Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Kwartaalrapportage over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

18 maart 2013Duurzaamheid, milieu en klimaat, Regionaal beleid en structuurfondsen, Staatssteun

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) heeft op 8 maart de kwartaalrapportage aan de Tweede Kamer uitgebracht. Deze ging over de stand van zaken van onderhandelingen over de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Decentrale overheden zijn op verschillende manieren betrokken bij landbouw en plattelandsontwikkeling, waardoor de uitkomsten van de toekomstige ontwikkeling van het GLB voor hen van belang zijn.

Inhoud rapportage

In de rapportage wordt kort aandacht besteed aan de behandeling van de GLB voorstellen in het Europees Parlement. Aan het Meerjarig Financieel Kader (MFK) wordt uitgebreider aandacht besteed. Ook komen de voortgang van de maatschappelijke dialoog én van vier GLB verordeningen aan bod.

Meerjarig Financieel Kader en gevolgen voor het GLB

De Europese Raad is op 8 februari jl. tot een akkoord gekomen over het MFK voor de periode 2014-2020. Hiermee is echter nog geen definitief akkoord gesloten, dit zal pas later dit jaar haalbaar zijn. In het MFK worden de financiële kaders op de hoofdlijnen voor de komende zeven jaar vastgesteld.

Door een verlaging van het landbouwbudget verwacht het kabinet dat de Nederlandse ontvangsten aan directe betalingen in de komende periode met 7% dalen. Voor het plattelandsbeleid wordt dat de totale ontvangsten voor Nederland met circa 2,5% stijgen. De kwartaalrapportage gaat verder in op de gevolgen van het MFK akkoord voor het GLB.

GLB verordeningen

In de rapportage wordt ingegaan op vier GLB verordeningen op de volgende gebieden:

– De verordening directe betalingen;
– Het plattelandsbeleid;
– De integrale gemeenschappelijke marktordening;
– De horizontale verordening.

Hieronder wordt een aantal aandachtspunten uit de rapportage genoemd.

Directe betalingen

In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zou het nieuwe GLB alleen toegankelijk zijn voor bedrijven die in 2011 ook al deelnamen aan het GLB. De minister zet zich ervoor in dat ook andere sectoren toegang kunnen krijgen.

Nederland stemt in met het bereiken van de invoering van de gelijke hectarebetaling (flat rate) aan het einde van de komende GLB periode (2019-2020). Het is een stap in de richting naar de uiteindelijke omvorming van directe betalingen naar doelgerichte betalingen.

Vergroening GLB

De inzet van de minister blijft gericht op een serieuze vergroening van het GLB. Deelname aan duurzaamheidcertificaten en/of agrarisch natuurbeheer zouden daarbij tot de mogelijkheden moeten behoren. De minister zet in op een verplichte regeling voor een extra directe betaling aan jonge boeren en is tot slot blij dat er een voorstel is gekomen voor een optionele, vereenvoudigde aparte betalingsregeling voor ontvangers van lage toeslagen.

Plattelandsbeleid

De belangrijkste openstaande punten voor het plattelandsbeleid zijn de ‘baseline’ risicobeheers-maatregelen en het inkomensstabilisatiefonds. Voor Nederland is de belangrijkste discussie of de vergroeningsvoorwaarden onderdeel mogen uitmaken van die zogenaamde baseline. Die baseline houdt in dat agromilieubetalingen verder moeten gaan dan de huidige verplichtingen (cross compliance en specifieke regelingen). De minister is geen voorstander van het opnemen van vergroening als onderdeel van de baseline.

Lidstaten krijgen naar verwachting de keus om gebruik te maken van een inkomenstabilisatiefonds. Vanuit dit fonds kan een betaling worden gedaan landbouwers. Deze betaling compenseert gedeeltelijk in het geval van langdurig lage prijzen en lage inkomens. De Minister vindt dat er geen aanvullende publieke rol is voor het generiek stabiliseren van inkomens.

Integrale gemeenschappelijke marktordening

Sommige lidstaten willen een uitbreiding van het aantal producten dat onder crisismaatregelen zou kunnen vallen. De minister is hier geen voorstander van. De belangrijkste openstaande punten zijn de referentieprijzen en productenorganisaties. De minister geeft in deze kwartaalrapportage een terugkoppeling van de stand van zaken en haar opvattingen daarover mee.

Horizontale verordening

Binnen deze verordening speelt het sanctiekader bij de niet naleving van voorwaarden voor GLB steun. Nederland blijft voorstander om meer via gedelegeerde handelingen in plaats van de nu uitgewerkte uitvoeringshandelingen sanctieregels uit te werken.

Openbaarmaking subsidiegegevens

Daarnaast speelt nog een discussie over de openbaarmaking van subsidiegegevens. Het Europese Hof van Justitie deed in november 2010 een uitspraak hierover in relatie tot het GLB. Diverse lidstaten stellen nu een alternatieve de-minimis drempel voor, bijvoorbeeld in de vorm van € 1.000,= ontvangen steun. De minster hecht aan openbaarmaking van subsidiegegevens en is wat betreft de de-minimis regeling geïnteresseerd in alternatieven als daarmee het gewenste evenwicht tussen openbaarmaking en bescherming van persoonlijke gegevens beter gewaarborgd kan worden.

Maatschappelijke dialoog

Het Ministerie moet zowel een breed publiek informeren over de voortgang van de onderhandelingen als de dialoog gebruiken om richting te geven aan de Nederlandse inbreng in Europese onderhandelingen. Ook voor het realiseren van een nieuw nationaal PlattelandsOntwikkelingsProgramma voor de periode 2014-2010 (POP3) is de maatschappelijke dialoog met partners en stakeholders een belangrijke randvoorwaarde.

Door:

Kenniscentrum Europa decentraal, Ann-Marie Kühler en Ronald Heuts.

Bron:

Kamerbrief met kwartaalrapportage GLB, maart 2013

Meer informatie:

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, Europa decentraal
Nieuwsbericht Europese Ster, 11 februari
Kamerbrief van minister van Buitenlandse Zaken, 11 februari
ToekomstGLB, met veel informatie over GLB

X