Nederlandse Aanpassingswet AVG niet op tijd klaar

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 24 mei 2018 aangegeven dat de Aanpassingswet Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) nog in behandeling is bij de Tweede Kamer. Deze zal daarom niet tijdig aangenomen kunnen worden. Het was de bedoeling dat de Aanpassingswet gelijk met de AVG, op 25 mei 2018, in werking zou treden. Het Ministerie geeft aan dat er hierdoor een korte periode zal zijn waarin er onzekerheid kan bestaan over hoe er gehandeld dient te worden. Middels een aantal voorbeelden in een nieuwsbericht biedt het Ministerie daarom voor deze tussenperiode handvatten aan.

Wat regelt de Aanpassingswet?

Sinds 25 mei 2018 dienen decentrale overheden zich te houden aan de regels van de AVG wanneer zij persoonsgegevens verwerken. De Europese verordening is rechtstreeks geldig in de lidstaten en hoeft dus niet omgezet te worden in nationale wetgeving. Voor een goede uitvoering van de AVG is het echter wel noodzakelijk om een Uitvoeringswet aan te nemen. Daar kunt u in dit nieuwsbericht meer over lezen. In tegenstelling tot de Aanpassingswet heeft Nederland de Uitvoeringswet wel tijdig kunnen aannemen.

De Aanpassingswet heeft onder meer ten doel ongeveer 40 bestaande wetten te wijzigen, zodat ze correct verwijzen naar de AVG in plaats van naar de Wbp. Daarnaast verklaart de Aanpassingswet dat bepaalde artikelen uit de AVG niet van toepassing zijn op wetten zoals de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) en de Kieswet. Het wetsvoorstel is op 16 april naar de Tweede Kamer gestuurd en werd daar op 17 mei 2018 behandeld.

Vragen Tweede Kamerleden

De Tweede Kamerleden hebben een aantal vragen gesteld aan de regering over de Aanpassingswet en de AVG.

Kennisgevingsplicht

De Tweede Kamerleden hebben onder andere vragen over de kennisgevingsplicht van artikel 19 AVG. Dit artikel stelt dat elke ontvanger aan wie persoonsgegevens zijn verstrekt op de hoogte wordt gesteld van rectificaties, wissing van persoonsgegevens en beperking van de verwerking. In de Aanpassingswet (Memorie van Toelichting) is bepaald dat voor de Wet BRP het huidige regime wordt gehandhaafd. Dit houdt in dat deze kennisgeving voor de Wet BRP niet automatisch gebeurt, maar alleen op verzoek van de betrokkene om wiens persoonsgegevens het gaat. De kennisgevingsplicht is in de wet aan een termijn gebonden en zal bovendien slechts worden gedaan aan overheidsorganen en derden die tot twintig jaar geleden de persoonsgegevens hebben ontvangen. De kennisgevingsplicht hoeft niet te worden ingewilligd wanneer dit onmogelijk blijkt of dit een onevenredige inspanning kost. De Tweede Kamerleden vragen zich hierbij af hoe een ‘onmogelijke of onevenredige inspanning’ wordt vastgesteld en welke gevolgen dit heeft voor de ICT van de Basisregistratie Personen.

Functionaris Gegevensbescherming

Volgend artikel 38 lid 3 AVG mag een Functionaris Gegevensbescherming (FG) niet ontslagen worden voor de uitvoering van zijn taken. De Tweede Kamerleden leggen de situatie voor waarin een werknemer in feite dezelfde taken verricht als de FG, maar niet officieel deze positie bekleedt. De vraag hierbij is of deze persoon evenwel recht heeft op dezelfde ‘ontslagbescherming’ die geldt voor FG’s, op basis van de taken die deze persoon verricht.

Wat stelt het Ministerie voor?

Het Ministerie geeft aan dat in de tussenperiode tot de Aanpassingswet is aangenomen zoveel mogelijk AVG-conform moet worden gewerkt. De Aanpassingswet zal mogelijk met terugwerkende kracht, vanaf 25 mei 2018, van toepassing worden verklaard. Het AVG-conform werken blijft de verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke. Decentrale overheden dienen bepalingen die strijdig zijn met de AVG daarom buiten toepassing te laten.

Het Ministerie noemt vijf voorbeelden waar het nog niet ingaan van de Aanpassingswet effect op kan hebben. Bij drie daarvan voorziet zij problemen.

  • In de Aanpassingswet wordt het recht van beperking (artikel 18 AVG) niet van toepassing verklaard op onder andere de Wet basisregistratie personen en de Kieswet. Onder bepaalde voorwaarden kan een betrokkene de verwerkingsverantwoordelijke verzoeken de verwerking van zijn persoonsgegevens te staken. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de betrokkene meent dat de persoonsgegevens niet juist zijn. Zolang de Aanpassingswet niet in werking is getreden, zal een verzoek voor beperking van de verwerking wel in behandeling moeten worden genomen.
  • In bepaalde gevallen hanteert de Aanpassingswet andere termijnen, bijvoorbeeld bij de informatieplicht van de artikelen 13 en 14 AVG. De AVG stelt dat wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld bepaalde informatie bij de verkrijging van deze persoonsgegevens moet worden verstrekt. Wanneer persoonsgegevens niet van de betrokkene zijn verkregen stelt de AVG, afhankelijk van de precieze omstandigheden, drie andere termijnen.
  • Als laatste noemt het Ministerie ook het punt van de kennisgevingsplicht van artikel 19 AVG. Middels de Aanpassingswet wordt de huidige procedure omtrent de Wet BRP gehandhaafd: de kennisgeving vindt slechts plaats op verzoek van de betrokkene. Het Ministerie geeft echter aan dat organisaties hierbij ook gebruik kunnen maken van de uitzondering in artikel 19 AVG: de kennisgeving kost onevenredig veel inspanning. In de Memorie van Toelichting van de Aanpassingswet werd dit gemotiveerd door te wijzen op de complexiteit van de persoonsgegevensverwerkingen in de BRP en de grootschalige verstrekking van gegevens daaruit aan tal van overheidsorganen en derden.

Door:

Juliëtte Fredriksz, Europa decentraal

Bron:

De AVG, de Kieswet en de Wet BRP, Nieuwsbericht Rijksoverheid

Meer informatie:

De Algemene verordening gegevensbescherming, Europa decentraal
Uitvoeringswet AVG aangenomen door de Eerste Kamer, nieuwsbericht Europa decentraal
Aanpassingswet AVG – Wetsvoorstel, Rijksoverheid
Aanpassingswet AVG – Memorie van Toelichting, Rijksoverheid
Aanpassingswet AVG, Webpagina Tweede Kamer
Advies Aanpassingswet AVG, Autoriteit Persoonsgegevens
Advies Aanpassingswet AVG, Raad van State