Verordening GLB strategische plannen

De Europese Commissie heeft recent in het kader van het MFK een voorstel voor een nieuwe verordening, 2018/0216/COD, uitgebracht, ter vervanging van twee van de oude GLB-verordeningen, Verordening 1307/2013/EU en Verordening 1305/2013/EU.

Wat zijn de laatste ontwikkelingen?
  • 23-05-2019: de AGRI Commissie heeft het verslag over het voorstel gepubliceerd
  • 08-03-2019: de REGI Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 04-03-2019: de FEMM Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 27-02-2019: de ENVI Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 12-02-2019: de DEVE Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 30-01-2019: de CONT Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 05-12-2018: het Europees Comité van de Regio’s heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 22-11-2018: de BUDG Commissie heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 29-10-2018: de AGRI Commissie heeft het ontwerpverslag over het voorstel gepubliceerd.
Wat is de status van het voorstel?

De onderhandelingen over het voorstel voor de nieuwe Verordening inzake de strategische GLB-plannen worden gevoerd op basis van de gewone wetgevingsprocedure (artikel 43 lid 2 VWEU). Dit houdt in dat zowel het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten instemmen met het voorstel. Indien de standpunten van Parlement en Raad niet overeenkomen kunnen beide partijen in een triloog streven naar een compromis, dit gebeurt onder begeleiding van de Commissie. De onderhandelingen worden gevoerd door:

  • Voor het Parlement is de Landbouw en Plattelandsontwikkeling Commissie (AGRI) aangewezen als de bevoegde parlementaire commissie. Diverse andere commissies zullen echter hun advies over het voorstel zullen geven. De advies gevende commissies zijn: de Commissie regionale ontwikkeling (REGI), de Milieucommissie (ENVI), de Begrotingscommissie (BUDG), de Begrotingscontrole Commissie (CONT), de Commissie ontwikkelingssamenwerking (DEVE) en de Commissie Rechten van de vrouw en gendergelijkheid (FEMM).
  • Namens de Raad voert de Raad Landbouw en Visserij de onderhandelingen. In deze Raadsconfiguratie nemen de ministers van landbouw van de EU lidstaten deel.
Waar ziet de voorgestelde verordening op toe?

In het voorstel zijn een groot aantal materiële en financiële beleidsveranderingen opgenomen. Centraal hierbij is de invoering van het strategische plan voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In dit programmeringsinstrument worden alle verrichtingen op het gebied van beide pijlers van het GLB van samengebracht in één programmeringsinstrument (artikel 106). Lidstaten worden verplicht om een strategisch landbouwplan op te stellen op basis van hun behoeftes, met specifieke doelen en hoe deze bereikt zullen worden. Dit plan moet vervolgens worden goedgekeurd door de Commissie. Hierna moeten lidstaten, volgens artikel 121 van de voorgestelde Verordening, elk jaar een prestatieverslag indienen bij de Commissie om te laten zien hoe ver ze zijn in het bereiken van de doelen in de strategische landbouwplannen.

Om het GLB te versimpelen en het landbouwbeleid op uniforme wijze te beoordelen, stelt de Commissie voor om op Europees niveau één set doelen en één algemene set resultaatsindicatoren op te nemen (artikel 7) die terug te vinden zijn in Bijlage I.

Naast de materiële veranderingen, zijn er ook financiële aanpassingen. Ten eerste zijn er veel financiële veranderingen in de eerste pijler, die toeziet op directe steun aan landbouwers. In het voorstel worden namelijk directe betalingen (minus de arbeidskosten) beperkt tot maximaal € 100.000. Ook worden alle betalingen (minus de arbeidskosten) boven de € 60.000 verlaagd (artikel 15 Verordening). Betalingen tussen de € 60.000 en € 75.000 moeten bijvoorbeeld met 25% verminderd worden, betalingen tussen de € 75.000 en € 90.000 met 50%, betalingen tussen de € 90.000 en € 100.000 met 75%.

Hiernaast wil de Commissie in de voorgestelde verordening de subsidies te herverdelen. In artikel 26 Verordening verplicht de Commissie lidstaten om geld te herverdelen van grote landbouwbedrijven naar kleine of middelgrote landbouwbedrijven, met het doel om te voorkomen dat het grootste deel van EU- subsidies naar grote landbouwbedrijven gaat. Eveneens moeten lidstaten volgens het voorstel 2% van het budget voor de eerste pijler gebruiken om jonge landbouwers te helpen volgens artikel 27 Verordening. Hierbij geldt wat betreft eventuele vestigingspremies dat deze maximaal € 100.000 kunnen bedragen volgens artikel 69 lid 4 Verordening.

Ook worden er nieuwe eisen gesteld aan de directe betalingen aan landbouwers. Er waren al meerdere vereisten betreffende duurzaamheid, maar de vereisten van artikel 11 Verordening worden in Bijlage III van de Verordening met drie verschillende eisen uitgebreid. Ten eerste is inkomenssteun nu afhankelijk van het invoeren gewassenrotatie in plaats van gewassendiversificatie, ten tweede moeten landbouwers veen- en moerasland gaan beschermen en ten derde moeten landbouwers gebruik maken van een nieuw elektronisch hulpmiddel, dat door lidstaten moet worden ontwikkeld, die voedingsstoffen in de grond reguleert.

Er zijn ook veranderingen aan de tweede pijler van het GLB in dit voorstel. In artikel 86 lid 2 Verordening staat namelijk dat 30% van het gehele budget van de tweede pijler door lidstaten moet worden besteed aan klimaatmaatregelen. Een ander duurzame aanpassing is dat artikel 90 lid 1 sub c Verordening vaststelt dat lidstaten de ruimte krijgen om 15% van het budget van de eerste pijler over te hevelen naar de tweede pijler ten behoeve van klimaat maatregelen. Door de al eerder bestaande overhevelmogelijkheid van de eerste pijler naar de tweede pijler, die ook 15% bedroeg, wordt de totale overhevelmogelijkheid dus 30%. Als laatste stelt de Commissie in artikel 123 Verordening voor om 5% van het budget van de tweede pijler te reserveren voor lidstaten die hun duurzaamheidsdoelen halen, als beloning.

Wat is de relevantie voor Nederland?

Het kabinet steunt het GLB-voorstel grotendeels. Nederland staat achter de integratie van bestaande steunmaatregelen in een overkoepelende verordening. Desondanks vindt het kabinet dat het voorstel voor verzwaarde eisen aan directe betalingen en nieuwe controlemechanismes tegen het genoemde doel van versimpeling ingaan. Er zijn teveel detailvoorschriften opgenomen in de verordening. Bovendien is het kabinet van mening dat er te weinig geld voor plattelandsontwikkeling vanuit het GLB naar Nederland gaat.

Wat is de relevantie voor de provincies?

Deze Verordening bevat veel relevante bepalingen voor de provincies kijkende naar de regiefunctie die zij vervullen in het landelijk beleid.  Het wijzigen van het GLB kan het grote impact zal hebben op de financiële situaties van landbouwers in de regio’s. Het voorstel maakt duidelijk welke middelen en mogelijkheden er beschikbaar zijn voor lidstaten om hun landbouwbeleid te vormen. De provincies spelen een belangrijke rol in de cofinanciering van de tweede pijler van het GLB: het Plattelands Ontwikkeling Programma (POP). In de nieuwe voorstellen blijft er in deze tweede pijler relatief gezien minder geld over, ten faveure van de eerste pijler die over de inkomensondersteuning gaat.

De provincies hebben in 2017 hun gezamenlijke positie kenbaar gemaakt over het toekomstig GLB in een position paper van het IPO.

X