Marktopening Europees spoor voor reizigersvervoer vanaf 2023

10 maart 2014Vervoer

Het Europees Parlement heeft op 26 februari 2014 ingestemd met de door de Europese Commissie gewenste liberalisering van het reizigersvervoer per spoor. Het Parlement wil echter hoge drempels voor marktwerking en concurrentie. Bovendien zal pas vanaf 2023, en niet in 2019 zoals de Commissie wilde, op het binnenlands spoor in de EU concurrentie worden toegestaan.

Eurocommissaris voor Transport Siim Kallas verdedigde het plan om de markt voor het binnenlandse personenvervoer per spoor open te breken. De Commissie is van mening dat meer concurrentie de reizigers ten goede komt en nationale spoorwegmaatschappijen wakker schudt. Meer keuze voor de reiziger en meer onderlinge concurrentie verhoogt volgens de Commissie de kwaliteit van het vervoer.

Een meerderheid in het Europees Parlement is weliswaar voor marktopening, maar alleen onder heel strikte voorwaarden. Dit om te voorkomen dat te veel concurrentie voor ongewenste effecten zou zorgen. Zo zou een wildgroei van verschillende spoorwegoperatoren het aanbod kunnen versnipperen en voor de reiziger verwarrend kunnen werken.

Het Europees Parlement stemde op 26 februari over een pakket wetsontwerpen waarin onder meer wordt gesteld dat nationale autoriteiten, die nu contracten aan één enkele exploitant gunnen, openbaar moeten gaan aanbesteden of juist rechtvaardigen waarom ze dat niet doen.

Om de kwaliteit van de spoorwegdienstverleners voor de passagier te verbeteren, wordt onder andere een lijst met efficiency- en servicecriteria voor dienstverleningscontracten opgesteld. Ook staat in de amendementen dat er algemene regels moeten komen voor overheidsopdrachten in de spoorwegsector.

Het Europees Parlement wil, anders dan de Europese Commissie, de EU-lidstaten niet verplicht stellen om het reizigersvervoer per spoor aan te besteden. Het Parlement wil dat het mogelijk blijft om onder bepaalde voorwaarden het spoorvervoer onderhands te gunnen aan een nationale spoorwegmaatschappij. Als er aan het einde van de contractperiode niet is voldaan aan de efficiencycriteria, dan kan de spoorconcessie openbaar worden aanbesteed.

Parlementariërs steunen regels om de veiligheidscertificering voor spoorwegmaatschappijen te harmoniseren en de tijd en kosten van vergunningsprocedures te beperken.

Voortgang

De stemming over zes wetgevende dossiers over het zogenoemde vierde spoorwegpakket is nu in eerste lezing door het Parlement afgerond. Hierdoor hoeven de nieuwgekozen parlementariërs in mei niet van voor af aan te beginnen en kunnen ze voortbouwen op het werk dat in de huidige termijn is gedaan. Mocht het nieuwe Parlement toch willen besluiten opnieuw te beginnen, dan kan dat wanneer een commissie dat wenst en de leiders van de politieke fracties hiermee instemmen.

Het akkoord in het Europees Parlement wordt op 14 maart besproken in de Transportraad. Besluitvorming onder Grieks voorzitterschap is niet voorzien. Onderhandelingen tussen Raad, Parlement en Commissie zullen waarschijnlijk worden gevoerd onder het EU-voorzitter van Italië in de tweede helft van dit jaar.

Provincies

De Nederlandse markt voor het binnenlands spoor is al gedeeltelijk geliberaliseerd. Provincies verlenen concessies voor stad- en streekvervoer. Zo rijden in Limburg en het noorden van het land treinen van Veolia en Arriva. Voorlopig blijft het daarbij. Het verder opknippen van het Nederlands spoor is niet gewenst, vinden ook de Nederlandse europarlementariërs.

Door:

Bert Schampers, Huis van de Nederlandse Provincies, Brussel

Meer informatie:

Eurocommissaris Siim Kallas
EuropaNU, Eén Europees spoorwegnet