Inbreukprocedures

Sommige Nederlandse decentrale overheden worden naar aanleiding van overheidsaanbestedingen geconfronteerd met (potentiële) inbreukprocedures. Inbreukprocedures kunnen resulteren in een zaak bij het Europese Hof van Justitie (HvJ-EU) in Luxemburg.

Wat zijn inbreukprocedures?

De Europese Commissie kan optreden tegen lidstaten die hun uit de EU-voorschriften voortvloeiende verplichtingen niet nakomen (art. 258 VWEU en art. 226 oud EG-Verdrag). Dit zijn inbreukprocedures (zie ook aansprakelijkheid). Deze procedures bestaan uit drie fasen:

  1. De betreffende lidstaat ontvangt een ingebrekestelling en krijgt twee maanden de tijd hierop te antwoorden.
  2. Als de Europese wetgeving nog altijd onvoldoende wordt nageleefd, stuurt de Commissie de lidstaat een met redenen omkleed advies. De lidstaat heeft wederom twee maanden de tijd om te reageren. Dit gebeurt in de praktijk onder coördinatie van de verantwoordelijke ministeries (in Nederland vaak de ministeries van BZK en EZ) in overleg met de betrokken (decentrale) overheid.
  3. Wanneer de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij de zaak aanhangig maken bij het HvJ-EU. Als de lidstaat zich niet voegt naar het arrest van het Hof, kan de Commissie het Hof verzoeken een boete op te leggen.

Wet NErpe regelt dat een opgelegde boete aan een lidstaat direct verhaald kan worden bij de verantwoordelijke (decentrale) overheid.

Europese Commissie

Op de website van de Europese Commissie vindt u meer informatie over de toepassing van het gemeenschapsrecht en de stand van zaken betreffende inbreukprocedures. Op de website van DG Interne Markt vindt u informatie over inbreukprocedures tegen diverse lidstaten op het gebied van overheidsaanbestedingen.

Achtergrondinformatie

Onder praktijk leest u achtergrondinformatie over (potentiële) inbreukprocedures tegen Nederlandse decentrale overheden. Decentrale overheden kennen met betrekking tot inbreukprocedures vaak vergelijkbare problematieken.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws Inbreukprocedures

Nieuwe ontwikkelingen: woningcorporaties wel of geen aanbestedende diensten?

De Europese Commissie vindt dat de lidstaat Nederland woningbouwcorporaties als aanbestedende dienst in de zin van de aanbestedingsrichtlijnen moet aanwijzen. Door dat niet te doen, geeft Nederland onjuiste toepassing aan de aanbestedingsrichtlijnen. De Commissie heeft dit op 7 december 2017 medegedeeld en geeft Nederland nu twee maanden de tijd om hier inhoudelijk op te reageren. Lees het volledige bericht

De onzichtbare slagbomen bij de Duitse grens

Duitsland is van plan om per 1 januari 2016 tol te gaan heffen op de snelwegen. De Europese Commissie kan de omstreden Duitse tolplannen mogelijk nog dwarsbomen en wil dat ook gaan doen, aldus de voorzitter van de Europese Commissie. Decentrale overheden (met name in de grensregio’s) hebben veel te maken met grensoverschrijdend verkeer. Zij verzetten zich sterk tegen de plannen van Duitsland omdat dit een negatief economisch effect zou hebben.
Lees het volledige bericht

Praktijk Inbreukprocedures

Inbreukprocedures praktijk

2009, Noord-Holland:

De Europese Commissie grijpt in bij koffiecontract van de provincie Noord-Holland. De Commissie stelt dat de openbare aanbestedingsprocedure die de provincie Noord-Holland heeft uitgeschreven voor de levering en het beheer van koffieautomaten niet voldoet aan de regels inzake overheidsopdrachten die voortvloeien uit Richtlijn 2004/18/EG.

Inbreuk provincie

Noord-Holland heeft naar de mening van de Commissie inbreuk gepleegd op de bepalingen betreffende de technische specificaties en de selectie- en gunningscriteria uit deze richtlijn. Met name het stellen van eisen aangaande keurmerken betreffende duurzame inkoop staat in deze zaak onder de aandacht (biologische of fairtradeproducten). In mei 2010 bericht de Commissie dat zij Nederland voor het HvJ EU daagt.

Conclusie

Op 15 december 2011 is de conclusie van Advocaat Generaal Kokott verschenen (zie zaak C-368/10 onder jurisprudentie Milieucriteria).

2009, Eindhoven:

De Commissie spreekt gemeente Eindhoven aan op een gebiedsontwikkelingsproject. Het gaat om de gunning van een concessieovereenkomst voor openbare werken betreffende de bouw van een gemeenschapscentrum dat bekend is als het “Doornakkers Centrum”. De Commissie is van mening dat dit contract is gegund zonder openbare aanbestedingsprocedure, die door de EU-regels inzake overheidsopdrachten is voorgeschreven.

Concessieovereenkomst voor werken

Volgens de Commissie is het contract een concessieovereenkomst voor openbare werken betreft en daarom op grond van Richtlijn 2004/18/EG inzake openbare aanbestedingen had moeten worden gegund na de publicatie van een aankondiging in het Officiële Publicatieblad van de EU en het voltooien van een aanbestedingsprocedure. De Commissie merkt op dat de concessieovereenkomst niet alleen de verkoop van grond als voorwerp heeft en dat het werk aan de door de gemeente bepaalde voorwaarden voldoet.

Realisatie gebouwen en parkeerplaatsen

De overeenkomst verbindt de ontwikkelaar er onder meer toe een bepaald aantal gebouwen van een bepaalde omvang en een bepaald aantal parkeerplaatsen te realiseren. De vraag of de betrokkenheid van de gemeente bij het project op het publiek recht is gebaseerd, heeft volgens de Commissie voor de EU-regels inzake openbare aanbestedingen geen belang.

Hoewel de ontwikkelaar het vastgoed op eigen risico en voor eigen rekening bouwt en van de gemeente geen betaling ontvangt, is de Commissie van oordeel dat de gemeente Eindhoven de ontwikkelaar een exploitatierecht heeft verleend in de betekenis van Richtlijn 2004/18/EG. De ontwikkelaar krijgt namelijk een op maat gesneden bouwvergunning die hem het recht geeft de in de samenwerkingsovereenkomst bepaalde werken te realiseren en te exploiteren.

In juni 2010 bericht de Commissie dat zij Nederland voor het HvJ EU daagt in deze zaak. Op 11 april 2013 is de conclusie van Advocaat Generaal Wathelet verschenen (zaak C-576/10). De uitspraak van het Hof van Justitie EU is gedaan op 11 juli 2013. De Commissie wordt door het Hof in het ongelijk gesteld.

2010, Ede:

De Commissie vraagt Nederland de EU regelgeving na te leven bij vastgoedproject in Ede. De gemeente Ede heeft verschillende contracten voor het project “Het Nieuwe Landgoed” aan één ontwikkelaar gegund zonder een Europese aanbesteding uit te schrijven. De ontwikkelaar kreeg de opdracht een centrum met commerciële en sociale functies te bouwen. Dit omvat onder meer een sporthal, 1 168 parkeerplaatsen en 648 woningen, waaronder 60 sociale woningen. De totale waarde van de contracten bedroeg ongeveer € 140 miljoen.

Overheidsopdrachten voor werken

De Commissie is van oordeel dat hier sprake is van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken en van een concessieovereenkomst voor openbare werken en dat aan de gunning van deze contracten een aankondiging in het Publicatieblad van de EU en een aanbestedingsprocedure hadden moeten voorafgaan. Volgens de Commissie heeft Nederland door het niet volgen van een dergelijke aanbestedingsprocedure niet voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-regels inzake openbare aanbestedingen.

Het hoofddoel was van de contracten niet de verkoop van grond, maar wel de uitvoering van werken, wat onder de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten valt. Aangezien de ontwikkelaar bepaalde zones diende te ontwikkelen, besliste de gemeente welke gebouwen moesten worden opgetrokken.

Initiatief door gemeente

Bovendien heeft de gemeente Ede het initiatief voor de realisatie van het project genomen en ging de invloed van de gemeente op het project veel verder dan de loutere uitoefening van haar stedenbouwkundige bevoegdheden. Hoewel de ontwikkelaar het project op eigen risico en voor eigen rekening moet realiseren en van de gemeente geen rechtstreekse betaling ontvangt, is de Commissie van oordeel dat de gemeente Ede de ontwikkelaar een exploitatierecht heeft verleend in de zin van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten, aangezien de ontwikkelaar een op maat gesneden bouwvergunning krijgt die hem het recht geeft de in het contract bepaalde werken te realiseren en te exploiteren.

Bepaalde delen van het project – de sporthal en een aantal parkeerplaatsen – worden rechtstreeks gefinancierd door de gemeente. Volgens de Commissie levert de opdracht de gemeente Ede bovendien een duidelijk en rechtstreeks economisch voordeel op in de zin van de rechtspraak van het Hof van Justitie in een vergelijkbare zaak (Helmut Muller).

Beëindiging inbreukprocedure

Op 19 mei 2011 laat de Europese Commissie weten dat de ingebrekestellingsprocedure wordt beëindigd. Naar aanleiding van het met redenen omkleed advies van de Commissie (IP/10/1233) hebben de Nederlandse autoriteiten besloten de contracten met betrekking tot de bouw van de sporthal en de aanleg van de parkeerplaatsen te annuleren. Ook de verplichtingen inzake de bouw van de woningen en het centrum met commerciële en sociale functies zijn uit het contract verwijderd.

Herziene contract

Het herziene contract heeft daardoor nu nog alleen betrekking op de verkoop van grond en niet op werken. In het licht van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Helmut Müller (zaak C-451/08) moet het contract dan ook niet meer als een concessieovereenkomst voor openbare werken worden beschouwd. Een soortgelijke inbreukprocedure in verband met een grondontwikkelingsproject in de Nederlandse gemeente Eindhoven is momenteel in behandeling door het HvJ EU (IP/10/679).

Verklaring BZK

Op 31 mei 2011 brengt het ministerie van BZK een verklaring uit in reactie op het persbericht van de Commissie van 19 mei 2011. Nederland heeft als standpunt dat de realisatieovereenkomst met betrekking tot Het Nieuwe Landgoed geen overheidsopdracht tot de uitvoering van een werk en ook geen concessieovereenkomst voor openbare werken is, zoals door de Europese Commissie betoogd.

2010, Nederland:

De Commissie vraagt Nederland de EU-regelgeving na te leven bij openbare aanbestedingen van brandverzekeringen. In Nederland bestaat er een algemene administratieve praktijk om openbare brandverzekeringscontracten te gunnen via onderhandelingen na bekendmaking van een aankondiging van een opdracht. Hoewel een dergelijke procedure in principe open staat voor alle belangstellenden, zorgt het feit dat er wordt onderhandeld tussen de overheid en individuele kandidaten voor aanzienlijk meer risico’s wat de gelijke behandeling van de kandidaten betreft dan een openbare of niet-openbare aanbestedingsprocedure, de standaardprocedures waarin het EU-recht voorziet. Bovendien is een gunning via onderhandelingen veel minder transparant.

EU-regels inzake overheidsopdrachten

Op grond van de EU-regels inzake overheidsopdrachten mogen overheden slechts in uitzonderlijke gevallen een contract via onderhandelingen gunnen. Het algemene gebruik van deze procedure voor brandverzekeringen strookt volgens de Commissie niet met deze regels.

Bovendien merkt de Commissie op dat de Nederlandse autoriteiten niet alle verplichte informatie, zoals de naam van de onderneming waaraan het contract is gegund en de totale waarde van het contract, bekend maken in de gunningsberichten in het Publicatieblad van de EU. De Commissie is van oordeel dat de openbare aanbesteding hierdoor minder transparant verloopt.

Beëindiging inbreukprocedure

Op 19 mei 2011 laat de Europese Commissie weten dat de ingebrekestellingsprocedure wordt beëindigd. Naar aanleiding van het met redenen omkleed advies van de Commissie (zie IP/10/1233) hebben de Nederlandse autoriteiten publiekelijk verklaard dat zij deze algemene administratieve praktijk in strijd met de EU-aanbestedingsregels achten.

De Nederlandse aanbestedende diensten dienen voortaan de correcte procedures te volgen en alle dienstige informatie te vermelden in de gunningsberichten die in het Publicatieblad van de EU worden bekendgemaakt.

2011, Nederland:

De Commissie heeft Nederland verzocht de EU-regelgeving inzake overheidsopdrachten na te leven bij de gunning van overheidsopdrachten voor de verwerking en het vervoer van oud papier. Dat zou ervoor zorgen dat alle bedrijven in de EU die oud papier verwerken en vervoeren, de kans krijgen het contract binnen te halen en dat de Nederlandse belastingbetaler meer waar voor zijn geld kan krijgen. 

Niet nagekomen verplichtingen

De Commissie is van oordeel dat Nederland zijn verplichtingen niet is nagekomen door de twee betrokken aanbestedende diensten (Coöperatieve Vereniging VAOP u.a., en Vaop Oud Papier B.V.) toe te staan overheidsopdrachten ter waarde van € 15 miljoen per jaar rechtstreeks aan bepaalde ondernemingen te gunnen, zonder een open en concurrerende pan‑EU openbare aanbestedingsprocedure te volgen.

Het verzoek van de Commissie aan Nederland neemt de vorm aan van een “met redenen omkleed advies”; dat is de tweede fase van de inbreukprocedure. Indien Nederland de Commissie uiterlijk over twee maanden niet in kennis heeft gesteld van maatregelen die waarborgen dat de EU‑regelgeving wordt nageleefd, kan de Commissie deze zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie.

X