Knallende uitspraak afdeling bestuursrechtspraak

19 december 2016Dienstenrichtlijn Staatssteun

In een deel van het centrum van Hilversum mag rond de jaarwisseling geen consumentenvuurwerk worden afgestoken. Dit oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna de Afdeling) op 14 december 2016. Vuurwerkverkopers betoogden dat dit besluit in strijd was met de Europese Notificatierichtlijn.

Feiten in de zaak

In oktober 2014 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Hilversum een gebied in het centrum aangewezen waar het verboden was om consumentenvuurwerk af te steken. Enkele vuurwerkverkopers in het centrum van Hilversum hebben tegen dit besluit bezwaar ingediend. Zij vrezen namelijk dat een verbod om vuurwerk af te steken in het centrum leidt tot een omzetdaling. Ze voeren aan dat het College van B & W niet bevoegd is een vuurwerkverbod in te stellen, en dat het aanwijzingsbesluit in strijd is met het landelijke Vuurwerkbesluit. Ook heeft het college bij de besluitvorming onvoldoende rekening gehouden met hun belangen, aldus de handelaren. In februari 2015 heeft het college dit bezwaar ongegrond verklaard. Ook de rechtbank heeft het daaropvolgende beroep ongegrond verklaard. De belanghebbenden zijn vervolgens in hoger beroep gegaan.  

Notificatierichtlijn

De notificatierichtlijn dient voor lidstaten die uit een oogpunt van bescherming van bepaalde belangen een maatregel willen nemen. Als deze maatregel een beperking van het vrij verkeer van goederen of het vrij verrichten van elektronische diensten beperkt, moet de lidstaat dit melden aan de Commissie. Dit zodat de Commissie andere lidstaten in de gelegenheid kan stellen de maatregel te bezien en eventueel opmerkingen toe te laten voegen. De notificatie dient er dus voor om een ongerechtvaardigde belemmeringen voor het functioneren van de Interne Markt op te sporen.

Zienswijze vuurwerkhandelaren

De vuurwerkhandelaren (belanghebbenden in deze zaak) betogen dat het Aanwijzingsbesluit in strijd is met artikel 8, eerste lid, van de richtlijn 98/34/EG (Notificatierichtlijn). Volgens hen vormt het besluit een beperking van het gebruik van vuurwerk en de verkoop ervan. De vuurwerkhandelaren zouden hierdoor in een slechtere positie raken ten opzichte van andere vuurwerkverkopers die niet worden getroffen door een dergelijk verbod. Zij betogen daarom dat het Aanwijzingsbesluit gemeld had moeten worden bij de Europese Commissie. Dit heeft het college van B & W niet gedaan.

Uitspraak rechtbank

In haar uitspraak van 19 november 2015 komt de rechtbank tot de conclusie dat het college van B & W  bevoegd was om het Aanwijzingsbesluit betreffende een vuurwerkverbod voor het centrum van Hilversum te nemen. Het gaat hierbij om een op openbare orde gerichte bestuurstaak, op basis van artikel 160, eerste lid, van de Gemeentewet. Volgens de rechtbank heeft de Notificatierichtlijn betrekking op normen en vuurwerkvoorschriften en niet op de aanwijzing van een gebied waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. Tegen deze uitspraak zijn een aantal vuurwerkhandelaren in Hilversum in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Marginaal effect op de lidstaat

De Afdeling is het met de Rechtbank eens dat de Notificatierichtlijn niet van toepassing is op het onderhavige Aanwijzingsbesluit. Dat de omzet vanwege de verkoop van consumentenvuurwerk is gedaald, zoals de belanghebbende naar voren hebben gebracht, maakt naar het oordeel van de Afdeling nog niet dat de verhandeling van consumentenvuurwerk in het algemeen op significante wijze wordt beïnvloed. Van belang is dat het gebruiksverbod landelijk gezien van zeer beperkte invloed zal zijn op de verhandeling van consumentenvuurwerk. Het Aanwijzingsbesluit betreft immers een gemeentelijke maatregel, waarbij bovendien slechts een wat betreft omvang ondergeschikt deel van het grondgebied van de gemeente is aangewezen. Deze maatregel heeft evenmin tot gevolg dat het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat wordt verboden, zoals vereist in artikel 1, punt 11, van de Notificatierichtlijn.

Relevant voor andere gemeenten

Mochten vuurwerkhandelaren ervoor vrezen dat meer gemeenten in Nederland op grond van hun APV’s gebieden aanwijzen zodat de regelingen gezamenlijk een landelijk effect zullen hebben, overweegt de rechtbank dat het nemen van die besluiten onzeker is en het college daarmee geen rekening kan houden. Zelfs als in de toekomst meerdere gemeenten een vergelijkbare regeling voor een qua omvang vergelijkbare lokale beperking in een bepaald gebied invoeren, dan nog hebben zij tezamen niet tot gevolg dat het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat wordt verboden.

Door:

Pierre Kas en Stijn Bijleveld, Europa decentraal

Bronnen:

Persbericht, Raad van State
Uitspraak 201508834/1/A3, Raad van State

Meer informatie:

Notificatierichtlijn 98/34/EG
Dienstenrichtlijn, Europa decentraal