Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+)

De Europese Commissie heeft op 30 mei 2018 een Verordeningsvoorstel (2018/0206/COD) betreffende het Europees Sociaal Fonds plus gepresenteerd. In deze verordening worden vijf programma’s van de MFK-periode 2014-2020 samengevoegd in één groot programma, namelijk het ESF+.

Wat zijn de laatste ontwikkelingen?
  • 04-04-2019: eerste lezing door het Europees Parlement
  • 22-11-2018: de JURI Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 20-11-2018: de CULT Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 16-11-2018: de CONT Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 14-11-2018: de FEMM Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 13-11-2018: de ENVI Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 08-11-2018: de REGI Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 08-11-2018: de LIBE Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 06-11-2018: de BUDG Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 17-09-2018: Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft hun ontwerpadvies over het voorstel gepubliceerd.
  • 20-07-2018: de EMPVI Commissie heeft hun ontwerpadvies over het voorstel gepubliceerd.
Wat is de status van het voorstel?

De onderhandelingen over het voorstel voor het voorstel worden gevoerd op basis van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat zowel het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten instemmen met het voorstel. Momenteel bevinden de Raad en het Parlement zich in het stadium waarin zij de respectievelijk standpunten over dit voorstel vaststellen. Wanneer deze instellingen een standpunt hebben ingenomen, zullen de twee instituties onderhandelen over het voorstel. Deze onderhandelingen zullen gevoerd worden door:

  • Voor het Parlement is de Commissie Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPVI) de aangewezen parlementaire commissie. Hiernaast zijn de volgende Commissies betrokken door middel van het geven van advies: Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI), Begroting (BUDG), Begrotingscontrole (CONT), Regionale ontwikkeling (REGI), Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE), Rechten van de vrouw en gendergelijkheid (FEMM), Cultuur en onderwijs (CULT) en Juridische zaken (JURI).
  • Namens de Raad is de Raad Algemene Zaken (RAZ) bevoegd over dit onderwerp. In deze Raad worden lidstaten vertegenwoordigd door ministers van Europese Zaken, of ministers van Buitenlandse Zaken.
Waar ziet de voorgestelde verordening op toe?

Net zoals de Verordening inzake gemeenschappelijke regels ziet deze wetgeving erop toe een gemeenschappelijke set regels te maken voor fondsen die vroeger veelal aparte regels hadden. Eén van de manieren waarop dat bijvoorbeeld gedaan wordt is door het stellen van specifieke doelstellingen, zo volgt uit artikel 4. Hieronder vallen de toegang van alle werkzoekenden tot werk, de modernisering van arbeidsmarktinstellingen, de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen, enzovoorts. Er worden elf concrete doelstellingen genoemd die door middel van het ESF+ moeten worden nagestreefd volgens artikel 4. Voor het gehele ESF+ is volgens artikel 5 lid 1 een totaal bedrag van € 101,174 miljard beschikbaar voor de periode van 2021-2027.

Net zoals bij de Interreg-Verordening is ook in deze Verordening sprake van thematische concentratie van fondsen. Zo moeten lidstaten volgens artikel 7 lid 3 Verordening in ieder geval 25% van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer besteed moet worden aan beleidsdoelstellingen ter behoeve van sociale inclusie. Hiernaast moet in het voorstel volgens artikel 7 lid 4 tenminste 2% van ESF+-middelen onder gedeeld beheer worden besteed aan de bestrijding van armoede.

Een ander voorbeeld is dat lidstaten, indien het percentage van jongeren die niet werken, onderwijs volgen of een training doen zijn boven het Europese gemiddelde zit, volgens artikel 7 lid 5 Verordening tenminste 10% van ESF+-middelen van lidstaten onder gedeeld beheer moeten worden besteed aan het re-integreren van deze jongeren. Ultraperifere gebieden (regio’s die geografisch ver van de EU liggen, maar wel tot de EU behoren; de voormalige Nederlandse Antillen vallen (nog) niet onder deze status) moeten 15% van hun ESF+-middelen hiernaar toewijzen.

Net zoals bij andere regionale verordeningen, worden ook hier indicatoren gebruikt, zo volgt uit artikel 15, ter behoeve van de evaluatie van ESF+-programma’s. Verder wordt er in artikel 14 vastgelegd welke kosten niet subsidiabel zijn.

Hiernaast zijn er aparte secties met andere regels voor specifieke doelstellingen. Ten eerste is er de aparte sectie voor ESF+ steun ter bestrijding van armoede ingevoerd. In artikel 19 en artikel 20 staat in verband hiermee welke kosten en uitgaven subsidiabel zijn. Ook hier worden indicatoren gebruikt, alhoewel wel andere, volgens artikel 21. Ten tweede is er de aparte sectie voor de doelstelling werkgelegenheid en sociale innovatie. Hier worden in artikel 23 operationele doelstellingen voor gesteld en wordt er in artikel 24 een lijst gegeven van subsidiabele acties. Ten derde bevat de Verordening een aparte sectie voor de doelstelling gezondheid. In artikel 26 staan hiervoor de operationele doelstellingen en in artikel 27 de subsidiabele acties.

Voor de doelstellingen gezondheid en werkgelegenheid en sociale innovatie zijn er verder nog specifiek gemeenschappelijke regels. Zo vermeldt artikel 30 specifieke regels over welke geassocieerde landen mogen meedoen, stelt de Verordening in artikel 32 dat deze doelstellingen via werkprogramma moeten worden uitgevoerd en geeft artikel 33 specifieke regels over de monitoring en verslaglegging.

Uit artikel 26 van de voorgestelde verordening volgt dat deze wetgeving twintig dagen na publicatie in werking treedt, zonder enige vereiste implementatie.

Wat is de relevantie voor Nederland?

Het kabinet heeft aangegeven gematigd positief te staan tegenover het voorstel van de Commissie. Het kabinet is zeker voor de samenvoeging van sociale fondsen ten behoeve van efficiëntie en vindt het goed dat integratie meer wordt geprioriteerd in het voorstel, maar vindt dat de Verordening niet ver genoeg gaat. Zo wil het kabinet meer prioritering op basis van Europees toegevoegde waarde. Ook is het kabinet tegen de verplichting om minimaal 2% van het ESF+-budget te besteden aan het bestrijden van armoede. Hiernaast had het kabinet de voorkeur dat de gezondheidsdoelstelling van het ESF+ verder ging dan in het huidige voorstel. Als laatste punt heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat ze het liefst het Europees Globaliseringsfonds ook hadden zien worden opgenomen in het ESF+.

Wat is de relevantie voor de provincies?

Deze Verordening is belangrijk voor provincies, omdat het deel uitmaakt van het cohesiebeleid, waar provincies van profiteren. In het algemeen zal de versimpeling van het ESF en overige fondsen leiden, naar verwachting, tot minder administratieve kosten.

X