Verordening betreffende financiering, beheer en monitoring GLB

Op 1 juni 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel (2018/0217(COD)) voor een verordening ingediend ter vervanging van de Verordening 1306/2013/EU in het kader van de algehele wijziging van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB).

Wat zijn de laatste ontwikkelingen?
  • 15-05-2019: de AGRI Commissie heeft het verslag over het voorstel gepubliceerd
  • 05-12-2018: het Europees Comité van de Regio’s heeft haar advies uitgebracht
  • 23-11-2018: de BUDG Commissie heeft haar advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 24-10-2018: de AGRI Commissie heeft het ontwerpverslag over het voorstel gepubliceerd.
Wat is de status van het voorstel?

De onderhandelingen over het voorstel voor de nieuwe verordening betreffende financiering, beheer en monitoring GLB worden gevoerd op basis van de gewone wetgevingsprocedure (artikel 43 lid 2 VWEU). Dit houdt in dat zowel het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten instemmen met het voorstel. Indien de standpunten van Parlement en Raad niet overeenkomen kunnen beide partijen in een triloog streven naar een compromis, dit gebeurt onder begeleiding van de Commissie. De onderhandelingen worden gevoerd door:

  • Voor het Parlement is de Landbouw en Plattelandsontwikkeling Commissie (AGRI) aangewezen als de bevoegde parlementaire commissie. Diverse andere commissies zullen echter hun advies over het voorstel geven. De adviesgevende commissies zijn: de Commissie regionale ontwikkeling (REGI), de Begrotingscommissie (BUDG), de Begrotingscontrole Commissie (CONT), de Commissie ontwikkelingssamenwerking (DEVE).
  • Namens de Raad voert de Raad Landbouw en Visserij de onderhandelingen. In deze Raadsconfiguratie nemen de ministers van landbouw van de EU lidstaten deel.
Waar ziet de voorgestelde verordening op toe?

Het huidige beleid is volgens de Europese Commissie om verschillende redenen aan herziening toe. Zo zijn de prijzen voor landbouwproducten door de jaren heen lager geworden. Daarnaast is er beweging weg van multilaterale overeenkomsten naar bilaterale overeenkomsten op de mondiale markt. Tot slot is de EU in de afgelopen jaren ook internationale verbintenissen aangegaan, onder meer omtrent duurzaamheid, die van invloed zijn op het landbouwbeleid. Het GLB is als gevolg van deze veranderingen aan modernisering en vereenvoudiging toe.

Het beleid dat in de nieuwe verordening wordt geschetst komt in de kern neer op een omslag van middel naar doel. De nadruk verschuift van wettigheid en rechtmatigheid naar prestaties en de naleving van EU-basisvereisten. Dit betekent dat er meer ruimte komt voor lidstaten om door maatwerk effectieve maatregelen te nemen.

Belangrijke bepalingen

Zoals artikel 1 van het wetgevingsvoorstel duidelijk maakt, is de Verordening vooral gericht op de financiering van de uitgaven van het GLB, de controlesystemen op het GLB en goedkeurings- en conformiteitsprocedures. Hoewel de tweepijlerstructuur (directe inkomenssteun en plattelandsontwikkeling) wordt gehandhaafd, wordt er in het algemeen meer autonomie aan lidstaten gegeven om uitvoeringsmaatregelen op maat te maken voor bepaalde regio’s, dit gaat echter samen met meer controlemaatregelen.

De controles op de voortgang betreffende duurzaamheidsmaatregelen en overige prestaties zijn in dit voorstel strenger geworden. Er wordt namelijk in dit voorstel een jaarlijkse prestatiebeoordeling ingevoerd in het nieuwe artikel 52 Verordening, op basis waarvan subsidieverstrekking kan worden geschorst volgens artikel 38 lid 2 Verordening. Hiernaast kan de Commissie ook de subsidieverstrekking schorsen op basis van de meer jaarlijkse evaluatie van het GLB-strategisch plan, zo volgt uit artikel 39 lid 2 Verordening. Verder kan ook indien de nationale controlesystemen niet werken de geldstroom tijdelijk worden gestopt, blijkt uit artikel 40 lid 1 en lid 2 Verordening. Hiernaast wordt er in Hoofdstuk 2 van de Verordening een uitgebreid en nieuw geïntegreerd controlesysteem geïntroduceerd, op basis waarvan de lidstaten data moeten verzamelen en moeten sturen naar de Commissie voor de jaarlijkse evaluatie volgens artikel 65 lid 1 Verordening.

Aan de andere kant wordt de controle van de Commissie minder grootschalig. Zo wordt in artikel 46 Verordening het single-audit concept ingevoerd, wat inhoudt dat de Commissie zelf minder controles gaat doen maar dat in grotere mate overlaat aan de lidstaat. Hiernaast wil de Commissie het aantal betaalorganen verminderen door bijvoorbeeld de eis in te stellen dat lidstaten maar één orgaan mogen aanstellen voor het beheer van zowel de ELGF- en ELPO-uitgaven (artikel 8 lid 2 Verordening). Hiernaast wordt in hetzelfde artikel de nieuwe regel opgenomen dat na de inwerkingtreding van deze Verordening lidstaten geen nieuwe betaalorganen mogen aanwijzen.

Wat is de relevantie voor Nederland?

De besproken EU wetgeving betreft een verordening, wat inhoudt dat deze direct van toepassing zal zijn zonder dat er een nationale implementatie voor nodig is. In dit geval is zal de voorgestelde verordening pas in effect gaat op 1 januari 2021 (artikel 104 lid 1 van de voorgestelde verordening). Politiek gezien steunt het kabinet het GLB-voorstel grotendeels. Het kabinet vindt echter wel dat de Commissie te ver gaat met de voorgestelde verregaande en gedetailleerde middelvoorschriften, vooral op het gebied van beheer en controle. Hiermee gaat het voorstel volgens het kabinet voorbij aan het genoemde doel van grotere subsidiariteit.

Daarnaast kijkt het kabinet ook goed naar het kostenplaatje. De beschikbare gelden voor het landbouwbeleid zullen naar verwachting minder worden. Nederland pleit voor een versobering van het beleid om te voorkomen dat het straks meer geld moet gaan afdragen aan de EU.  In het Regeerakkoord staat dat het GLB zich minder moet richten op inkomensondersteuning en meer op innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Om dit te bereiken moet het beleid vereenvoudigd worden en moet de regeldruk worden verlaagd.

Wat is de relevantie voor de provincies?

Deze Verordening is voornamelijk relevant betreffende de controlesystemen voor de provincies. Indien er namelijk meer controle moet worden uitgeoefend op het landbouwbeleid door middel van informatieverzameling, zal een deel hiervan kunnen komen liggen bij de provincies. Daarnaast hebben de provincies een rol in de cofinanciering van de tweede pijler van het GLB: het Plattelands Ontwikkeling Programma (POP). In de nieuwe voorstellen blijft er in deze tweede pijler relatief gezien minder geld over, ten faveure van de eerste pijler die over de inkomensondersteuning gaat. De provincies hebben in 2018 hun gezamenlijke positie kenbaar gemaakt over het toekomstig GLB in een position paper van het IPO.

X