Verordening inzake Europese territoriale samenwerking (Interreg)

De Europese Commissie heeft recentelijk een Verordeningsvoorstel (2018/0199/COD) betreffende Europese territoriale samenwerking, ook wel bekend als Interreg. Dit voorstel dient niet ter vervanging van een eerdere Verordening, maar is geheel nieuw. Het voorstel beoogt de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten te bevorderen.

Wat zijn de laatste ontwikkelingen?
  • 26-03-2019: eerste lezing door het Europees Parlement
  • 06-12-2018: de AFET Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 05-12-2018: het Europees Comité van de Regio’s heeft zijn advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 22-11-2018: de DEVE Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 21-11-2018: de CONT Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 16-10-2018: de CULT Commissie heeft hun advies over het voorstel gepubliceerd.
  • 26-08-2018: de REGI Commissie heeft hun ontwerpverslag over het voorstel gepubliceerd.
Wat is de status van het voorstel?

De onderhandelingen over het voorstel voor het voorstel worden gevoerd op basis van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat zowel het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten instemmen met het voorstel. Indien de standpunten van Parlement en Raad niet overeenkomen kunnen beide partijen in een triloog streven naar een compromis, dit gebeurt onder begeleiding van de Commissie. De onderhandelingen worden gevoerd door:

  • Voor het Parlement is de Commissie Regionale ontwikkeling (REGI) de bevoegde parlementaire commissie. Hiernaast zijn de volgende Commissies betrokken door middel van het geven van advies: Buitenlandse zaken (AFET), Begrotingscontrole (CONT), Cultuur en onderwijs (CULT) en Ontwikkelingssamenwerking (DEVE).
  • Namens de Raad is de Raad Algemene Zaken (RAZ) bevoegd over dit onderwerp. In deze Raad worden lidstaten vertegenwoordigd door ministers van Europese Zaken, of ministers van Buitenlandse Zaken.
Waar ziet de voorgestelde verordening op toe?

In beginsel is Interreg een kader voor overheidsprogramma’s met het doel om internationale samenwerking te stimuleren, in het bijzonder samenwerking tussen regio’s. Het voorstel van de Commissie betreft het zesde Interreg-programma, voor de periode 2021-2027.

In het voorstel worden er meerdere veranderingen voorgesteld. Ten eerste wordt het begrip -Europese territoriale samenwerking-  uitgebreid met twee componenten in plaats van de vorige drie componenten. De nieuwe componenten zijn component 3 en 5. De componenten zijn als volgt:

  • component 1 betreffende grensoverschrijdende samenwerking tussen naburige regio’s ter bevordering van regionale ontwikkeling;
  • component 2 betreffende transnationale medewerking over grotere gebieden en maritieme gebieden, componenten, 2A (indien het enkel om transnationale medewerking gaat) en 2B (indien het enkel over maritieme medewerking gaat);
  • component 3 betreffende onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling of met derde landen;
  • component 4 betreffende interregionale samenwerking ter behoeve van het cohesiebeleid en;
  • component 5 bestaande uit investeringen in interregionale commercialisering.

Deze componenten zijn belangrijk vanwege het feit dat er op bepaalde componenten verschillende regels van toepassing zijn. Zo volgt uit artikel 9 lid 2 specifiek, hoe groot het percentage van EFRO-middelen naar de doelstelling Europese territoriale samenwerking moet zijn, voor elke component. Hierin zien we dat het percentage van component 2 vergroot wordt ten opzichte van component 1 vergeleken met het huidige Interreg, wat duidt op een vergrote focus op transnationale en maritieme samenwerking. Hiernaast komt er ook nog een fonds voor kleinschalige projecten, zo volgt uit artikel 24 van de Verordening.

Hiernaast bevat artikel 15 van de Verordening meerdere bepalingen over specifieke vormen van componenten met percentages die afwijken van artikel 9 lid 2. Zo moet volgens artikel 15 lid 1 Verordening tenminste 60% van het toegewezen EFRO-geld aan component 1, 2 en 3 worden besteed aan drie van de vijf beleidsdoelstellingen in artikel 4 lid 1 van de Verordening inzake gemeenschappelijke regels.

In het geval dat dit geld echter niet wordt uitgegeven, is er een nieuw teruggavemechanisme. Uit artikel 12 van de Verordening volgt dat indien Interreg-programma’s niet worden ingediend of indien er geen financieringsovereenkomsten worden getekend, het geld dat daarvoor gereserveerd was wordt toegewezen aan interne grensoverschrijdende Interreg-programma’s waar de desbetreffende lidstaat aan deelneemt.

Interreg werkt in dit voorstel ook met de regels van de Verordening inzake gemeenschappelijke regels betreffende beheer en beleid. Zo wordt er in artikel 31 wederom een verplichting ingevoerd om elke twee maanden data op te sturen naar de Commissie, met de eerdergenoemde indicatoren. Hiernaast dient er volgens artikel 44 één beheer autoriteit en één enkele auditautoriteit opgericht te worden om bureaucratische lasten tegen te gaan.

De laatste aanpassingen betreffen de subsidiabiliteitsregels. Deze regels dienen in beginsel zoveel mogelijk door lidstaten zelf te worden vastgesteld met een minimum aan EU-voorschriften. In dit geval acht de Commissie een dergelijke benadering niet geschikt voor Interreg-programma’s. De Commissie heeft hiervoor een hiërarchie van subsidiabiliteitsregels op EU-niveau, Interreg-niveau en nationaal niveau in artikel 36 t/m 43 Verordening geïntroduceerd om dit te verhelpen, omdat bij Interreg-programma’s tussen de 2 en 27 verschillende sets nationale regels in tegenspraak of in conflict kunnen zijn met elkaar.

Uit artikel 114 volgt dat deze wetgeving twintig dagen na publicatie in werking treedt, zonder enige vereiste implementatie.

Wat is de relevantie voor Nederland?

In het algemeen is het kabinet tevreden over de manier waarop Interreg wordt voortgezet. Hoewel het kabinet al tevreden was over de componenten en de methodiek, is het kabinet alsnog blij met de nieuwe vijfde component. Hiermee komt namelijk een grotere focus op innovatie en het verbinden van innovatieve clusters. Het kabinet is echter wel van mening dat er een grotere thematische concentratie moet zijn, omdat veel beleidsdoelstellingen niet voldoende duidelijk zijn. Zo moet volgens het kabinet Interreg meer en specifieker gefocust zijn op innovatie en duurzaamheid.

Wat is de relevantie voor de provincies?

Interreg is een belangrijk deel van het cohesiebeleid, zowel voor grensprovincies als niet-grensprovincies. De programma’s van Interreg kunnen namelijk connectiviteit tussen regio’s bevorderen, waardoor er bijvoorbeeld efficiënter zaken gedaan zouden kunnen worden. In het position paper betreffende regionaal beleid benadrukt het IPO daarom ook in punt 10 het belang van interregionale samenwerking.

X