkheid opdrachten onderhands te gunnen aan het ‘eigen’ SW-bedrijf van de aanbestedende dienst.

Door:

Marieke Merkus, Europa decentraal

Bron:

Beantwoording Kamervragen over artikel 2.82 van de Aanbestedingswet, Rijksoverheid

Meer informatie:

Aanbestedingen, Europa decentraal
Maatschappelijk aanbesteden, Europa decentraal
Werkgelegenheid en sociaal beleid, Europa decentraal

X