Nieuwe studie bevestigt positieve gevolgen van EU-handelsagenda voor de agrovoedingssector

15 februari 2021Klimaat Milieu

Nieuw onderzoek wijst uit dat de EU-handelsagenda een positief effect zal hebben op de economie en de agrovoedingssector van de Europese Unie in de periode tot 2030. De verwachting is dat door nieuwe Europese handelsovereenkomsten, zowel de in-als uitvoer significant zal toenemen. Tevens blijkt uit het onderzoek dat het beperkt openstellen van bepaalde sectoren binnen de EU (via tariefcontingenten) kan bijdragen aan de bescherming van kwetsbare binnenlandse producten.

Doel van het onderzoek

Eurocommissaris Wojciechowski presenteerde tijdens de Landbouwraad van afgelopen januari de bevindingen van het onderzoek waarin de verwachte economische effecten van lopende en aanstaande handelsbesprekingen op de landbouwsector van de EU tegen 2030 onder de loep zijn genomen. Het onderzoek is verricht door de wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie. Een dergelijk onderzoek is reeds in 2016 uitgevoerd, maar was inmiddels aan herziening toe. De huidige studie omvat twaalf handelsovereenkomsten, met landen als Canada, Japan, Mexico en Australië. Enkele van deze handelsverdragen zijn al in werking getreden, andere zijn net afgerond of moeten nog verder uitgewerkt worden. Bij het interpreteren van de resultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat de continu veranderende EU-handelsrelaties, de uitwerkingen van de Green Deal en de post-Brexit relatie met het Verenigd Koninkrijk niet in het onderzoek zijn meegenomen.

Rechtsgrond voor EU-handelsverdragen

In artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is vastgelegd dat de EU de exclusieve bevoegdheid heeft om handelsverdragen te sluiten. Dit betekent dat lidstaten niet zelf over hun handelsbeleid kunnen beslissen, maar dat dit op Europees niveau geregeld dient te worden.

Belangrijkste bevindingen

De studie kijkt naar de cumulatieve effecten van de twaalf handelsovereenkomsten op de agrovoedingssector tot 2030. Er is niet alleen in kaart gebracht wat de handelsgevolgen voor de landbouw in het algemeen zijn, maar ook naar de sectorspecifieke gevolgen, de producentenprijzen en de productievolumes. Hierbij is rekening gehouden met twee scenario’s:

  1. Een ambitieus scenario (volledige tariefliberalisering voor respectievelijk 98,5 % van de producten en verlaging van rechten met 50% voor de overige producten).
  2. Een conservatief scenario (volledige tariefliberalisering voor 97% van de producten en verlaging van rechten met 25% voor overige producten).

Deze twee scenario’s zijn vergeleken met het basisscenario van de Europese handel om inzicht te krijgen in de eventuele voor- en nadelen van de handelsverdragen. Het basisscenario gaat uit van de handelsbetrekkingen en economische situatie zonder nieuwe handelsverdragen. Voor beide scenario’s laat de studie een positief effect zien. Het openstellen van de Europese markt voor handelspartners gaat gepaard met een groter exportpotentieel vanuit de Europese Unie. In vergelijking met het basisscenario van de EU zouden de in- en uitvoer van zowel landbouwproducten als levensmiddelen stijgen:

  • Invoer conservatieve scenario: 10% en ambitieuze scenario: 13%
  • Uitvoer conservatieve scenario: 25% en ambitieuze scenario: 29%

De totale waarde van zowel de in- als uitvoer bedraagt hiermee:

  • Totale waarde invoer conservatieve scenario: 3,7 miljard en ambitieuze scenario: 4,7 miljard
  • Totale waarde uitvoer conservatieve scenario: 4,7 miljard en ambitieuze scenario: 5,5 miljard

Bovendien komt duidelijk naar voren dat kwetsbare binnenlandse producten, bijvoorbeeld suiker en rundvlees, beschermd kunnen worden door toegang tot de EU-markt te koppelen aan tariefcontingenten. Dit zorgt ervoor dat er een grens wordt gesteld aan het aantal producten dat tegen lagere invoerrechten mag worden ingevoerd in de EU. De resultaten van de studie bevestigen de voordelen van de EU-handelsagenda en geven een nieuwe impuls aan het huidige beleid omtrent duurzame landbouw en voedselvoorziening.

Relevantie voor decentrale overheden

Uit het onderzoek blijkt dat de Europese landbouwsector een zeer sterke sector is met een groot concurrentievermogen. Volgens Eurocommissaris Janusz Wojciechowski is dit in grote mate te danken aan de hervormingen van het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB) en de wereldwijde reputatie van EU-producten als veilig, duurzaam geproduceerd en van hoge kwaliteit. Om deze positie te behouden is het van belang dat de EU koploper blijft op het gebied van onderzoek en innovatie. Decentrale overheden spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij medeverantwoordelijk zijn voor de coördinatie van duurzame voedselvoorziening en landbouwontwikkeling. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van verschillende fondsen, zoals Horizon Europe voor innovatie en onderzoek of het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Door

Brent Bos en Melanie Klus, Kenniscentrum Europa decentraal

Bron

Studie van de Commissie bevestigt positieve gevolgen van handelsovereenkomsten voor de agrovoedingssector, Europese Commissie

Meer informatie

Publicatie EU-wijzer voor provincies met alle plannen voor een duurzame agrofoodsector, Kenniscentrum Europa decentraal
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, Kenniscentrum Europa decentraal