Fitness check kaderrichtlijn water

De Europese Commissie voert momenteel een fitness check uit voor de Kaderrichtlijn water (2000/60/EG) en haar dochterrichtlijnen de Grondwaterrichtlijn (2006/118/EG) en de Richtlijn prioritaire stoffen (2008/105/EG). Verder wordt ook de Richtlijn overstromingsrisico’s (2007/60/EG) in deze fitness check meegenomen.

 

Wat is de status van de fitness check?

De publieke consultatie voor deze fitness check is op 12 maart 2019 gesloten. Het is niet meer mogelijk om te reageren. De Commissie is bezig met het verwerken van onder andere de resultaten van deze publieke raadpleging.

Wat is een fitness check?

Een fitness check is een instrument van de Commissie om de wetgeving op een bepaald beleidsterrein te evalueren. Dit in tegenstelling tot een evaluatie die slechts gericht is op een specifieke richtlijn of verordening. Het doel van een fitness check is om te beoordelen hoe effectief en efficiënt de wetgeving is in het bereiken van de gestelde beleidsdoelstellingen. Hierbij wordt, onder andere, gekeken naar de kosten en opbrengsten, overlap van wetgeving, ineffectiviteiten en synergiën. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om de regelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verlichten.

Waar ziet de geëvalueerde wetgeving op toe?

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is het voornaamste wetgevingskader op het gebied van water in de Europese Unie. De belangrijkste doelstelling van de Richtlijn is het veiligstellen van en verbeteren van de watervoorraden en de waterkwaliteit in de EU, waarbij zowel oppervlaktewater en grondwater worden meegenomen. De KRW vereist dat de chemische en ecologische condities voor grond- en oppervlaktewateren uiterlijk in 2027 op orde worden gebracht. Om dit te bereiken is er in de KRW gekozen voor een stroomgebiedsbenadering. Op basis van artikel 3 delen lidstaten hun grondgebied in stroomgebieden en moeten hiervoor stroomgebiedbeheerplannen (artikel 13) en maatregelenprogramma’s (artikel 11) opstellen. De looptijd van zowel de beheer- als de maatregelen-programma’s bedragen zes jaar. Momenteel loopt de tweede plancyclus voor de periode 2016-2021. Nederland is onderdeel van vier (internationale) stroomgebieden, namelijk: Rijndelta, Maas, Schelde en Eems. Hier zijn voor de periode 2016-2021 in december 2015 stroomgebiedsbeheerplannen voor opgesteld en daaraan zijn ook maatregelenprogramma’s verbonden.

De dochterrichtlijnen van de KRW voorzien in de verdere uitwerking van kwaliteitsnormen voor zoetwaterbronnen:

  • De Grondwaterrichtlijn (GWR) is bedoeld om verontreiniging van het grondwater te voorkomen en bestrijden. De richtlijn voorziet in de criteria met betrekking tot de chemische toestand van het grondwater (bijlage I GWR) en de criteria voor het vaststellen en tegengaan van verontreiniging van grondwater (artikel 5 en 6 GWR).
  • De Richtlijn prioritaire stoffen heeft betrekking op een aantal vastgestelde prioritaire stoffen (die een risico vormen voor het aquatisch milieu) en een aantal andere verontreinigende stoffen. In de Richtlijn zijn voor deze stoffen de maximumconcentraties voor oppervlaktewateren vastgesteld. In totaal zijn er 45 stoffen in opgenomen (Bijlage I Richtlijn prioritaire stoffen). Deze richtlijn is voor het laatst herzien in 2013 door Richtlijn 2013/39/EU.
Wat is de relevantie voor Nederland?

Het betreffen hier Europese richtlijnen. Richtlijnen werken niet rechtstreeks door maar moeten eerst nog in Nederlandse wetgeving worden geïmplementeerd. In de Nederlandse wet is zijn de Europese waterrichtlijnen hoofdzakelijk geïmplementeerd in de Waterwet en het Waterbesluit. In het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (Bkmw 2009) zijn de kwaliteitseisen voor de Nederlandse oppervlaktewater- en grondwaterlichamen en het Nederlandse monitoringsprogramma verder uitgewerkt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de genoemde wetgeving (de KRW, haar dochterrichtlijnen en de Richtlijn overstromingsrisico’s). In Nederland is de bestaande planstructuur gebruikt om de beleidsverplichtingen voortkomend uit de KRW en de ROR uit te voeren. Zo wordt er door het ministerie een Nationaal Waterplan opgesteld waarin de stroomgebied- en overstromingsrisico- beheerplannen zijn opgenomen.

Op 14 juni 2019 heeft de Minister van IenW in een kamerbrief beschreven wat de Nederlandse prioriteiten zijn bij eventuele aanpassingen van de richtlijn. Het betreft onder meer de lange-termijnambities voor waterkwaliteit na 2027, de opkomst van nieuwe chemische stoffen en het meten van voortgang (meer informatie).

Wat is de relevantie voor de provincies?

De provincies zijn verantwoordelijk voor het opstellen van regionale waterplannen op basis van de Nationale strategische doelen voor waterbeheer voortkomend uit het Nationale Waterplan. Verder zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de monitoringsprogramma’s voor grondwaterlichamen. Zo moeten provincies grondwaterbeschermingsgebieden aanwijzen ter bescherming van ondergrondse drinkwaterbronnen. De provincies hebben dus een belangrijke rol in het uitvoeren van water gerelateerd beleid in Nederland. Dit beleid wordt mede bepaald door de besproken waterrichtlijnen. Deze fitness check is dan ook van belang, aangezien het de mogelijkheid verschaft om hierover mee te praten.

In februari 2019 heeft het IPO een position paper gepubliceerd als input voor de fitness check van de Kaderrichtlijn Water. Hierin wordt onder meer aangegeven dat de Kaderrichtlijn Water en andere Europese wetgeving en beleid beter op elkaar afgestemd dienen te worden. In het bijzonder betreft dit het toelatingsbeleid voor medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen, de nitraatrichtlijn, Natura 2000, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de drinkwaterrichtlijn.

X