Verordening gemeenschappelijke bepalingen structuurfondsen

De Europese Commissie heeft recentelijk Verordeningsvoorstel (2018/0196/(COD) voorgedragen betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor meerdere regionale beleidsfondsen. Dit voorstel dient niet ter vervanging van een eerdere Verordening, maar is geheel nieuw.

27-03-2019: eerste lezing Europees Parlement
• 11-12-2018: de BUDG commissie heeft hun ontwerpadvies over het voorstel gepubliceerd.
• 05-12-2018: de AGRI Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 23-11-2018: de LIBE Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 22-11-2018: de ECON Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 20-11-2018: de EMPL Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 19-11-2018: de TRAN Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 25-10-2018: de Europese Rekenkamer heeft een advies uitgebracht over dit voorstel.
• 19-10-2018: de FEMM Commissie heeft hun positie in de vorm van amendementen over het voorstel gepubliceerd.
• 16-10-2018: de ENVI Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
• 11-10-2018: de CONT Commissie heeft hun positie in de vorm van amendementen over het voorstel gepubliceerd.
• 13-09-2018: de REGI Commissie heeft hun ontwerpverslag over het voorstel gepubliceerd.

Wat is de status van het voorstel?

De onderhandelingen over het voorstel voor de nieuwe verordening betreffende gemeenschappelijke bepalingen voor structurele fondsen worden gevoerd op basis van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat zowel het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten instemmen met het voorstel (artikel 289 VWEU). Indien de standpunten van Parlement en Raad niet overeenkomen kunnen beide partijen in een triloog streven naar een compromis, dit gebeurt onder begeleiding van de Commissie. De onderhandelingen worden gevoerd door:

  • Voor het Parlement is de Commissie Regionale ontwikkeling (REGI) de aangewezen parlementaire commissie. Hiernaast zijn de volgende Commissies betrokken door middel van het geven van advies: Vervoer en toerisme (TRAN), Begroting (BUDG), Begrotingscontrole (CONT), Economische en monetaire zaken (ECON), Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL), Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI), Landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI), Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) en Rechten van de vrouw en gendergelijkheid (FEMM).
  •  Namens de Raad is de Raad Algemene Zaken (RAZ) bevoegd over dit onderwerp. In deze Raad worden lidstaten vertegenwoordigd door ministers van Europese Zaken, of ministers van Buitenlandse Zaken.

 

Waar ziet de voorgestelde verordening op toe?

Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat in het voorstel een budgetverlaging voor het regionale beleid is opgenomen. In het MFK voor de periode 2014-2020 was het budget voor het cohesiebeleid € 351,8 miljard. De Commissie stelt nu voor om dit naar € 330,1 miljard te verlagen in artikel 103 lid 1 Verordening. Hierdoor zal het Cohesiefonds bijvoorbeeld met 43,7% verlaagd worden.

Het belangrijkste en voornaamste speerpunt van dit voorstel is de introductie van een gemeenschappelijk regelboek voor het beheer van alle verschillende regionale fondsen. Waar deze fondsen vroeger allemaal door hun eigen regels werden beheerd, wordt een groot deel van die regels geschrapt en vervangen door dit voorstel. Dit regelboek bevat voor elk fonds gelijke regels op het gebied van programmering, monitoring, financieel beheer en cofinanciering.

Er zijn meerdere verschillende aspecten in het voorstel die dit regelboek reflecteren. Ten eerste worden voor alle fondsen in het algemeen vijf doelstellingen vastgelegd in artikel 4 Verordening: een innovatiever, groener, meer verbonden, socialer en een regionaal meer geïntegreerd Europa. Voor deze doelstellingen worden in artikel 11 randvoorwaarden geïntroduceerd, die meer zijn toegespitst op specifieke fondsen, in tegenstelling tot de oude ex ante voorwaarden.

Een tweede aspect van de verandering is de flexibilisering van de programmering van alle programma’s. Zo wordt in artikel 14 voorgesteld om enkel de eerste vijf van de zeven jaar vast te leggen qua programmering en op basis van een tussentijds evaluatie de laatste twee jaar te bepalen. Hiernaast kan volgens artikel 10 maximaal 5% van de subsidie van alle genoemde programma’s in het investeerdersprogramma InvestEU worden gestopt zonder dat sprake is van een formele programmawijziging die goedgekeurd moet worden. Als derde is ook in dit voorstel volgens artikel 19 lid 5 van de Verordening een mogelijkheid om tot 3% van een programmabegroting van het ene programma naar het andere programma binnen een structuurfonds te schuiven. Ten slotte wordt het mogelijk om kosten voor technische bijstand te vergoeden met 2,5%-6% van het budget, zo volgt uit artikel 31 lid 2 van de Verordening. Met deze bepalingen is de Commissie voornemens de algemene regelgeving voor fondsen te flexibiliseren.

Naast deze flexibilisering zijn er ook veranderingen betreffende monitoring en beheer van deze fondsen. Voor het monitoren van prestaties zal er volgens artikel 63 lid 7 van de Verordening een elektronisch systeem worden opgezet. Dit elektronisch systeem zou dan de data betreffende prestaties elke twee maanden naar de Commissie sturen volgens artikel 37 lid 1 van de Verordening. Het doel van deze tweemaandelijkse rapportage is het vergemakkelijken van de nieuwe jaarlijkse evaluatie van de programma’s. In het algemeen schuift dit systeem echter wel meer verantwoordelijkheid naar lidstaten toe, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de aanbouw van en dataverzameling voor het elektronische systeem.

Betreffende financieel beheer wordt er een versimpeling voorgesteld. In artikel 88 van de Verordening wordt gesproken over eenheidskosten, een contrast met de vorige regelgeving. Eenheidskosten zijn namelijk schattingen van de kosten in plaats van berekeningen van de specifieke kosten. Hiernaast wordt, op grond van artikel 74 lid 1 van de Verordening, het aantal audits door de Commissie teruggebracht naar één waardoor de administratieve lasten volgens de Commissie omlaag zullen gaan.

Ook overige financiële regels worden in het voorstel gewijzigd. Zo worden de medefinancieringspercentages voor deze drie fondsen verminderd naar het niveau van voor de financiële crisis. In artikel 106 lid 3 van de Verordening wordt voorgesteld om deze percentages te beperken tot 70% voor minder ontwikkelde regio’s, tot 55% voor transitieregio’s en tot 40% voor meer ontwikkelde regio’s.

Uit artikel 112 van de Verordening volgt dat deze wetgeving twintig dagen na publicatie in werking treedt, zonder enige vereiste implementatie.

Wat is de relevantie voor Nederland?

Nederland zou ondanks de vermindering van het budget – voor zover dat nu kan worden ingeschat – er enigszins op vooruit gaan in de nieuwe allocatie van het cohesiebeleidsbudget. In het algemeen steunt het kabinet de budgetsvermindering van traditionele beleidsgebieden zoals het cohesiebeleid, en staat het positief tegenover de versimpeling van het financieel beheer.

Het kabinet wil een vergrote focus op innovatie omdat dit volgens het kabinet een grotere toegevoegde Europese waarde heeft. Alle middelen die binnen dit fonds besteed worden zouden gericht moeten zijn op innovatie. Ook moet er meer aandacht komen voor de samenhang tussen het regionaal beleid en andere subsidieprogramma’s, zoals het beoogde onderzoeksprogramma Horizon Europe. Tevens benadrukt het kabinet in haar beoordeling van het voorstel het belang van grensoverschrijdende samenwerking tussen regio’s.

Wat is de relevantie voor de provincies?

De provincies hebben een groot belang bij dit voorstel. De fondsen hierin zijn namelijk grotendeels fondsen voor het cohesiebeleid, waarvan provincies kunnen profiteren. Indien dit voorstel in z’n huidige vorm wordt aangenomen zou het een grote impact hebben op de wijze waarmee provincies met deze fondsen moeten omgaan vanwege de nieuwe en uniforme regelgeving. In het position paper van het IPO over het cohesiebeleid vind u meer over de gezamenlijke positie van de provincies.

X